MEEM'64, Evolutie, Ideeën, Taal en Creativiteit

Gerard van de Schootbrugge (alias Gerard Espunt)

0355

Kort verhaal, 24 december 2017

Mogen de gordijnen dicht?


Het begint al weer donker te worden, Joep. Je moeder zal nu wel vlug komen. Ik ben wel benieuwd of haar nieuwe vriend ook mee komt.’

Het gezicht van de jongen verstrakt. Even is het stil, dan zegt hij:

‘Maar opa, ze moet wel door al die sneeuw heen.’

‘Daar heb je helemaal gelijk in, jongen. Hier in het bos komen geen sneeuwschuivers. Maar er rijdt ook niemand. Last van een file zal ze niet hebben. ’

‘Ze kan alleen niet zo hard.’

‘Daar heb jij weer gelijk in, Joep. We zullen het zien jongen. Ik zal eens wat licht maken. Dat leest wat makkelijker, vind je niet?’

 

De oude man staat op uit zijn oude leunstoel en schakelt wat schemerlampjes aan.

‘Bij ons gaat dat automatisch, opa.’

‘Hoezo automatisch?'

‘Nou, als het donker wordt, gaat bij ons de muur gloeien. Het plafond kan ook gloeien. En de vloerbedekking.’

‘Ik weet het. Het is tegenwoordig één grote sensorparade. Maar je ziet het, op deze ouwerwetse manier gaat het ook nog steeds. En als we het koud krijgen, gaat er gewoon een stuk hout op het vuur.’ De oude man voegt de daad bij het woord en legt voorzichtig een blok eikenhout op de geblakerde resten van blokken die hun taak hebben volbracht. De jongen aan de andere kant van de haard heeft zijn boek op zijn schoot gelegd en kijkt geboeid toe. Dan zegt hij:

 

‘Opa?’

‘Ja kerel?’

‘Mogen de gordijnen dicht?’

‘Natuurlijk. Maar wil je niet zien hoeveel sneeuw er valt?’ De oude man loopt naar het raam. De jongen volgt hem, schoorvoetend, en pakt zijn hand. Het bos ziet er vreemd uit. De combinatie van invallende duisternis en gestaag vallende sneeuw zorgt voor een magisch decor. Juist nu. ‘Zie je dat?’ zegt de oude man, wijzend naar de buitenlantaarn, die een lichtende kegel op het sneeuwdek projecteert. ‘Elk vlokje landt heel voorzichtig op de vlokjes die al zijn neergekomen. Er valt er niet één aan diggelen. Bij de lantaarn zie je hoe ze uit de hemel omlaag komen dwarrelen. Het begint nu echt een flink pak te worden. Als dit zo doorgaat, kunnen we morgen een sneeuwhut bouwen, Joep. Wat dacht je daar van?’

‘Ik ga straks weer naar mijn eigen huis, opa. Dat heeft mama gezegd.’

‘Ach natuurlijk, dat is ook zo. Jammer. Maar misschien kun je vanavond niet meer weg door alle sneeuw. Dan moet je wel hier blijven. Kunnen we morgen toch nog samen een prachtige sneeuwhut maken. Een sneeuwburcht. Een iglo. Ideetje?’ 

De jongen schrikt maar zegt niks. Hij wil het plezier van zijn opa niet vergallen. Geweldig toch dat hij op zijn leeftijd nog zo enthousiast is. De oude man sjokt terug naar zijn stoel, gevolgd door zijn kleinzoon. Als ze weer op hun plek zitten, zegt hij:

‘Hoe vind je het boek, Joep? Helemaal voor jou van zolder gehaald. Uit een kist met een slot er op.’

‘Een mooi boek, opa. Maar ook wel een beetje raar. Het gaat echt over vroeger.’

‘Dat is juist leuk, toch? Nou zie je maar dat ik het niet bedacht heb. Sinterklaas heeft echt bestaan. Laat eens even zien, dat boekje?’ 

De jongen geeft het boekje aan zijn opa die er even in bladert. ‘Juist, hier heb ik het: 1975. Dit boekje is in 1975 gedrukt. Mag jij me vertellen hoe oud het is. Kun je dat uit je hoofd uitrekenen, Joep?’

‘Nee opa, dat vraag ik altijd aan Panco?’ zegt de jongen bijna terloops.

‘Vertel eens, wie is Panco?’

‘Dat is iets in huis. Panco weet alles.’

‘Ja, ja, intelligente huizen noemen ze dat tegenwoordig. Nou, dit huisje is nog van voor de oorlog. Het behang is hier gewoon dom papier. Een beetje geel van de open haard. En verstand ho maar. Geen intelligente folie zoals bij jullie thuis. Hier denkt het behang niet met je mee. O, nee, hier moet je nog zelf nadenken, jongen. Hoe vind je die?’

‘Heel raar, opa’. De jongen pakt het boek weer uit de tanige handen van zijn opa. Bovenop die handen zit een dun velletje met grote bruine vlekken. ‘Hoe oud is het boek, opa? Zeg eens?’ 

‘Nou vooruit dan maar. Bijna vijftig jaar, Joep. Dit boekje is nog van je vader geweest. Kijk maar, voorin. De oude man schudt bijna onzichtbaar zijn hoofd.

‘Voor Joost,’ leest de jongen. Hij kent hem van een fotootje. En toch mist hij hem. Hij slaat een bladzijde op met een fraaie afbeelding van de Sint in actie. ‘Zag de Sint er echt zo uit, opa?

‘Zeker weten. Hoe vind je het?’

‘Mega pipo.’

‘Wat is pipo, Joep?’

‘Raar.’

 

Joep loert naar buiten.

 

‘Opa, mogen nu de gordijnen dicht?’

‘Als jij dat graag wil, gaan ze dicht. Natuurlijk. Maar dan wil ik toch eerst even weten waarom?’

‘Ik vind het eng, opa.’

‘Waar ben je dan bang voor?’

De jongen wijst naar een boom die schuin voor het huisje staat.

‘Ik dacht dat ik net achter die dikke boom een hoorn zag uitsteken.’

‘O, nu begrijp ik het. Je denkt dat er een Kraampoes in de buurt is.’

De jongen knikt en kijkt zijn opa bijna smekend aan. De oude man geeft hem een knipoog. Hij staat op en sluit de gordijnen.

‘Ook bij het kleine raampje, opa.’

 

Als de gordijnen dicht zijn, zegt de jongen:

‘Opa, in dit boekje staan ook heel zwarte mannen. Zwarte Pieten. Hoorden die bij Sinterklaas?

‘Ja, dat waren zijn helpers.’

‘En nu is er geen Sinterklaas meer en ook geen Zwarte Pieten.’ Er klinkt onbegrip in de stem van de jongen.

‘Tja, dat is eigenlijk wel een treurige geschiedenis. Als je groot bent, zal ik het je nog wel eens precies uitleggen.’

‘Maar dan moet u niet dood gaan, hoor opa.’

‘Dat beloof ik je, Joep. Laat ik je voor alle zekerheid toch maar iets vertellen. Het is wel streng verboden, maar gelukkig kunnen ze ons in dit oude huisje niet afluisteren. Dat is het voordeel van dom behang. En dat boekje dat je daar hebt, dat kan al helemaal niet. Alle Sinterklaasboekjes moesten in 2020 worden verbrand.’

‘Maar waarom dan? Ik snap het niet. Wat had Sinterklaas dan verkeerd gedaan?’

‘Sinterklaas heeft niets verkeerd gedaan, Joep. De grote mensen hebben hem dood verklaard. Voltooid leven 2.0. Heel bijzonder Joep. Eigenlijk een wonder. Sint Nicolaas is twee keer gestorven. Een keer op 6 december 342. En een keer op 6 december 2020. Een besluit van de Veiligheidsraad. Er was ruzie tussen Andalusië en Catalonië, er was ruzie tussen Andalusië en Italië, en er was ruzie tussen Italië en Turkije. En allemaal over de vraag: van wie is de Sint. En toen kwam daar ook nog Tsaar Nicolaas III van Rusland die zei: afblijven van onze Nicolaas. Het was echt bijna oorlog. De Europese Unie vond dat nationale folklore schadelijk was voor Europa. Alle landen moesten dezelfde feesten gaan vieren. En op dezelfde manier. De Sint ligt nu begraven op Spitsbergen. En met de Zwarte Pieten ging het ook niet goed. In 2019 was er in Brussel al besloten dat alle Zwarte Pieten, waar ook ter wereld, ter land, ter zee of in de lucht, voortaan wit moesten zijn. Maar er waren intussen in Europa zoveel gekleurde mensen komen wonen dat die begonnen te protesteren. Zij wilden juist echte Zwarte Pieten en geen namaak. Ze wilden gewoon meedoen. Niet alleen een wit feestje.’

‘Ik vind het wel ingewikkeld, opa.’

‘Ja jongen, laat dat maar aan de grote mensen in Brussel over. Terwijl er in Brussel zo’n mooie Nicolaaskerk staat. Maar goed, Sint naar Spitsbergen en toen moest er wat nieuws komen voor Zwarte Piet. Waar niet meer over gezeurd kon worden.’

‘Kraampoes!’ riep de jongen. ‘Toen kwam Kraampoes, hè opa?’

‘Helemaal goed, Joep. Oostenrijk deed ook moeilijk want die wilden Zuid-Tirol terug van de Italianen. En die kwamen ineens met Kraampoes op de proppen. Een soort duivel die met Sint Nicolaas meekwam als hij Tirol bezocht. Een duivel met enorme hoorns. Een gedrocht uit de Alpen. Een verschrikkelijke gems. Veel gevaarlijker dan Zwarte Piet. In Tirol heet het monster Krampus. Bij ons heeft een grappenmaker hem Kraampoes genoemd. Kraampoes uit de Dolomietoe. Daar is ook al weer een hoop gedonder over. Dat leg ik je nog wel eens uit.’

‘En die Kraampoes is nu ook hier?’

‘Ja Joep. De Sint kon hem nog in bedwang houden, maar de Sint ligt al weer een tijdje op Spitsbergen. Ze zitten nu overal. En dat is precies wat ze in Brussel willen. Eenheid van cultuur. Maar wat ze in Brussel niet willen geloven is dat Kraampoes een haat-liefdeverhouding met de Sint had. Ze komen nu rond 6 december om hun meester te wreken. Alleen wie echt gelooft in de Goedheiligman hoeft niet te vrezen.’

‘Hoe weten ze dat dan, opa?’

‘Dat ruiken ze.’

‘Ook door de gordijnen heen?’

‘Net zo makkelijk. Ach kijk nou, wie we daar hebben.’

 

In de deuropening staat een jonge vrouw, besneeuwd, druipend.

De jongen springt op, rent naar zijn moeder en verstijft na twee passen.

‘Mam! Kijk uit!!....Achter je.’

 

Toen de Sint nog in de buurt was om de Krampusduivels in het gareel te houden.

Espunt, 24 december 2017


Reacties uit de periode dat het verhaal op de site van Literair Werk stond

Espunt

28-12-2017 00:36

Dankjewel W.J. Frijling voor dit positieve oordeel.

W.J.Frijling

27-12-2017 22:29

Fraai verhaal. Heb het geboeid gelezen en ga dat zeker nog een keer doen. Stemt idd tot nadenken. Verrassend.

Espunt

25-12-2017 14:31

Dag Gerard,
Dank voor je reactie. Volkomen terecht.

Ja Tom,
Ik was even weg. Als je wil weten waarom moet je even op mijn website kijken. Espunt.nl Dan zul je ongetwijfeld een vermoeden krijgen. Dank voor je reactie.

Tom van Rossum

24-12-2017 16:32

Hey, Gerard, je bent er weer! Als welkomsgeschenk een aantal vlaggetjes. Origineel eng (kinder-)verhaal.

Gerard Scharn

24-12-2017 10:52

Een verhaal dat tot nadenken stemt.