MEEM'64, Evolutie, Ideeën, Taal en Creativiteit

Gerard van de Schootbrugge (alias Gerard Espunt)

0204

14 januari 2020

Sinterklaas behoeft (g)een introductie

Evolutie, evaluatie en traditie


In tegenstelling tot de Goedheiligman zelf kan de grote schare vereerders nog wel een introductie gebruiken. En dan vooral diegenen die in hun aanhankelijkheid de Sint ook daadwerkelijk ondersteunen en zijn omvangrijke en mooie taak proberen te verlichten door te helpen in de logistiek of bij het realiseren van simultane verschijningen, in vakkringen ook wel bilocatie ja zelfs multilocatie genoemd. Een fenomeen dat in zeldzame gevallen spontaan kan optreden, maar daar mag Sint Nicolaas natuurlijk niet vanuit gaan. Er moet op hem gerekend kunnen worden, overal en altijd. En het liefst goed bevoorraad.

Op het moment dat ik dit schrijf is het 14 januari 2020. De Sint is weer opgegaan in hogere sferen, ook het prachtige Kerstfeest, ja zelfs het minder prachtige Oud & Nieuw, liggen al weer achter ons. In vroeger tijden zeilden wij dan moeiteloos de uitverkoopperiode tegemoet. Balansopruiming. Een periode van bijna weggeven, en psychosociaal belangrijk om het volk weer te laten wennen aan de normale omstandigheden waarin weer de normale prijzen gelden.

Zoals met alles wat het kapitalisme aanraakt, is ook die eerlijke opruiming van winkeldochters en spulletjes met een vlekje, volkomen gecorrumpeerd. Het is nu het hele jaar "SALE". Alleen die term al! En omdat de consument op enig moment doorkrijgt dat dat dus niets meer betekent, hebben de verkoopgenieën een soort superuitverkoop geïntroduceerd. Uiteraard afgekeken van onze grote kapitalistische voorgangers aan de overkant van de grote plas. Dus hebben we nu ook een Black Friday waarin spulletjes worden verkocht die speciaal voor deze gelegenheid zijn aangeschaft of die in een eerder stadium, heel listig, we zouden tegenwoordig zeggen 'sneaky', eerst in prijs zijn verhoogd om ze vervolgens heel ruimhartig te kunnen afprijzen. Als was het een omvangrijke daad van barmhartigheid waarvoor de aandeelhouders en bonusgerechtigden bereid zijn geweest levensgevaarlijk te bloeden. Misschien terzijde nog de opmerking dat het maar de vraag is hoe lang de term Black Friday nog als politiek correct zal worden gezien. Sint Nicolaas weet hier alles van.

Het wordt nu wel eens tijd voor een kleine persoonlijke ontboezeming. Zolang ik me kan heugen ben ik in de ban van Sint Nicolaas en de hele entourage van deze magische figuur. Dat heugen is rond mijn derde jaar begonnen en ik sta nu op het punt 75 jaar te worden. Tel maar uit. Aanvankelijk als de ontvangende partij, later ook als gevende partij. Terugkijkend was dat ontvangen in die jaren veertig en vijftig zeer beperkt. Vergeleken met nu. Maar toen was het ook al magisch. Zomaar een suikerbeestje in je schoen zonder dat je daarom hoefde te zeuren. Een liedje bij de kolenkachel was meestal toereikend. En dan pakjesavond bij opa en oma. Samen met de kinderen van opa en oma, waaronder mijn vader, en de kleinkinderen. Onbegrijpelijk dat er zoveel kadootjes waren afgeleverd. Op het eind van de avond lagen er voor jouw snotneus nieuwe gebreide handschoenen op tafel, met een kleurboek en soms zelfs met een gereedschapsetje waar je uiteraard niets mee kon. Maar het lag daar toch maar. En het was van jou. Gekregen van die goede Sint.

Dat die Sint in het land was, leidden wij af aan veranderingen in de winkeletalages en aan sommige advertenties in de Gooi en Eemlander. Daarin verschenen afbeeldingen van mijters, staven, zakken. Duidelijke aanwijzingen. En soms zelfs een compleet hoofd van de Sint samen met een lachende Pieterman. En werkelijk sprakeloos waren we van plaatjes waarin de Sint, op zijn toen nog naamloze paard,  over de nok van een dak galoppeerde, gevolgd door zijn donkere knecht met een welgevulde zak over zijn schouder. En natuurlijk een prachtige volle maan die vanachter de kale bomen dit spannende tafereel bescheen. Deze subtiele aanwijzingen waren voor ons voldoende om bij het invallen van de schemering de daken in onze buurt scherp in de gaten te houden. Ook in de wintertijd speelden wij na school buiten met als afspraak dat we voor het donker binnen moesten komen. Tegen die tijd hadden we op de daken al het een en ander waargenomen dat hoge verwachtingen wekte voor de komende nacht: Pieten, voorovergebogen, met het oor op de walmende schoorsteen. Het was alles van een opwindende en veelbelovende magie.

Het waren deze belevenissen, dat gevoel van spanning in de lucht, die me niet alleen altijd zijn bijgebleven maar die ik ook mijn eigen kinderen en hun generatiegenootjes zo van harte gunde.


2001. Sint Nicolaas op bezoek bij de groep Europartners van Philips in Eindhoven. Vanwege de knellende snor doet de Sint het hier even met zijn eigen snor. Aan de arm Piet Angelique. Op kniehoogte is nog juist de gouden bies te zien die Sinterklaas-moeder heeft gebruikt om te maskeren dat de witte onderrok was verlengd met een extra reep.




















Het gevolg, voor een stukje logica, voor een stukje toeval, was dat ik de mogelijkheden die zich aandienden om te helpen dit feest in stand te houden, steeds met beide handen heb aangegrepen. Waarbij kwam dat ik er ook onwaarschijnlijk veel plezier aan beleefde. De eerste kans die ik kreeg was in mijn studententijd. De Utrechtse studentenarbeidsbemiddeling had werk in de aanbieding: sinterklazenwerk. Huisbezoeken, schoolbezoeken, winkelbezoeken, huisbezoeken. Daar waren veel capabele en serieuze personen voor nodig. De, nogal matige, outfit werd beschikbaar gesteld. Later, zo rond 1975, als onderzoeker aan dezelfde universiteit werkzaam, kreeg ik het eervolle verzoek om deel uit te maken van de groep die het jaarlijkse Sinterklaasfeest op het Fysisch Laboratorium moest invullen. Omdat Jaap van Eck de hoogste in rang was, werd hij de Sint. Ik moest het doen met de rol van zijn adelijke assistent: Don Alfredo de Menisquez. Een van de belangrijkste gebeurtenissen in de jaaragenda van de Utrechtse fysici. Een propvolle collegezaal, zich verkneukelend om de manier waarop met de hoogleraren de draak werd gestoken. Veel later was ik enige tijd actief op het Natuurkundig Laboratorium van Philips in Eindhoven. Daar was het zo mogelijk een nog groter evenement. Wie direct getuige wilde zijn van de show moest toch minstens een uur eerder aanwezig zijn om zeker te zijn van een plekkie. Was je te laat dan moest je het spektakel vanaf het beeldscherm volgen. Ik begreep dat de Sintploeg het hele jaar bezig was met het verzamelen van compromitterende gegevens en beelden. Ook hier moest de leiding het zwaar ontgelden.

Als troostprijs, hoewel, mocht ik als Sint optreden voor de NatLab-groep waarin ik toen werkte. In de Sint-outfit uit Delft, waar ik al vele jaren als Goedheiligman de kinderen van het Centraal Kantoor bezocht. Die outfit was weliswaar wat chiquer dan de kleding die mij ooit vanwege de studentenarbeidsbemiddeling ter beschikking was gesteld, maar ideaal was ze geenszins. De personeelsvereniging bij TNO was weinig draagkrachtig en dat betekende dat ik het moest doen met een sintensetje van de Kwantum. Eenheidsmaat. De mijter te nauw, de superplie te kort, de baard te krap, kortom afzien. Mijn oude, lieve moedertje, handig met naald en draad, heeft de mijter van twee spieën voorzien en in de superplie een tussenstuk afgezet met goudband gezet. De snor bleef tot mijn vertrek bij TNO een martelwerktuig.

Pas echt klasse werd het toen ik betrokken raakte bij een club enthousiastelingen in mijn woondorp Nootdorp. Prachtige spullen, fraaie kleding, perfecte grimering, top. Ieder jaar zijn wij met een groep van circa dertig man/vrouw een paar weken op hoogstverantwoorde wijze aan het klazen. De opbrengst is voor een goed doel. In al onze dorpsheid houden wij streng vast aan de klassieke Zwarte Piet. Wij herkennen ons niet in het racistische verwijt. Piet is van oorsprong een zinnebeeld van het kwade, de duivel. Elders in Europa is deze oorsprong nog duidelijk aanwezig. In Nederland hebben we van het feest een soort GTST gemaakt. Ieder jaar wordt er weer een nieuwe oorsprong aan het verhaal gegeven. De NOS bepaalt hoe wij geacht worden het feest te beleven. In mijn ogen zijn ze daar langzamerhand in doorgeschoten. Het Sinterklaasfeest is er vooral voor de kinderen van 3 tot 7. Die willen herkenbaarheid. Het hele fenomeen is van zichzelf al spannend genoeg. En iedereen moet het kunnen meevieren. Zoals de ouden zongen, zo piepen de jongen. Dat is traditie. En daar houden we ons in Nootdorp aan.

2019. De bijna echte Sint op bezoek bij een kapperszaak in het winkelcentrum Nieuw-Sloten. Zoals steeds belaagd door papparazzi.


Espunt, 14 januari 2020