MEEM'64, Evolutie, Ideeën, Taal en Creativiteit

Gerard van de Schootbrugge (alias Gerard Espunt)

De wereld van Wouter Bakker

Welkom in de wereld van Wouter Bakker. Wouter Bakker is bepaald geen Pieter Stuyvesant en zijn wereld vertoont weinig overeenkomst met die van zijn beroemde landgenoot. Wouter is een veertiger die zich maar net staande weet te houden in een omgeving die voor hem veel te snel verandert. Dat hij de greep op het bestaan nog niet helemaal heeft verloren heeft meer met geluk dan met wijsheid te maken.

Het is al weer bijna zeven jaar geleden dat zijn vader bij een verkeersongeluk om het leven kwam. Zijn moeder raakte daarbij zwaar gewond. De artsen sleepten haar voor de poorten van de dood vandaan. Sindsdien brengt ze haar eindeloze dagen door in een verpleegtehuis waar men haar iedere ochtend liefdevol voor het raam neerzet. Ze kijkt naar buiten maar niemand weet of ze wat ziet. Ze laat zich daar niet over uit omdat ze haar spraakvermogen kwijt is geraakt. Dat wil zeggen, ze heeft sinds haar ongeluk niets meer gezegd. Dan ligt zo’n conclusie voor de hand. Maar zekerheid daaromtrent is er niet. De laatste scan had wel hersenactiviteit laten zien maar het patroon was niet eerder beschreven. In de rapportage van de neuroloog stond iets over een spontane bypass van het spraakcentrum.

Wouter woont nog altijd in het veel te grote huis van zijn ouders. Hij bezoekt zijn moeder iedere week. Op zondagmiddag. Ze kijken dan allebei naar buiten. Ieder half uur komt er een trein langs. De ene keer uit het noorden, de volgende keer uit de tegenovergestelde richting. “Kijk ma, de trein uit Zwolle,” zegt Wouter en hij wijst naar buiten. Hij heeft het idee dat zijn moeder zijn vinger volgt, maar hij weet het niet zeker. Een half uur later gaat het gesprek verder: “Kijk ma, de trein uit Amersfoort.” Het stoort Wouter niet, deze trage herhaling. In tegendeel, het geeft hem een gevoel van rust. Het treinverkeer tussen Zwolle en Amersfoort is als de slinger van een klok die tikt in een tempo dat past bij zijn aard. Zijn vader had het vaak genoeg gezegd, over de heg tegen de buurvrouw en na de tweede borrel op verjaardagsfeestjes: “Onze Wouter komt er wel, hij heeft alleen wat meer tijd nodig.” Het gaat niet om de snelheid van de treinen. Die leidt alleen maar af. Het gaat uitsluitend om het moment van verschijnen. Ieder half uur een prikkel. Daar wordt Wouter rustig van. Dan komt hij bij van een week vol paniek, chaos en stress. Rennen, vliegen, struikelen, vloeken, schreeuwen, koppijn, buikpijn, kortom de wereld van Wouter Bakker als postbesteller. Vooral de reclamepakketten zorgen regelmatig voor onrust.

Ieder half uur een prikkel. Net genoeg voor Wouter om te ontspannen en net genoeg voor zijn moeder om wakker te blijven. Tenminste, zo stelt Wouter zich dat voor. Hij heeft de indruk dat zijn moeder de treinenklok wel degelijk ervaart. Misschien op een andere manier dan mensen die niet uit een auto zijn geslingerd, maar toch. Hij denkt dat omdat hij gemerkt heeft dat ze onrustig wordt als een trein vertraging heeft. Een paar minuten maakt niet uit, maar als een trein meer dan tien minuten te laat is, draait ze haar hoofd naar hem toe en kijkt ze hem aan met een blik alsof ze zeggen wil: Wouter, wat is er aan de hand? Tenminste, zo ervaart Wouter dat. Dus zegt Wouter: “Hij is laat mam, vind je niet?” Zonder verder enige reactie draait zijn moeder haar hoofd dan weer in de oorspronkelijke positie. Alsof ze gerustgesteld is. Haar zoon heeft het ook gemerkt. De natuurlijke orde is even doorbroken, maar het is Wouter niet ontgaan, dus zal het goed komen. Dat is wat Wouter denkt dat zijn moeder denkt. Het lijkt hem logisch. Een betere verklaring voor haar gedrag heeft hij nog niet gevonden.

Op zondagmiddag is Wouter iemand die ertoe doet. En hij voelt zich er goed bij, dat kan hij niet ontkennen. Hij zou graag wat vaker naar zijn moeder gaan.  

0007

Espunt, 30 mei 2011