MEEM'64, Evolutie, Ideeën, Taal en Creativiteit

Gerard van de Schootbrugge (alias Gerard Espunt)

Zomerse zaken in Speuld (2013)

Eindelijk zomer in het Speuld!
            
            2013 heeft ons lelijk in de steek gelaten met de temperaturen, maar begin juni was het toch ineens zomer in het Speuld. Er kwam blijheid en kleur in de wereld. De merels, de mezen, de bosduiven en de musjes, ze hadden in de kou al hun best gedaan, maar nu kwam er ook overtuiging in hun getwiet en gekwetter.
            Naar het gazonnetje had ik zeker zeven maanden niet omgekeken. En dat was te merken. het stond vol met vrolijke en bloemrijke plantjes die bij een normaal maaischema onzichtbaar blijven. Verder veel volwassen grassprieten. Ik had er vrede mee, maar Gemma meende dat er toch gekortwiekt moest worden. Ik zag de bui al hangen. Met de maaier ging het niet lukken. En wist ook niet of er nog ergens in het Speuld een zeis te vinden was. Dus heb ik alles met het handknippertje gemillimeterd. En ook al is het een gazonnetje van niks, deze klus bezorgde me toch een zeurend gevoel in mijn polsgewricht.
            Een ander gewichtig tuinvraagstuk is de beteugeling van het zevenblad. Uitroeien heb ik uit mijn hoofd gezet, maar zo maar dwars door allerlei ander spul heen groeien vind ik onacceptabel. En zo haal ik dagelijks een vers maaltje zevenblad uit de tuin. Je schijnt er soep van te kunnen trekken maar dat stuit me tegen de borst. Dat gun ik die pestkop niet. Het is een wonder hoe deze plant alles overwoekert. Je vraagt je af hoe het mogelijk is dat er überhaupt nog plek is voor andere planten op deze aarde. Voor het zelfde geld hadden we nu op the planet of the ground elder geleefd in plaats van op the planet of the apes!
            
            Terwijl ik zo mijn dagelijkse zevenbladpluk aan het plegen was, kwam ik onze groene tuinkikker weer tegen. Hij zag er intussen een stuk gezonder uit dan de eerste keer dat ik hem zag en ik hem blijkbaar had gewekt uit zijn winterslaap. Dit kikkertype komt alleen in het water om eitjes af te zetten. De rest van de tijd scharrelt hij in de tuin zijn kostje bij elkaar.
            
            Ter verfraaiing had Gemma uit Nootdorp een mooi beeldje uit Zimbabwe meegenomen dat nu op een stenen sokkel staat te pronken.




           
            De avonden zijn bijna nog rustiger dan de dagen. Geen krant en op de tv alleen Nederland 1, 2 en 3, waarvan 1 en 2 voortdurend wegvallen en 3 niet verder komt dan de mededeling: no signal. Bij wijze van running gag vraag ik Gemma met enige regelmaat of er nog iets leuks komt. Het enige leuke, aanvankelijk enge, kwam deze keer van buiten. Heftig getik op de ramen alsof er bij de buren brand was of een kind op komst. De buren zijn ver in de zeventig en om lichamelijke redenen al lang niet meer gesignaleerd.
            Buiten werd al snel duidelijk wie wel voor de ophef zorgde: een paar joekels van meikevers die met geweld naar binnen wilden omdat ze een schemerlampje voor de maan aanzagen. De meikever oriënteert zich als nachtdier op de maan maar laat zich makkelijk afleiden door een schemerlampje.
            De volgende ochtend trof ik enkele kevers met ernstig hersenletsel in de tuin voor het raam. Ze kwamen langzaam bij van een verwarrende avondje headbangen en een voor een lukte het ze om overeind te komen en, als een soort dronken drones, weg te vliegen.
            
            Meikevers zijn totaal ongevaarlijk maar ze kunnen wel schade aanrichten aan planten. Dat geldt zeker voor de larven. Ze zijn zwaar beschut met schilden. Daaronder dragen ze een wittig donzen pak van fijne haartjes. Dit uiterlijk heeft ze in de volksmond op veel plaatsen de bijnaam mulder (of iets vergelijkbaars, molenaar dus) bezorgd. Opmerkelijk is ook dat ze in een verder verleden door kinderen ook wel werden gebruikt voor kinderspelletjes. De grap was dan om een touwtje aan een poot te knopen om met de arme kever te vliegeren. Wiens kever het hoogste kwam, had dan gewonnen. En wie te hard aan zijn lijn rukte, liep het risico zijn kampioenskever te verliezen omdat er dan alleen een pootje aan een touwtje naar de aarde terugkeerde. En meikevers kunnen ook op vijf poten heel goed vliegen.
            
            De volgende tekst troffen we aan op de site van Fons Herlich uit het Belgische Kontich:
            
            In het voorjaar hielp de natuur ons dan weer aan een ander goedkoop speelgoed.Niet alleen vlinders (bij voorkeur “panneplekkers”) stopten we met wat bladeren in een doosje of een glazen potje, maar ook allerlei rupsen, “dollen”, “schoenmakers”en “pekduvels”. Maar geen enkel insect
             haalde het van de meikever (bij ons “meuldenteir”), die we toen zoveel als we wilden konden gaan schudden uit de beukenhagen van “het Leike”, of ‘s avonds in de vlucht vangen als ze, van uit de lindebomen op het Sint-Jansplein, rond de gaslantarens kwamen vliegen. Alhoewel alle meikevers een vierjarige cyclus hebben, konden wij zogezegd toch zien aan de witte driehoekjes op hun flanken hoe oud ze waren. En er waren koningen, bakkers en “spellezukers” bij. De koningen blonken het hardst, de bakkers waren precies wat wit bestoven en de “spellezukers” kropen direct in de richting van een speld wanneer men ze er in de buurt van neerzette. Door het puntige achterlijf van de meikever staken we met een naald en garendraadje, of bonden het aan een van de poten, en lieten het diertje als aan een leiband rondvliegen,of losgelaten met aan het einde van het garendraadje een boomblad of grassprietje, de lucht in gaan.
            Om de meikever tot vlugger opstijgen aan te porren, deden we “teentje trap” d.w.z.met de nagel van de wijsvinger drukten we op een der achterpootjes van het diertje.
            Bijzondere pret beleefden we in de school als iemand stiekem van achter de rug van een medeleerling een meikever kon doen opspringen in de klas.