MEEM'64, Evolutie, Ideeën, Taal en Creativiteit

Gerard van de Schootbrugge (alias Gerard Espunt)

0297

Deze tekst verscheen eerder onder de titel 'De dag na Sinterklaas' in het kerstnummer van de ReünistenVox, jaargang 2003, het blad van de reünisten van de Utrechtse studentenvereniging Veritas. Hier geplaatst op 19 januari 2019.


Hoe vruchtbaar is de Sint nog?

 


De dag na Sinterklaas 

Het is 6 december 2003, de dag na Sinterklaas. Gisteren nog werd ik in een brandweerwagen bij een  basisschool afgezet. Een paar van mijn Pieten zaten in doodsnood op het dak. Hoogtevrees. Met een zekere schaamte had ik de brandweer te hulp moeten roepen. Pieten met hoogtevrees, dat getuigt van ondeugdelijke selectie. En daarvoor ben ik zelf verantwoordelijk. In de Trouw van die ochtend stond op de voorpagina een foto van de Sint, samen met een Piet, en duidelijk in volle haast op weg naar het volgende adres. Er staat nog een derde persoon op die foto, ook in een lang gewaad. Iemand van allochtone afkomst, zo te zien Marokkaans. Hij kijkt op zijn best verbaasd, maar als iemand zou zeggen dat er eerder sprake is van afkeer dan zou ik daar geen moeite mee hebben.  


Myra

In de San Nicolao basiliek in Bari liggen de ontvoerde stoffelijke resten van de bisschop van Myra. Hij ziet er daar anders uit dan wij gewend zijn. Het haar wat korter, de huidskleur wat donkerder. Een oude Griek uit Voor-Azië toen dat nog een sterk Grieks-Romeins karakter had.


De foto is vol humor maar legt ook op een onbarmhartige wijze de botsing van culturen bloot. Zullen we ooit nog eens beleven dat de Sint bijvoorbeeld ook door de Turken als een figuur van nationale statuur wordt beschouwd? Nicolaas, in de vierde eeuw bisschop van Myra in Klein-Azië in de tijd dat het Christendom er nog onomstreden was. Met het verschijnen van de Islam en de aanvallen van Arabische piraten op westerse doelen werd de intussen heilige Nicolaas, die zich als een beschermer van de zeelieden had ontpopt, door de Byzantijnen steeds vaker als beschermheilige naar voren geschoven. Zo kon het gebeuren dat er in de negende en tiende eeuw in een groeiend aantal Griekse en ook Italiaanse havensteden (waaronder Venetië) Nicolaaskerken verschenen. Dat de Sint op deze wijze in de ogen van de Arabieren een wat partijdige figuur is geworden, kan men begrijpen. Maar de Turken zijn geen Arabieren. Daar liggen mogelijkheden tot verzoening. Het zou waarachtig een beeld van historische betekenis zijn als bij het toetreden van Turkije tot de Europese Unie de Sint de Bosporus zou oversteken, gezeten op Amerigo, met in de rechterhand een gouden kistje met zijn eigen relikwieën uit Bari om deze bij te zetten in de Nicolaaskerk van Myra. En alle Turkse kindjes zouden voor één keer hun schoen mogen zetten op de avond voor het Suikerfeest. En ’s ochtends zouden ze schapen van suiker en marsepein in hun schoen vinden.

 

Fiat 500

In de jaren zestig verplaatste de Sint zich onder meer in een Fiat 500. Zijn chauffeur liet zich buiten werktijd Michael noemen. Hij deelde met de Sint dezelfde jaarclub.


Ongeveer veertig jaar geleden ( midden jaren zestig) reed ik met mijn goede vriend en jaarclubgenoot Michael van Gaalen  in een Fiat 500 door Utrecht. Wij schnabbelden wat bij door ons te verhuren aan het Utrechtse Uitzendbureau voor Sinterklazen. Het was in de tijd dat de scholen nog onbeschroomd wit en de Pieten ongeneerd zwart waren. Onze rolverdeling was ingegeven door het feit dat Michael reeds over een rijbewijs beschikte, en een, zij het wat weinig riant, autootje . Hij was dus Piet en zo sprak ik hem dan ook aan. De ons verstrekte uitrusting had zijn beperkingen. De grootste was wel dat de pruik een geheel vormde met de mijter (de outfit waarmee wij de weg op werden gestuurd was zelfs voor die tijd onder maat). Dat had tot gevolg dat ik verplicht was de mijter in de auto op te houden. Wij konden het ons niet permitteren om, aankomend bij een schoolplein vol verwachtingsvolle kindertjes, de auto te verlaten en dan pas, in het zicht van eenieder, mijter inclusief pruik op te zetten. Nu ben ik zelf niet een van de kleinsten en met mijter kom ik al snel aan een lengte van ver boven de twee meter. Dat past niet zomaar in een Fiat 500. Daarom nam ik half liggend plaats op de achterbank en legde dan mijn benen over de voorstoel. Met een geopend dashboardkastje, ook al erg krap in zo'n Fiatje maar alle beetjes hielpen, voor mijn voeten paste het dan net. De staf stak uit het raam hetgeen het geheel een feestelijke uitstraling gaf. In de stad werd vaak met enige zorg naar binnen gekeken om te zien of de uitgetelde Sint niet op weg was naar een EHBO-post. Het was hard werken voor weinig geld. Ik voel nog hoe de nietjes waarmee de pruik aan de mijter was bevestigd, in de loop van de dag steeds verder de schedel binnendrongen. Het bezorgde mij de weken daarna slecht helende stigmata die door de omgeving echter niet als zodanig werden herkend. Het enige onderdeel waar ik zonder schroom mee voor de dag durfde te komen waren mijn schoenen, die door de vader van mijn toenmalige vriendinnetje en nu mijn vrouw met zorg voorzien waren van een goudkleurige coating. Ik moet er wel bij vertellen dat na een aantal dagen het grootste deel van de goudkleurige coating van mijn schoenen was overgestoken naar de rand van het veel te kleine dashboardkastje. Met een sterk verkoopverhaal heeft Michael er later nog een slaatje uit kunnen slaan toen hem bleek dat er een nichemarkt is voor geheel of gedeeltelijk vergulde Fiatjes.


Overlevingskunstenaar

Hoewel het overlevingsvermogen van de Sint op zich miraculeus is, geen puritijnse stroming heeft hem tot nu toe kunnen elimineren en ook de grote interne heiligenzuivering van het concilie van 1959 heeft hij moeiteloos overleefd, toch is waakzaamheid op zijn plaats. Talrijke gevaren liggen op de loer. De belangrijkste is waarschijnlijk het gebrekkige voortplantingsvermogen van ons soort mensen. Bij mijn werkgever, waar ik ook al weer vele jaren als Sint mag voorgaan, tellen we de laatste jaren de kopjes voordat we een bezoek van de Sint in gang zetten. Beneden een zeker aantal houdt de personeelsvereniging het voor gezien. Dan loont het de moeite niet meer. En ik moet zeggen dat we akelig dicht tegen de kritieke grens aanzitten. Gevreesd moet worden dat dit probleem zich ook in breder verband voordoet. De oorspronkelijke Sint Nicolaaslegende zit vol vruchtbaarheidssymboliek. Die is er in ons land wat afgeraakt. Het feest heeft weliswaar een kindgericht karakter maar de Sint richt zich tegenwoordig duidelijk meer op de kinderen die er al zijn dan op de kinderen die er zouden kunnen komen. De gevolgen van deze beperkte taakopvatting beginnen langzamerhand duidelijk te worden. En het is nog erger. Ooit was de Sint de laatste stok achter de deur als de opvoeding te kort schoot. Maar de Sint heeft zich mee laten slepen in een linksig mensbeeld waarin het kind automatisch opgroeit tot een deugdzaam persoon als het maar voldoende vrijheid ondervindt en vooral niet te veel gecorrigeerd wordt. Sindsdien lopen de Pieten er een beetje voor snot bij en staan de ouders waarbij het niet lukt, met lege handen. En dus denken al die stellen die zien dat het toch wel eens anders loopt dan Spock en Mead hebben voorspeld, nog een keertje extra na voor ze aan kinderen beginnen.


Opsteker

Een opsteker was eergisteren de foto in de krant van een hoogzwangere Maxima op de roltrap van de Beijenkorf. Het kan dus nog wel. In ieder geval nog iemand die het ‘Je Maintiendrai’ wel serieus neemt. Eerder zijn de Oranjes ons voorgegaan en hebben ze ons de weg gewezen naar een glorieuze toekomst. Een volk dat zich niet meer wenst voort te planten heeft de strijd om het bestaan opgegeven. Een volk dat geen kribbetjes meer timmert, heeft zijn langste tijd gehad. Het klinkt hard, maar het is niet anders. Slechts als we niet alleen voor een harmonieuze maar ook voor een hormonieuze samenleving kiezen, is er nog redding mogelijk. En anders zie ik de Sint straks niet meer terugkeren uit Myra. Dan zal hij zich vermoeid naast zijn relikwieën vlijen om er uiteindelijk langzaam in op te gaan.

GvdS, 2003, Espunt 2019