MEEM'64, Evolutie, Ideeën, Taal en Creativiteit

Gerard van de Schootbrugge (alias Gerard Espunt)

0102

Kort verhaal, 1 oktober 2012

Govert Beekelaar zit er maar mee

Govert Beekelaar is een opvallend aardige vent. Er moet echt heel wat gebeuren wil hij een medemens kwaad doen. Het idee alleen al. Zelfs vliegen hebben van hem weinig te duchten. Als er een beroep op hem wordt gedaan, zal hij niet gauw nee zeggen. Hij staat op alle lijstjes van collectebusfondsen. Het maakt Govert niet uit welke sticker er op de bus is geplakt. Het gaat om het doel. Als dat goed is, zal hij zich vrolijk rammelend langs de deuren spoeden, weer of geen weer.      

   Is Govert Beekelaar een heilige? Govert zelf gruwt bij de suggestie. ‘Ik kan niet anders. Mijn moeder was net zo,’ is zijn nuchtere reactie. Mensen in zijn omgeving vragen zich wel eens af of Govert Beekelaar nou echt nooit eens boos is. Of chagrijnig. Ze krijgen er niet goed hoogte van en dat voedt roddel en achterklap. Wat bezielt iemand die altijd en overal iedereen voor laat gaan, overigens tot grote ergernis van degenen die achter hem op het voorrangskruispunt staan. Die bedelaars en straatmuzikanten tussen de middag hun lunchpakketje brengt. Die het altijd met iedereen eens is en dus geen eigen mening heeft. ‘Ach, zou er iemand op mijn mening zitten te wachten?’ lacht Govert dan. Omdat er altijd mensen zijn die om een vuurtje verlegen zitten, zal Govert nooit zonder een doosje lucifers van huis gaan. Laat hem.     

   Als er op een boom een poster is geprikt met de foto van een ontsnapte grasparkiet dan weet Govert wat hem te doen staat. Honden uit de verre omtrek die uitgelaten zijn grasperkje bemesten? Govert gunt ze hun hondenlol. En het trapveldje blijft er schoon door. Dat is nou zo'n typische Govert-redenatie, waar mensen soms wel eens een beetje kriegel van worden. En daar zit Govert dan weer mee want mensen kriegelig maken is wel het laatste dat hij wil. Blijkbaar kun je het niet altijd iedereen naar de zin maken. Heel vervelend.      

Het zal de lezer duidelijk zijn dat je het met zo’n instelling als kind niet makkelijk hebt. Govertje stond in de buurt en op school al snel bekend als lulletje lampekatoen. Hij mocht meedoen met het voetballen, dat wil zeggen, hij mocht de bal ophalen. Iedereen blij. Vervelender wordt het als je zogenaamde vriendjes een beroep op je doen om klussen op te knappen die ze zelf te link vinden. Dan raakte Govertje wel eens in de war. Het gaf hem weliswaar een goed gevoel te zien hoe verguld zijn vriendjes waren met de door hem ontvreemde klapkauwgum, maar hoe zat het met Bastelaar, de kruidenier? Goed doen was niet altijd eenvoudig.      

Govert was niet dom. Hij las veel. Ook over inlevingsvermogen en empathie. Blijkbaar was zijn inlevingsvermogen ongewoon sterk ontwikkeld. Meeleven, meelijden, meevoelen, meewerken, meehelpen. Mee, dat was de essentie van zijn karakter, de sleutel tot zijn daden en beslissingen. Meelopen, meegeven, meegaan, mee…, mee… Maar wat kon hij ermee? Het bleef ook voor Govert een raadsel waarom hij altijd eerst aan de ander dacht.     

Van de media moest hij niets hebben. Alleen maar ellende. Het gaf hem een machteloos gevoel. Hij las alleen de Donald Duck. Dat was al erg genoeg. Hoe die oom Donald het toch voor elkaar kreeg om zich elke week weer zo in de nesten te werken! Diep in zijn hart zou hij het abonnement het liefst opzeggen als hij zeker wist dat daar niemand ongelukkig van werd.      

Sinds kort is er iets dat Govert bijna permanent bezig houdt. Hij heeft in de Donald Duck gelezen dat de geleerden ontdekt hebben waar al dat inlevingsvermogen vandaan komt. Het zijn de spiegelneuronen in het brein die daar voor zorgen. Govert vermoedt dat hij meer spiegelneuronen heeft dan anderen of dat ze actiever zijn. Beter spiegelen. Die spiegelneuronen gaan vuren als andere mensen in de problemen zitten. Ze spelen de ellende van de ander als het ware na zodat je zelf ook wat van die problemen voelt.      Een interessante ontdekking. Niet dat hij er op zat te wachten maar het wierp wel een nieuw licht op de zaak. Maar nu heeft Govert zelf een probleem. Een ernstig probleem. In al zijn blijmoedigheid is Govert eigenlijk nooit echt bang geweest. Maar sinds het verhaal in de Donald Duck voelt hij voor het eerst iets van angst. Een vreemd soort angst. Govert is bang geworden voor zijn eigen spiegelbeeld! Hij durft sinds kort niet meer in de spiegel te kijken! Govert Beekelaar is bang voor zijn eigen spiegelbeeld. Bizar, want als er iemand is die zichzelf recht in de ogen kan kijken, is het Govert wel.     

Het is iets met zijn spiegelneuronen, dat is hem wel duidelijk. Ze reageren vreemd op zijn spiegelbeeld. Het lijkt wel of ze moeite hebben zijn spiegelbeeld te spiegelen. Om zich in dat spiegelbeeld te verplaatsen. Heel vervelend. Als Govert iets niet wil is het wel zijn pas ontdekte spiegelneuronen met een slecht gevoel opzadelen. Misschien moet hij, voordat het erger wordt, toch de Donald Duck maar opzeggen.  

Espunt, 1 oktober 2012