MEEM'64, Evolutie, Ideeën, Taal en Creativiteit

Gerard van de Schootbrugge (alias Gerard Espunt)

0322

Kort verhaal, 25 maart 2014

Nieuwe schoenen

Het leven is een tranendal. Geluk is zeldzaam, daarom noemen we het ook geluk. Onze antenne voor geluk is gebrekkig. We weten veel, maar geluk blijft ongrijpbaar. Toen ik vanochtend opstond had ik een vaag gevoel dat dit wel eens een geluksdag kon worden. Een rare gedachte natuurlijk. Een hele dag geluk, dat is me nogal wat. Dat is de goden verzoeken en dus vragen om problemen. 

De dag begon niet slecht. Ik moet dat even toelichten. Ik heb in de loop van de tijd een eenvoudige gelukstest ontwikkeld. Die berust erop dat ik na het douchen het natte washandje, vanuit de douchecel, naar een emmer met natte was werp. Afstand ruim drie meter. De bedoeling is dat het washandje als een natte dweil op de rand van de emmer klettert en daar blijft hangen (en daar dan vast wat kan drogen). Nog niet zo simpel. De kunst is om het washandje in de juiste boogbaan te brengen. Als dat bij de eerste poging lukt kan mijn dag al bijna niet meer stuk. Landen in de emmer is second best maar geeft me emotioneel weinig houvast. Naast de emmer terecht komen is foute boel. Uitkijken. Geen gekke dingen doen die dag. En zeker niet gokken. Vanochtend landde het washandje, bijna elegant voor zover je dat van een nat en gebruikt washandje kunt zeggen, op de rand van de emmer. Een meesterworp.

Eenmaal beneden was ik dan ook gelijk enthousiast toen Gemma mij voorstelde om eindelijk weer eens een paar nieuwe schoenen te kopen. Ik ben wat laks met het vernieuwen van mijn schoeisel. Ik vind schoenen erg op elkaar lijken, hoewel ik deze mening wat moet nuanceren na een recent bezoek, met vrouw en dochters, aan de expositie ‘S.H.O.E.S' - Sexy Heels or Easy Sandals in de Rotterdamse Kunsthal. Mijn hemel, wat doen al die schatten een halsbrekende moeite om ons te behagen. Nuancering: herenschoenen lijken wel erg op elkaar. Een Kunsthal vol zou een saaie vertoning worden. 

De enige schoenenwinkel in ons dorp had in een folder laten weten alle prijzen met een kwart te reduceren. Met het washandje in gedachte en begeleid door mijn vrouw durfde ik het avontuur wel aan. Ik heb weliswaar een kast vol schoenen, soms moet ik echt even zoeken om een passend setje op te duiken, maar volgens mijn vrouw kon er ook wel weer eens wat weg. Ik dacht gelijk aan die verdomde Timberlakes, op zich oerdegelijk en stoer, niet goedkoop, die ik ooit een halve maat te klein had gekocht. Mijn schoenmaat is 43½, maar de halve maten zijn in de jaren tachtig, toen het allemaal wat minder ging met ons land, afgeschaft. Nu moet ik op zoek naar stappertjes maat 44 die wat klein uitvallen, of die wat ruim gesneden zijn. Dan is 43 goed. Met mijn Timberlakes wilde ik avontuurlijk leven, grote afstanden lopen over ruig terrein. Die moesten dus perfect passen. Ik koos voor 43 met in het achterhoofd dat je schaatsen ook altijd een of twee maten te klein moest kopen. Dan nat maken en een paar dagen nat inlopen. Het resultaat was een hardnekkige schimmel (volgens een kenner eikeldopzwam), de nagel van een grote teen diep ingegroeid en het begin van gangreen op een kleine teen. Bij het uittrekken kwamen stukken voetzool mee, maar daar groeide het gelukkig allemaal snel weer aan. Uiteraard ben ik toen met de martelwerktuigen teruggegaan naar de winkelier. Wellicht viel er nog wat te ruilen. Toen ik de Timberlakes uit de doos haalde, ging echter overal in het winkelcentrum het alarm voor ernstige luchtverontreiniging af en kon ik onverrichter zake terug. Die Timberlakes mochten wat mij betreft wel bij het oud vuil. Eén keer op gelopen. Sindsdien heb ik schoenmaat 44. Klein vallend, dat wel. 

Na een eerste verkenning kwamen een paar schoenen boven drijven waarvan ik graag ook de linker helft wilde passen. Een aardig verkoopstertje kwam even later terug met een paar dozen. Schoenendozen. Hoeveel plezier hadden wij daar in onze kindertijd niet aan beleefd? Ze waren zeldzaam want zo vaak kochten de mensen toen geen nieuwe schoenen. Met wat hulp van de schoenmaker, en met regelmatig poetsen, gingen schoenen soms een leven lang mee, ook al omdat we door de week op laarzen of klompen liepen en de schoenen alleen op zondag gedragen werden. En wee je gebeente als je er dan op zondag tegen alle waarschuwingen in toch mee had gevoetbald. Een schoenendoos was een bezit waar je zuinig op was. Je kon er van alles mee. Het leukste was misschien nog wel de kijkdoos. Maar je kon er ook dingen in opbergen, zoals speelgoed, kleurpotloden, boeken en plaatjes van auto’s of filmsterren. 

Het gevoel dat het met deze dag qua geluk wel goed zat, was nog volop aanwezig toen ik van het ene moment op het andere in een zwart gat donderde. Of eigenlijk meer in een wit gat. Bij het uittrekken van mijn zwarte bordeelsluipers ontdekte ik witte huid door een gat in de zwarte sok van mijn rechter voet. Razendsnel overwoog ik of het zin had het gat te verbergen voor het vriendelijke verkoopstertje. Het was een flink gat en het zat ook nog op een ongewone plek. Niet op de hak of op de teen maar onder mijn enkel. Hoe gek wil je het hebben? Ik schaamde me werkelijk dood. Wat een blamage. Het vriendelijke verkoopstertje had vanavond aan tafel weer wat te vertellen. Wat ik nou toch heb meegemaakt!..... En hup, daar kwam het hele verhaal over die grote meneer met zijn deftige brilletje. En die had me daar toch een joekel van een knol in zijn sok. En misschien was er aan tafel wel iemand die die grote meneer kende, want het is hier nog een beetje dorps. Nou, dan was het leedvermaak helemaal niet meer te overzien. 

Ik koos voor de vlucht naar voren en besteedde uitgebreid en luidruchtig aandacht aan het gat. Mijn moeder had het kunnen stoppen, zo merkte ik op, maar die was niet meer onder ons. Gemma beweerde dat ze dat ook nog had geleerd, maar die vaardigheid nooit had gepraktiseerd. Ik vroeg het vriendelijke verkoopstertje of zij nog stoples had gehad. Strapless? Nee, stoples. Dat was niet geval. Dan zal ik je niet ten huwelijk vragen, liet ik me quasi-speels ontvallen. Er werd gelachen maar mijn schaamte werd er niet minder van. Gek dat zo’n onnozel voorval iemand zo uit zijn evenwicht kan brengen. Wij maakten ons met twee dozen zo snel mogelijk uit de voeten. Thuis rende ik naar boven om andere sokken aan te trekken. En om even te checken of dat washandje echt over de rand van de emmer hing. Als karton. Geen beweging in te krijgen. Het voelde als een geruststelling.

Espunt, 25 maart 2014