MEEM'64, Evolutie, Ideeën, Taal en Creativiteit

Gerard van de Schootbrugge (alias Gerard Espunt)

0754

Columns voor Nootdorp Nu, 2010

                         Nootdorp Nu is een huis-aan-huisblad in Nootdorp dat iedere maand verschijnt. In 2010 kreeg ik het verzoek om iedere maand een column te schrijven. Ik doe dat uit hoofde van mijn functie als voorzitter van de stichting Kringloopwinkel De Wisselbeker. De kringloopwinkel is een inspiratiebron maar ik neem alle vrijheid om over alles te schrijven dat mij bezighoudt en dat hopelijk ook voor de ontvanger van het blad de moeite waard is. Hierna de columns die in 2010 zijn verschenen.


Kringloop der jaargetijden

Als de temperaturen gaan zakken, begint het gezucht weer: woonde ik maar in Marokko (of een ander land dat wat dichter bij de evenaar ligt). Heerlijk. Altijd zon. Altijd licht. Altijd warm. Dat veel inwoners van die altijd warme landen daar heel anders over denken, is bekend. Maar dat terzijde. Het gaat me nu even om de wisseling van de seizoenen. In het zuiden wisselt er niet zo veel. Het is er altijd groen, de mensen zijn er altijd blij en je moet altijd drie keer per dag douchen. Weinig seizoen, hooguit een beetje natter of een beetje droger. Hoe dichter je bij de polen komt, hoe heftiger de wisselingen worden. Ik moet toegeven dat een half jaar dag en half jaar nacht ook niet erg aanlokkelijk is. Maar wij zitten toevallig op een zodanige breedte dat die seizoenswisselingen tamelijk ideaal zijn. Ik moet er niet aan denken dat ik het hele jaar in mijn korte broek achter de muggen aan moet. Want als er ergens in huis muggen opduiken ben ik altijd de klos. Op onze breedte is dat nog net vol te houden: een maandje gestoorde nachtrust. Maar het hele jaar? Dan moet je toch echt aan de klamboe. Maar waar het natuurlijk echt om gaat is de afwisseling. De afwisseling van kleuren en humeuren, van temperaturen, van salades en stampot, van een trappistje en een whisky, van groeien en snoeien, spelletjes en knutselen, zeilen en schaatsen, lammetjes en vertrekvogels, factor 80 en lichttherapie. En alles wat daar tussenin zit aan lente en herfst. Wij leven in een bevoorrecht land, niet in de laatste plaats vanwege die prachtige seizoenen! Ik sta dus ook helemaal niet te juichen bij overdekte ski- en schaatsbanen, of bij tropische zwemparadijzen in vakantieparken. Ze ondermijnen ons seizoensgevoel en ze zijn ecologisch ook nog knap verdacht. ’s Winters op een terras met een elektrische kachel erboven? Niet doen.

De kringloop der jaargetijden gaat ook aan onze kringloopwinkel niet onopgemerkt voorbij. De vaste bezoekers weten het natuurlijk wel. Wij hebben ook ons seizoensaanbod. Wij hebben een zolder met schaatsen en kerststallen. Die komen nu weer de trap af. Halverwege komen ze de tenten en de spulletjes voor de barbecue tegen die op weg zijn naar boven. Wachten op het nieuwe seizoen dat altijd weer komt. Normaal gesproken. Misschien in 2012 voor het laatst als we de ondergangsprofeten mogen geloven. Maar ik zeg dan altijd maar: wie dan leeft, die dan zorgt. En voor degenen die zich nu toch een beetje ongemakkelijk zijn gaan voelen. Er zijn ook nog een hoop dingen die je van mij rustig het hele jaar mag doen. Zoals de Vier Jaargetijden van Vivaldi opzetten. Maar die pizza Quattro Stagioni zou ik echt voor de zomer reserveren.

December 2010



Het Doel en de Middelen

Het geld dat wij als kringloopwinkel overhouden, gaat naar goede doelen. Als je met vrijwilligers werkt heb je geen salariskosten. Dat scheelt met enkele tientallen medewerkers een slok op een borrel. En als die vrijwilligers zich ook nog voor driehonderdprocent inzetten ben je helemaal spekkoper. Daar komt natuurlijk bij, niet geheel onbelangrijk, dat iedereen zo langzamerhand wel weet hoe het bij ons werkt. Het gevolg is dat men graag spullen bij ons brengt. Want het is immers voor het goede doel. Lastig is wel dat er zo veel goede doelen zijn. De ellende in de wereld is nauwelijks te overzien. Er zijn veel goede activiteiten en initiatieven die onze steun kunnen gebruiken.

Om het voor onszelf een beetje overzichtelijk te maken hebben we besloten een paar soorten goede doelen te onderscheiden. Het eerste goede doel is eigenlijk het in goede staat houden van ons huis. Het oude schoolgebouw dat intussen tot gemeentelijk monument is gepromoveerd. We hebben de plicht om daar goed voor te zorgen. En dat doen we graag. Dan hebben we de doelen die duizend euro van ons krijgen. Elke maand een nieuw doel. Er is verder een potje voor wat we noemen ‘de Nootdorpse doelen’. Dan kun je denken aan de Vakantieweek of een uitje voor onze bejaarden. Binnenkort verschijnen er in de Dorpsstraat een paar mooie nieuwe banken (de ouwe banken zijn vertrokken, grapje) waar onze bejaarden elkaar kunnen treffen. En dan zijn er ook nog onze grote doelen waar we in principe voor een periode van drie jaar elk jaar 5000 euro aan schenken. Aan deze doelen stellen we wel wat extra eisen. Een ervan vinden we erg belangrijk: de initiatiefnemers moeten uit de buurt komen. We willen er een beetje zicht op kunnen houden en we willen er een band mee op kunnen bouwen. We hadden al twee van dergelijke projecten. Adrie de Koning krijgt geld voor zijn werk in Laos en Wim van de Burg steunen we bij zijn fantastische werk in Kenia. Adrie woont in Nootdorp, Wim in ’s-Gravenzande. Er komen er nu twee bij. We hebben in principe besloten om de komende jaren Maria Goris te gaan steunen die zich bekommert om de allerarmsten in Armenië en Antoinette Termoshuizen die actief is in Bangladesh. Maria Goris woont en werkt in Armenië, maar zij wordt gesteund door een stichting in Pijnacker. Ook de stichting NIKETAN van Antoinette komt uit Pijnacker.

Er is tegenwoordig nogal wat gedoe over het nut van dit type hulp. Het is onze overtuiging dat deze door particulieren opgerichte stichtingen heel vakkundig en praktisch te werk gaan. Ze hebben kleine maar duidelijke doelen voor ogen en ze gebruiken onze euro’s waar ze voor bedoeld zijn: helpen en liever nog: verder helpen. In veel gevallen starten ze projecten op plaatsen waar de grote organisaties niet komen. Zij geven antwoord op kleine hulpvragen. En daar helpen we ze graag bij!

November 2010


Vrijheid, Gelijkheid, Broederschap

Als je in de handel zit moet je je zo min mogelijk met de politiek bemoeien. Kost altijd klanten. En waar je al helemaal niet over moet beginnen is godsdienst. Goeie kans dat 75% van je klanten besluit om bij de kringloopwinkel in Delft of Pijnacker te gaan winkelen.

Maar je kunt ook niet altijd maar doen of je neus bloedt. Of het je allemaal worst is of we nu rechtsaf gaan of linksaf. Of het progressiever moet of juist conservatiever. Of de vrouwen de kar nu maar eens een tijdje moeten gaan trekken. Of dat ze hem eigenlijk al trekken en de mannen nu eindelijk eens in beweging moeten komen.

Een ding is wel duidelijk: wij van de kringloopwinkel leven van de overdaad, de verspilling en misschien ook wel van de verveling. En nu komt mijn stelling: zo’n twintig jaar geleden hebben we, op een paar buitengewesten na, wereldwijd vastgesteld dat het kapitalisme daar beter in is dan het communisme. Waarin? Nou, in het scheppen van overdaad. Goed of fout? Dat laat ik nog even in het midden. Maar we hebben door schade en schande geleerd dat het kapitalistische systeem efficiënter is in het scheppen van materiële welvaart. Toen de kameraden tv kregen en zagen hoe wij het hier deden, was het snel gebeurd met de gelijkheid en de broederschap. Waarom het kapitalisme beter is in overdaad? Er zijn bibliotheken vol over geschreven. Ik denk zelf dat het te maken heeft met de vrijheid van mensen om hun eigen lot te bepalen. De Franse Revolutie had het niet alleen over gelijkheid en broederschap, maar ook over vrijheid. De communisten gingen met de eerste twee aan de haal. De kapitalisten, misschien moet ik beter zeggen de liberalen, met de vrijheid. Neem je lot in eigen hand. Durf zelf na te denken. Van die dingen. We weten nu dat vrijheid meer energie, initiatief en creativiteit opwekt dan gelijkheid en broederschap. En uiteindelijk meer welvaart.

Hoe blij moeten we zijn met de mentale overwinning van het kapitalisme? Tja. Te veel vrijheid is blijkbaar ook niet alles. Zie de bankencrisis, de klimaatcrisis, de grondstoffencrisis, de voedselcrisis, de bevolkingscrisis, de watercrisis. Wat is al die welvaart waard als iedereen pillen moeten slikken om de oorlog van allen tegen allen vol te houden? Overdaad schaadt, zei mijn grootmoeder al. Ze leefde heel sober. Ze zou geschrokken zijn als ze had kunnen zien hoe dik we tegenwoordig allemaal worden. Dikke ikken met dikke nekken. De kringloopwinkel leeft van de overdaad. De overdaad kunnen we niet bestrijden. Die zit tussen onze oren. We kunnen hooguit de scherpe kantjes er een beetje afhalen. Door over de sticker van de nieuwprijs een sticker met een klein prijsje te plakken. En met de opbrengst proberen we stiekem toch weer een beetje gelijkheid en broederschap in het verhaal te smokkelen.

Oktober 2010



Wanorde

Er is in de natuur een belangrijke wet die bij de Nootdorpers minder bekend is dan de kringloopwinkel. Die wet zegt dat de verandering van orde in wanorde geen moeite kost. De andere kant op gaat echter niet vanzelf. Ik hoef maar naar mijn bureau te kijken om te zien hoe waar dit (helaas) is. De natuur is niet aardig. Maar wacht eens even, de natuur zit vol met kringlopen waarin orde en wanorde elkaar afwisselen. Neem onszelf. We worden stukje bij beetje opgebouwd, eerst in de baarmoeder, daarna in de open lucht. Er ontstaat iets ordelijks dat we mens noemen. Maar die orde weten we niet vast te houden. We gaan sukkelen, vallen om en vallen uit elkaar. Weg orde. Gaat vanzelf. Hoef je niks aan te doen. Vroeg of laat komen die atomen en moleculen weer bij elkaar en wordt er een nieuwe mens geboren. Uit de wanorde is weer orde ontstaan. En dat gaat dus niet vanzelf. Dat kost energie, letterlijk en figuurlijk. Die energie halen wij mensen uit ons voedsel. Die energie is er ingekomen omdat planten (en indirect dieren) energie van de zon benutten om hun eigen bouwstoffen te produceren. Kortom, kringlopen in de natuur zijn mogelijk omdat er een bron is die de noodzakelijke energie levert om de kringloop draaiend te houden. Vaak is dat de zon. En kringlopen zijn belangrijk omdat de grondstoffen telkens opnieuw gebruikt worden. Dat is handig als de voorraden eindig zijn.

De natuurlijke neiging tot wanorde kun je soms temperen door maatregelen te nemen die degradatie of verval tegengaan. Dat kost energie (kan niet anders) maar een kleine inspanning is soms al effectief. Op tijd een kwastje verf, een mottenballetje, een spuitje olie, etc. Daarbij moeten we natuurlijk wel bedenken dat we iets doen waar over nagedacht is en waar ooit meer of minder energie in is gestopt. Het is dus niet alleen onze energie waarmee we de verf aanbrengen, maar ook de energie die nodig was de verf te ontwikkelen, te produceren, te verpakken, te vervoeren, etc.

Een kringloopwinkel is niet alleen een activiteit die meehelpt zuiniger met onze grondstoffen om te gaan, het is ook een object dat zelf neigt tot wanorde. Zo kost het onze vrijwilligers ’s maandags de nodige energie om de wanorde van de voorgaande week weg te werken. Veel wordt opgepakt, weinig op dezelfde plek teruggezet. Deze maandaginspanning is uiteindelijk niet voldoende om de winkel te behoeden voor chaos. Daarom gaan we in de zomervakantie twee weken dicht en gaat de bezem er echt doorheen. En dat vraagt een veelvoud aan energie. Maar ja, er zijn nu eenmaal wetten en natuurwetten. En vooral de laatste zijn onverbiddelijk.

September 2010



Koningsdag

Alles verandert, ook Koninginnedag. Lang geleden vierden we op 30 april de verjaardag van Juliana. Na de troonswisseling vieren we iets anders. In mijn jeugd werden er ’s ochtends eerst heel veel vlaggen uitgestoken. Daarna zingen voor het stadhuis: de aubade. Vervolgens fanfares en harmonieën door de wijken om het feestgevoel verder op te jagen. In Soestdijk had je toen het defilé voor een zich voortdurend uitbreidende koninklijke familie. Ik heb nog een foto waarop mijn vader te zien is die als tamboer van de Hilversumse politiefanfare met ferme pas en mooi in de maat aan het bordes voorbij trekt. ’s Middags kermis en de jaarlijkse voetbalwedstrijd tussen oud-spelers van ’t Gooi en Hilversum. Na afloop matten want een derby blijft een derby. En ’s avonds vuurwerk van eenvoudige snit. En dan zat de verjaardag van Hare Majesteit er weer op. Duidelijke zaak. Toen kwam Beatrix en die ging het land in. Ook leuk. Koninginnedag veranderde van een feest voor het volk in een feest van het volk. Eerst was het volk op visite bij de Majesteit, nu was de Majesteit op visite bij haar volk. En natuurlijk de vrijmarkt. De rumoerige jaren zestig hadden er de basis voor gelegd: een combinatie van speels volkskapitalisme en goedaardige anarchie. 

Voor ons als kringloopwinkel heeft die Konininnedag-nieuwe-stijl iets aparts. Op de dag dat ons land één grote vlooienmarkt is, voel je je als kringloopwinkel klein worden. Wie ’s middags om vier uur door Amsterdam loopt en ziet wat er allemaal aan spullen is achtergelaten, realiseert zich pas echt hoe onwaarschijnlijk rijk wij eigenlijk zijn. De welvaartsmaatschappij, het hyperconsumentisme, het is allemaal van na Juliana, waarmee ik uiteraard niet wil beweren dat het de schuld is van Beatrix. Toen mijn vader langs het bordes paradeerde had hij sokken aan, die door mijn moeder zo kundig waren gestopt dat de koningin daar niets van merkte. Wij stoppen niet meer, zelfs niet als er een licht op rood staat.

Niet iedereen laat zijn spulletjes op straat achter. Er zijn ook mensen die de onverkochte zaken op het eind van de dag weer inladen en de volgende dag bij ons brengen. Vrijwel altijd goed bedoeld. Maar het betekent wel een aanslag op onze verwerkingscapaciteit. De dag na Koninginnedag is een soort Dag des Oordeels. Dat oordeel luidt in de meeste gevallen: onverkoopbaar. En dan moeten wij het dus verder opruimen. Maar ach, we kreunen wel eens, maar het hoort er ook wel een beetje bij. Want uiteindelijk worden we vorstelijk beloond voor ons geploeter. Die beloning is dat we zo veel mensen blij kunnen maken met een donatie. Mensen die ons paradijs van de vrijmarkt alleen van horen-zeggen kennen.

Juni 2010


Op gevoel

Ik kom regelmatig in onze kringloopwinkel aan de Molenweg. En elke keer als ik de deur van de oude dorpsschool open, dezelfde deur waar eens de kinderen keurig in de rij door naar binnen marcheerden, geeft me dat een apart gevoel. Als je eenmaal binnen bent, word je niet direct besprongen door de laatste marketingtechnieken. Er klinkt geen muzak (die alle waardevolle muziek tot afval degradeert), er zijn geen opdringerige posters die je een illusie proberen aan te smeren. Maar je zintuigen worden wel degelijk geprikkeld. Allemaal. Het oog wordt getroffen door een gevarieerde verzameling objecten van middelbare leeftijd die toe zijn aan een tweede jeugd. En dan de neus. De neus zorgt voor de bevestiging van wat het oogt waarneemt. De inventaris ziet er niet alleen gebruikt uit, ze ruikt ook zo. Eerlijke zaak. Geen gegoochel met spuitbussen. En het oor? Het oor neemt het geroezemoes waar van een winkel waar het altijd gezellig druk is. En waar je regelmatig de naam Bep of Emmy hoort roepen omdat er iemand iets zoekt waarvan ie zelf wel weet dat het er niet is. Emmy of Bep moet dat dan bevestigen. Goed voor de gemoedsrust. Of iemand wil een prijs weten. We hebben weliswaar alles geprijsd, maar soms verdwijnen er prijsjes. Of ze kloppen ineens niet meer. Hoe dat kan? Tja. Laatst vonden we ergens onder de plank van een stellingkast een hele verzameling prijsstickers. Yuri Geller? Was het maar waar. Wij vrezen dat er mensen zijn die zelfs in een kringloopwinkel hun slechte neigingen niet onder controle kunnen houden. Welk zintuig hebben we nog niet gehad? Het gevoelszintuig. Heel belangrijk omdat het nogal krap is in de winkel. De ontwerpers van het oude schooltje hebben geen rekening gehouden met het hergebruik van hun schepping. Mag je ze dat aanrekenen? Lijkt me niet. Dat we nu bijna stikken in onze eigen spullen en dat een kringloopwinkel een (kleine) rol speelt in het beheersen van de vloed, dat hebben een eeuw geleden weinigen voorzien. En zeker de architect van de school niet. Hoe het ook zij, zonder gevoelszintuig word je in de winkel al snel een oude olifant in een oude porseleinkast. Aanraken is nodig en onvermijdelijk, aanstoten moet worden voorkomen. Voor de medewerkers betekent dat een voortdurend gevecht tegen de verstikking. Sommigen worden ’s nachts zwetend wakker omdat ze in hun droom vermalen dreigden te worden in een reusachtig schuifpuzzel die een eigen leven was gaan leiden.

Het gevoelszintuig is veelzijdig. Het gaat ook over het gevoel dat de winkel je geeft. Wat mij betreft is dat een goed gevoel. Omdat het om een goeie zaak gaat en omdat veel mensen er voldoening aan beleven. Zowel de vrijwilligers als de (vaak heel trouwe) klanten. Kortom, de kringloopwinkel heeft alles met gevoel te maken. Daarom onderteken ik ook met: Knuffel.

Mei 2010


De oude Remington

Onze kringloopwinkel is begonnen als een milieuactie. Waarom iets weggooien als iemand anders er nog plezier aan kan beleven? Dingen kunnen heel goed een tweede jeugd krijgen. Of een derde. Ze beginnen hun bestaan meestal als iets nuttigs. Bijvoorbeeld een typemachine. Op een bepaald moment komt er op kantoor een elektrische variant met van die draaiende bolletjes. De oude Remmington met belletje wordt dan afgedankt. Maar voor een stukjesschrijver is zo’n veelarmig monster nog goed genoeg. Totdat de krant besluit dat alle kopij elektronisch moet worden aangeleverd. Dan moet ook de journalist overstag. Vanaf dat moment staat die oude Remington toch een beetje in de weg. Eigenlijk steeds meer. Maar ja, moet je zo’n ding nou dan ook maar gelijk bij het vuilnis zetten? Met die oude Remington heb je wel al die verhalen gemaakt, met de duvel op je hielen omdat er altijd een deadline was. Afstand doen lijkt wreed, ondankbaar bijna. Dat simpele apparaat heeft je nooit in de steek gelaten. Zo gaan dat soort dingen. Vroeg of laat, soms moet er eerst nog iemand overlijden, wordt de dreiging toch reëel dat de oude Remington richting schroothoop verdwijnt. Of toch maar de kringloopwinkel? Nou vooruit. Die zijn overal blij mee. En jawel hoor, daar wordt de oude Remington na twee weken ontdekt door een verzamelaar. Hij heeft het model al heel lang op zijn verlanglijstje. Of hij mist een paar onderdelen, wat bij zo’n oude Remmington zo maar kan gebeuren. Even tussendoor: Simon Vestdijk, de man die sneller schreef dan God kon lezen, maakte voor zijn maniakale productie gebruik van een Remington 12. Naar verluid, ontbrak op dit apparaat de letter –t-. Hij heeft nooit de moeite genomen een nieuwe –t- te installeren. Tijdens de correctiefase voegde hij de –t- met de hand toe. Volgens zijn jongere collega Willem Frederik Hermans had hij in de tijd die hem dat heeft gekost, makkelijk nog een roman kunnen schrijven. Hoe het ook zij: de oude Remington begint aan zijn zoveelste leven. Hij hoeft niks meer te kunnen. Glimmend oud zijn is genoeg.

Afvalstromen beperken door hergebruik, daar ging het om. En daar gaat het nog steeds om. Maar er is iets bij gekomen: goede doelen. Omdat we alleen met vrijwilligers werken, kunnen we regelmatig een handje helpen. Iedere maand hebben we een nieuw goed doel. Door onze vrijwilligers gekozen uit de aanvragen die binnenkomen. In de eerste helft 2010 gaat er geld van oude Remingtons naar: Paul Rompa, een gepensioneerd orthopedisch chirurg die kinderen met een orthopedische afwijking in ontwikkelingslanden helpt; Stichting Ambulance Wens die de laatste wens van een terminaal zieke vervult; Makena , een schoolproject in Kenia; Khanyo Laku Kresta dat zorgt voor schoolfaciliteiten in Zuid-Afrika; Capin de Cheine, een project voor straatkinderen in Recife, Brazilië; en het Mandioca-project dat de Xavante indianen in Brazilië helpt met een bijenproject.

Maart 2010


Kringloop in soorten

Wij hebben het nooit onderzocht, maar we hebben natuurlijk wel een beeld van de bezoekers van de kringloopwinkel. Zo zijn er de verzamelaars. Vrijwel alles leent zich voor verzamelen. De een is trots op zijn duizenden balpennen, de ander krijgt een apart gevoel als hij (ook zij) zijn blik laat dwalen over vitrinekasten vol met eierdopjes. Maar ja, zaken kunnen ook gaan vervelen, een partner kan dreigen met vertrek, de gemeente geeft geen toestemming voor uitbouw. Ineens is de lol er af. En dan kan het gebeuren dat er op een dag een opvallend aantal koffiemolens bij ons op de plank staat. Klaar voor de volgende verzamelaar.

Sommige mensen zijn zuinig. Zoals mijn moeder. Die spaart van haar pensioentje zodat ze zo nu en dan wat kan uitdelen. Als ik haar dan voorhoud dat niemand haar kwalijk zal nemen dat ze op haar 92 ste ook eens wat voor zichzelf koopt, schudt ze koppig. Haar grootste lol is om, als we elkaar treffen, even vlug voor te rekenen wat haar outfit heeft gekost, inclusief de praktisch nieuwe schoenen. Van het Leger des Heils. Meestal haalt ze de 10 euro niet. Medelijden heeft ze met ons soort krankzinnigen dat bereid is zo maar het twintigvoudige neer te tellen voor vergelijkbare artikelen.

Mijn moeder is niet echt arm. Armen heb je ook, hoewel mensen er niet graag voor uit komen. Iedereen wil respect. Daarom is het meestal beter om spullen niet zo maar weg te geven. Ook al omdat dingen die niets kosten psychologisch gezien minder aantrekkelijk zijn. Ze hebben dan blijkbaar geen waarde. En dus worden ze ook als waardeloos ervaren.

Er bestaan wereldwijd, ook in ons land, zogenoemde weggeefwinkels. Ze komen voort uit de maatschappijkritische kraakbeweging. Anarchistisch. Anti-kapitalistisch. De winkels hebben geen kassa. Je neemt mee wat je hebben wilt. Wat ze direct en indirect aan de kaak stellen is de onvoorstelbare verspilling en overvloed waarmee onze manier van leven gepaard gaat. En daar hebben ze absoluut een punt. Omdat veel mensen dat onbehagelijke gevoel delen, bezwijken de winkels onder de spullen die worden aangeleverd. Erger nog, de brengers delen doodleuk mee dat ze wat ruimte moesten maken om niet belemmerd te worden in hun koopverslaving.

Wij stellen ons wat minder extreem op. En dus prijzen we de spullen en hebben we sinds een maand zelfs een echte pinautomaat. Het ‘voordeel’ van deze kritisch kapitalistische opstelling is dat we met het geld veel goede doelen kunnen helpen. We hebben niet de illusie dat de revolutie vanuit de Molenweg 4 gestart zal moeten worden. Sterker nog: het geloof in utopieën heeft de mensheid net iets te veel ellende gebracht. Allemaal ons eigen kleine ding doen is waarschijnlijk een veiliger weg naar een beetje betere wereld. Daar kunnen we overigens best nog wat hulp bij gebruiken.

Februari 2010


Het eerste stukkie

Tegenwoordig noemen ze het een column. Dat klinkt natuurlijk een stuk beter dan ‘een stukkie in de krant’. En de ‘stukkiesschrijver’ voelt zich een hele piet als er op zijn c.v. staat: columnist. Zo kun je met wat gegoochel met woorden de wereld, maar vooral jezelf, aardig voor de gek houden. Wij trappen daar niet in. Wij hebben ons voorgenomen iedere maand een stukkie voor Nootdorp Nu te schrijven. Een stukkie over het wel en wee van onze Nootdorpse kringloopwinkel De Wisselbeker. En zeg nou zelf, ‘stukkie’ past toch veel beter bij een kringloopwinkel dan dat rare woord column. Met die m en n op het eind. Kan het onnootdorpser? Noem het dan kolom, want daar gaat het om: een kolom in de krant. Wij gaan gewoon voor het stukkie en dat maandelijkse stukkie gaat Kringels heten. Rooksignalen van de Molenweg 4. Zoiets. 

Het zou overigens helemaal niet zo slecht zijn als we in ons steeds plattere landje eens wat aandacht zouden besteden aan het hergebruik van goede Nederlandse woorden die ten onrechte bij het oud vuil zijn gezet omdat we Engels blijkbaar erg stoer vinden. Maar dit terzijde. Daar gaan we als kringloopwinkel niet over. Wij gaan niet over spirituele afdankertjes. Onze zorg is zuiver materialistisch van aard. Lenen de spullen die u bij ons brengt zich voor een tweede leven? Kunnen we daar nog iemand een plezier mee doen? Kunnen we de laatste rit naar de vuilstort nog even uitstellen? En in het verlengde daarvan speelt de vraag: waar kunnen we helpen met het geld dat we op deze manier vergaren? 

Of er maandelijks een stukkie uit de winkel te peuren valt? Dacht het wel! Want het is natuurlijk geen standaardwinkel. Het product is apart, soms zelfs verrassend. De bemanning? Heel apart, geloof me. De klanten? Daar moet je natuurlijk een beetje mee oppassen. Het zijn wel je klanten. Over het winkelpand valt overigens ook wel wat te vertellen. Een gebouw met een historie. De voormalige School met den Bijbel. Nu een gemeentelijk monument. En dan al die projecten die we steunen. Elk met een eigen verhaal. Elke maand een ander, uitgekozen door onze vrijwilligers. Voor de maand januari: Stichting “Dorcas Hulp”. Een organisatie die samen met lokale partners hulp biedt in Oost-Europa en Afrika. Dat subsidiëren werkt bij ons als volgt. In de loop van het jaar ontvangen wij van allerlei instellingen verzoeken om financiële steun. Het bestuur toetst de aanvragen aan enkele algemene criteria. Eens per jaar kunnen de vrijwilligers vervolgens hun voorkeur uitspreken. Dat gaat op 5 februari weer gebeuren. Ieder jaar weer een bijzondere gebeurtenis. De geselecteerde goede doelen krijgen elk van ons 1000 euro. Maar dat is maar een stukje van ons goede-doelenverhaal. Volgende Kringel meer.

Januari 2010