MEEM'64, Evolutie, Ideeën, Taal en Creativiteit

Gerard van de Schootbrugge (alias Gerard Espunt)

1011

Columns voor Nootdorp Nu, 2015

                         Nootdorp Nu is een huis-aan-huisblad in Nootdorp dat iedere maand verschijnt. In 2010 kreeg ik het verzoek om iedere maand een column te schrijven. Ik doe dat uit hoofde van mijn functie als voorzitter van de stichting Kringloopwinkel De Wisselbeker. De kringloopwinkel is een inspiratiebron maar ik neem alle vrijheid om over alles te schrijven dat mij bezighoudt en dat hopelijk ook voor de ontvanger van het blad de moeite waard is. Hierna de columns die in 2015 zijn verschenen.


Een voetbal voor de vrede

Eerst was er het vergeelde boekje Ik vocht om Arnhem, dagboek van een zweefvliegtuigpiloot, dat ik kocht in onze kringloopwinkel. Vervolgens was er het fraaie prentenboek: Een voetbal voor de vrede, een cadeautje van mijn uitgever. Het persoonlijke relaas van een Engelse soldaat uit de Tweede Wereldoorlog en een wonderbaarlijke episode uit de Eerste Wereldoorlog. En intussen zat ik te broeden op dit kerststukje. Al snel was me duidelijk dat ik deze coïncidentie niet kon negeren. Oorlog op aarde en vrede voor de mensen van goede wil.

Het treurige van de mens is dat hij van goede wil kan zijn en toch oorlog voert. Hoopvol is dat de mens soms in staat blijkt om zelfs in het heetst van de strijd zijn tegenstander met respect en als medemens te behandelen. Onze Engelse zweefvlieger zegt ergens in zijn boekje: ‘Wat ook mijn gevoelens tegenover de Duitsers mogen zijn, ik moet hun de eer geven, die hun toekomt. Gedurende de operaties in Arnhem hebben ze zich met de meeste nauwgezetheid gehouden aan de regels van de Geneefse Conventie.’

En dan het fraaie prentenboek. Een kerstverhaal. Kerstverhalen hebben bepaalde kenmerken. In de diepste treurigheid is er ineens de bevrijding, de verlossing, de vergeving. Een wonder. Licht. Vrede. Maar dat zijn verhalen. Een enkele keer gebeurt het ook echt.

WO I was in augustus 1914 begonnen. En aan beide zijden hoorde je: ‘Met Kerstmis zijn we weer thuis.’ Tegen de tijd dat het Kerstmis werd, zat de hele zaak echter muurvast in de modder van Flanders Fields. En dan, op kerstnacht, duiken er in en boven de Duitse loopgraven echte kerstbomen op, met brandende kaarsjes. En de Duitsers roepen naar hun Engelse vijanden: ‘Engelse soldaten, Engelse soldaten, gelukkig kerstfeest. Waar zijn jullie kerstbomen?’ En uit de loopgraven klinkt gezang: Stille Nacht, heilige Nacht en Es ist ein Ros’ entsprungen. De Engelsen reageren met applaus en met eigen kerstliedjes. Het schieten houdt op en wat later op de avond lopen de eerste durfals door het Niemandsland naar de vijandige linie. En al gauw komen steeds meer soldaten een kijkje nemen bij de “overburen”. Het gerucht verspreidt zich langs de hele frontlinie in België en Noord-Frankrijk en als ‘s ochtend de eerste zon door de mist breekt staan overal soldaten en officieren van beide zijden in het Niemandsland met elkaar te praten, te drinken en giften uit te wisselen. Hier en daar wordt samen gegeten en gezongen. En er wordt gevoetbald! Uitslag 3-2 voor Duitsland. Een halve eeuw later, WK 1966, wordt Engeland wereldkampioen door Duitsland met 4-2 te verslaan. De balans is hersteld. Als het niet kan zoals het moet, geen oorlog, dan moet het maar zoals het kan: voetbal als een beschaafde vorm van oorlog. Met al die integere leiders van de FIFA is dat een hoopvolle gedachte.

December 2015


Even stoom afblazen

De stoomboot is onderweg. Novemberstormen en woeste slagzeeën trotserend. Vol suikergoed en marsepein, waar vooral geen zout water bij mag komen. Vol met door batterijen aangedreven speelgoed waar al helemaal geen zout water bij mag komen. Kortom, het is weer ‘luiken dicht en recht zoals ie gaat’. We zullen er spoedig meer over horen als het schip puffend binnen het bereik van het Sinterklaasjournaal is gekomen. Hoewel, de stoomboot met alles wat hij meevoert, zoals daar zijn een Sinterklaas alsmede zijn Trouwe Knechten en niet te vergeten Amerigo, wordt natuurlijk op afstand bestuurd door het Sinterklaasjournaal. Dat bepaalt immers hoe we dit middeleeuwse volksfeest modern en correct dienen te vieren. Essentie: door de schoorsteen. Dat moet dan, naar ik aanneem, de schoorsteen van de stoomboot zijn. Andere zijn mij niet bekend. Het zwart moet toch ergens vandaan komen. Dat betekent voor de Trouwe Knechten langdurig verblijf in de schoorsteen en natuurlijk geen zout water. Maar zal onze Arbodienst niet eisen dat de Trouwe Knechten direct onder de douche moeten zo gauw ze onze territoriale wateren binnen varen? Hoe het ook zij, het is alles bij elkaar, samen met de anti-rookcampagne (ook tegen de stoomboot), een van de meer geslaagde pogingen om het volk op het rechte pad te krijgen. Maar het ergste verwijt geldt natuurlijk de Sint zelf en het blijft nog even de vraag of iemand van zijn leeftijd nog op andere gedachten gebracht kan worden. En wat dan? Zelf ben ik ook niet helemaal gelukkig met die Trouwe Knechten. Die aanduiding zal zeker in linkse kringen, waar de weldenkendheid zoals bekend niet gehinderd wordt door gevoelens uit de buikstreek, niet met gejuich worden ontvangen. Dan toch maar Marjan Sint met haar Kameraden? Ik zeg altijd maar zo: een traditie moet je snel de nek omdraaien, want er komt vroeg of laat geheid gedonder van.

Nu nog even terug naar die goeie, ouwe stoomboot, waar je zo heerlijk zwart in kon worden. In de jaren zeventig van de 19 de eeuw werd Europa overspoeld met goedkoop graan uit de VS en Canada, aangeleverd met de toen nieuwe stoomschepen. Het gevolg was een landbouwcrisis en een omgekeerde stroom van zeer grote aantallen emigranten die in stoomschepen de oceaan overstaken. Ze maakten van de VS een wereldmacht en beroofden tegelijk de oorspronkelijke bewoners van hun laatste leefgebieden. Ik zou zeggen: een tweede stoombootles, die misschien niet helemaal correct is maar wel weldenkend: migratie kent niet alleen winnaars. Wie niet in staat is zijn eigen belangen te verdedigen, die verliest (zijn plekkie). Soms heet je dan indiaan, een andere keer weer aboriginal of papoea. Of oranjeklant?

November 2015


De Nieuwe Mens

De jaren zestig begonnen, volgens de deskundigen, vijftig jaar geleden. Ja maar, hoor ik de snelle rekenaars nu denken, dan hebben we het over 1965. Zeker, maar de eerste helft van dat decennium stelde qua revolutie nog weinig voor. In 1965 begon Provo met het uitdagen van de autoriteiten. En dat lukte aardig. Het optreden van Provo paste naadloos bij de ideeën die na de oorlog door een groep filosofen in Frankfurt waren ontwikkeld. Hun stelling: het ging mis met Duitsland omdat de Duitser blind achter zijn leider(s) was aangelopen. Wantrouw de autoriteit, was hun oplossing. Anti-autoritaire opvoeding zou een Nieuwe Mens voortbrengen. De Boven-Ons-Gestelden reageerden door mee te bewegen. Door te krimpen. Op voet van gelijkheid werd de norm. Hoezo weet jij het beter dan ik? De politie werd onze beste kameraad, de pastoor gaf toe het ook niet zo zeker meer te weten en ging samenwonen met een liefdevolle parochiaan, kinderen overlegden met hun opvoeders en opleiders wat het beste voor ze was. Ouders schoven op van u naar jij. Juffrouw en meester werden Simone en Joep. Het hoofd van het gezin werd afgehakt en vrouwen werden baas in eigen buik. Gekortwiekte generaals konden niet langer op hun strepen staan en moesten hun verdediging afstemmen op de visie van een langharige vakbond. Professoren kregen begeleiding van hun studenten. Bazen konden eindelijk rustig gaan slapen nadat de Wet op de Ondernemingsraden was ingevoerd. Honden eisten chappie. Kortom, het autoriteit werd hemdje voor broekje uitgekleed en had na een aantal jaren alleen nog een multifunctioneel schaamlapje om.

Maar er waren nog steeds mensen en beroepen die echt wat konden, echt wat voorstelden, en die daardoor een natuurlijke autoriteit bezaten. Denk aan journalisten, artiesten, medici, notarissen, bankiers, psychologen, politici, ondernemers en accountants niet te vergeten. Recht door zee, eerlijk, doortastend, belezen, visionair, doeners, denkers, mannen (en vrouwen) van stavast. Lieden die wat in hun mars hadden, waar je nog tegenop kon kijken. Misschien geen elite meer, maar toch nog wel een A-team. Welnu, die hebben, solidair als ze waren met de oude elite, zelf hun autoriteit opgeblazen. En toen hadden we alleen nog VW, JC, Maarten van Rossem, de Koran en Internet. Binnenkort hebben we alleen nog onszelf. Dan is de grote emancipatie voltooid. De democratie volmaakt. Dan zal iedere mening evenveel waard zijn. Want de Nieuwe Mens is een autoriteit in het diepst van zijn gedachten.

Oktober 2015


De Grote Maelstroom

Er wordt wel eens gemopperd op onze jeugd. Zo egoïstisch. Egocentrisch. Ikke, ikke en ….Zeker, maar er is ook een andere kant. De jeugd deelt ook heel veel. Vooral op Facebook. Gekke filmpjes bijvoorbeeld. Daar hoor je nooit iemand over. Laatst kreeg ik er weer een. Van mijn zoon. Een gek filmpje. Hij had het ook niet hoeven te doen en het was echt een gek filmpje. Zo gek dat ik hem niet voor mezelf wilde houden. Zo ben ik niet. Ik heb hem dus ook gedeeld. Het gevolg was veel onrust. Ik werd belaagd door vrienden die hem wilden liken maar die toch eerst even wilden weten wat hier aan de hand was. En dat begreep ik volkomen want het was tamelijk luguber. Wat je zag was een flinke plas water, zeg maar een meertje, of misschien een stuk van een rivier. In het water dreven grote ijsschotsen. Het had er dus behoorlijk gevroren, maar nu begon de lente. En de lente begon spectaculair. Voor de ogen van de filmer bevond zich een forse draaikolk waarin het water met ijsschotsen en al met veel geweld omlaag werd gezogen. Na een tijdje had ik het gevoel dat ik naar een zwart gat zat te kijken.

Wat gebeurt hier in godsnaam, vroeg een vriendin met wie ik het filmpje had gedeeld en die intussen danig in de war was geraakt. Ik kon haar vraag niet naast me neer leggen. Ze was echt ten einde raad. En ze was niet de enige. Mijn zoon wist het ook niet. Hij had het filmpje ook maar gekregen van een vriend. Dus moest ik zelf wat verzinnen. Ik legde uit dat er in de bodem van het meertje een gat was ontstaan zodat het water via een ondergrondse doorgang weg kon lopen. Ik wilde niet gelijk aankomen met onze jongens uit Sliedrecht die ergens buiten beeld een Laplandse polder aan het droog zuigen waren. Hoe het ook zij, al mijn vrienden konden weer rustig slapen.

Maar nu komt er nog even een aap uit de mouw. Een verhaal dat ik, puur toeval, kort daarna in een boekje aantrof dat als titel droeg: Het Grote Blunderboek. In 1978 moest een druk bevaren deel van het Chesterfield kanaal bij Retford in Nottinghamshire worden schoon gebaggerd. Een klusje voor Jack Rothwell en zijn mannen, die de nodige moeite hadden om alle troep, zoals fietsen en koelkasten, te verwijderen. Het meeste werk hadden ze nog aan een zware ketting die ze pas omhoog kregen toen ze hem aan de baggermachine hadden vastgemaakt. De ketting kwam met een ruk los. Aan de ketting zat een groot stuk hout. Tijd om te schaften. Een passerende politieagent constateerde midden in het kanaal een enorme draaikolk en een snel zakkend waterpeil. Toen hij Jack Rothwell eindelijk had gevonden, was het kanaal verdwenen. Weggevloeid in de nabijgelegen rivier de Idle. Wat restte waren in de modder vastgezogen plezierjachten waar de eigenaren weinig plezier aan beleefden en een baggermachine die op de bodem vastzat. De houten stop was 200 jaar eerder bij het graven van het kanaal aangebracht.

September 2015


In Holland daar zingen we zo

Het was zaterdagmiddag. Op weg naar de kringloopwinkel maakte ik een tussenstop bij de Parade, ons Nootdorpse winkelcentrumpje. In het nieuwe foldertje van de Lidl stond een aantrekkelijk geprijsde tondeuse-set. Als je ouder wordt verandert het haargroeipatroon. Op je hoofd komt de sleet erin, wat lager, wenkbrauwen, neus, oren en nek, breekt de lente aan. Ook snor- en baardgroei hebben baat bij het stijgen der jaren. Mijn ome Jozef werd dagelijks geschoren toen hij het, vanwege overlijden, zelf niet meer kon. Zo kon hij toch glad ter aarde worden besteld maar ik vraag me wel eens af hoe hij er nu, na dertien jaar, bij ligt. Zijn echtgenote, tante Ietje, is onlangs ter ziele gegaan. Ooit geprezen om haar glanzende perzikhuid ontwikkelde ze op latere leeftijd iets dat je nog het beste met een hangsnor kon vergelijken. Die wekte in de familie steeds meer weerzin op. Toen duidelijk werd dat de kleinkinderen het zonder de hulp van een kinderpsychiater niet zouden redden heeft ze er, sterk vereenzaamd en ten einde raad, met het scheermes een einde aan.

Helaas was de tondeuse-set niet voorradig. Maar het omvangrijke koor dat voor de deur van de Lidl stond opgesteld, vergoedde veel. Alsof ze speciaal voor mij waren gekomen! Om me te troosten. Helemaal mijn repertoire. Ik noem een paar titels van evergreens die ik moeiteloos kon meezingen: De klok van Arnemuide, In de bus van Bussum naar Naarden, Zeg niet nee-ee-ee-ee (FourYo’s), Blonde Greetje, etc., etc. Een mooi schouwspel, ook nog. Het gemengde koor zong niet alleen, maar ondersteunde de tekst met sprekende bewegingen en gebaren. Aardig was ook de manier waarop het dirigeren was georganiseerd. Eén dirigent richtte zich op het koor, een tweede stuurde de begeleiding aan: een drummer en twee accordeonisten. Deze laatste dirigent had zijn opleiding duidelijk bij Ipse, de instelling in Nootdorp waar mensen met een handicap onderdak vinden, genoten en hield de touwtjes strak in handen. Het publiek? Allemaal mijn leeftijd en allemaal op zoek of in het bezit van een tondeuse-set.

Terwijl ik zachtjes mee stond te wiegen met Daar bij die molen, moest ik aan een oude kennis denken die ooit Consul-Generaal was in Australië. Tot zijn taken behoorde het bezoeken van emigranten die op afgelegen plekken in clubverband hun oude dag sleten. In de praktijk betekende dat dat er op vreemde plaatsen haar groeide en dat er een onbedwingbare neiging was om de liedjes uit de jeugd te zingen. De Consul-Generaal moest daartoe vaak vijf of meer uren rijden. Daarna werd hij vooraan in een bloedheet zaaltje op een versierde stoel gezet om de volgende drie uren de liedjes mee te zingen die ik op de Parade langs hoorde komen. Cheerio, cheerio, in Holland daar zingen we zo. En dan weer vijf uur terug met zo’n gouwe ouwe in zijn kop.

Het kostte me moeite het koor de rug toe keren. Ik fietste richting de kringloopwinkel. De onvergetelijke klanken van Op de woelige baren, bij storm en bij wind werden langzaam zwakker. Eenmaal in de winkel viel mijn oog op Bartje zoekt het geluk. Mijn bestaan was nog in balans. Maar hoe lang nog?

Juni 2015


Bidsprinkhaan

De natuur is niet mooi, noch wreed, noch slecht. Tenminste, als je de mens even buiten beschouwing laat. De natuur is de natuur en die gedraagt zich volgens bepaalde wetmatigheden. De natuur hoeft zich niet te verantwoorden voor onheil en verdriet. De dingen gaan nu eenmaal zoals ze gaan. Niet goed, niet slecht. Laten we zeggen neutraal. De levende natuur is ontstaan na een proces van voortdurende verandering dat we evolutie noemen en dat nu enkele miljarden jaren actief is. Een proces zonder genade waarin het leven van individuen niet telde, en telt. Wel hun voortplantingssucces. Een blinde ontwikkeling gestuurd door toeval en selectie, onder het motto: als je je niet voortplant, sterf je uit. Geen moraal, geen ethiek, maar het continue spel van met elkaar concurrerende robotjes die maar voor één doel dienen: zichzelf vermenigvuldigen. Sommige robotjes redden het omdat ze heel hard werken, andere omdat ze geleerd hebben hoe ze van die harde werkers kunnen leven. Dat zijn de profiteurs, uitbuiters, rovers en parasieten. Als iemand het allemaal bedacht zou hebben, moet het een supersadist zijn geweest. Maar het is gewoon ontstaan door eindeloos en blind geknutsel met biologisch-dynamische legoblokjes. Had het misschien ook anders gekund? Zeker, toeval is toeval. Maar ik vrees dat de evolutie wel weer op het spoor zou zijn komen van robotjes die het aantal harde werkers binnen de perken houden. Een soort tegenmacht. Ongebreidelde groei is namelijk ook geen garantie voor het overleven van een soort.

Moeten we dus, bij wijze van voorbeeld, alle parasieten maar als een groot goed verwelkomen? Persoonlijk vind ik parasieten nogal onaangenaam. Als ik mag kiezen tussen een bidsprinkhaan die in een keer je kop eraf hakt of een sneaky wormpje dat je van binnenuit opvreet zonder dat je het doorhebt (totdat het te laat is), dan weet ik het wel.

Wij mensen staan tamelijk dubbel in dit drama. Wij weten aardig goed hoe het werkt in de natuur en we kunnen ons ook inleven in de dingen die daar gebeuren. Maar wij hebben ook gevoel en moreel besef. Een nieuw fenomeen in de evolutie. Verder maken we natuurlijk ook deel uit van het hele spektakel. Wij hebben ook onze harde werkers, onze profiteurs, onze roofdieren, uitbuiters, afpersers, slavenhandelaren, oplichters en ja, parasieten. Het verschil is dat wij ons niet zomaar kunnen verschuilen achter flauwe praatjes als: zo zit de natuur nu eenmaal in elkaar. Wij zijn ook maar robotjes. Hoewel? Eigenlijk zijn de meeste wetenschappers het er wel over eens dat de vrije wil een illusie is. Zo! En zonder vrije wil geen vrije keuze en zonder vrije keuze ben je dus gewoon een robotje. De logica is onmiskenbaar maar de angstaanjagende consequenties evenzeer. We zitten nu nog in een tijd waarin de wijzen het volk koest houden onder het motto: zonder de illusie van de vrije wil hebben we echt een probleem. Maar er komt een tijd dat er niemand meer verantwoordelijk zal zijn voor zijn daden. Dan zijn we terug bij het moment uit onze vroege historie dat het verstandig werd geacht een opperwezen te introduceren. Want met alleen de wetenschappelijke ratio gaan we het dan niet meer redden.

Mei 2015


Algemeen Beschaafd Nederland

Er was weer een hoop gedoe over de beloning van bankiers. En terecht. Ze hebben de economie aan de rand van de afgrond gebracht. We hebben toegestaan dat ze zo groot groeiden dat ze niet meer om mochten omvallen. Toen dat dreigde te gebeuren, moest de belastingbetaler de zaak redden. Jarenlang hadden ze ons doen geloven dat het alleen nog maar beter kon gaan. Wie geen schulden maakte, was een dief van zijn eigen portemonnee. Het credo luidde: hebzucht is goed. Hoe meer hoe beter. Geloofden ze er zelf in of hebben ze de handel willens en wetens laten ploffen? Zo van: na ons de zondvloed, wij hebben de buit dan toch wel binnen. Beide mogelijkheden zijn uitermate kwalijk zo niet misdadig. De buitenproportionele beloningen zijn niet alleen amoreel en sociaal ondermijnend, ze lokken ook extreem gedrag uit. In Japan zagen we nog wel eens een bankdirecteur huilend zijn excuses maken aan volk en vaderland om zich vervolgens in het eigen zwaard te storten. Bij ons is de schaamte al lang verdwenen. Op alle fronten. Dus ook bij de graaiers. Die harken hun fortuin in een paar jaar binnen en lachen ons allemaal uit. Of ze worden zo rijk en machtig dat ze op de achtergrond de landsbestuurders gaan influisteren wat voor iedereen, voor hen dus, greed is good, het beste is. En het stemvee laat zich geduldig melken.

Lang geleden daalde Dante met zijn gids Virgilius af in de hel. En naarmate ze verder zakten, werden de zonden groter en klaagden de zondaars harder. Ik kan u verzekeren dat zij die bij leven hadden gezondigd tegen de hebzucht, het bepaald niet prettig hadden. Maar in die sprookjes geloven we al lang niet meer. Wel in andere, en daar komen we meestal te laat achter. De banken hebben ons in alle opzichten afhankelijk gemaakt. Onder het mom van meer rendement dicteren ze hoe wij met ons zuur verdiende geld moeten omgaan. De menselijke maat is langzamerhand geheel uit het zicht geraakt. Ouderen zonder computer of computerervaring kunnen niet meer zonder hulp. Vind je het gek dat ze aan alle kanten worden opgelicht en bestolen. En terwijl de nieuwe golf van superverdiensten en mammoetbonussen al weer op gang is gekomen, krijgen wij van de kringloopwinkel de mensen van de kerk op bezoek om na te gaan wat we samen kunnen betekenen voor de slachtoffers van de vorige crisis. En die is nog maar een paar jaar oud! Alles gaat sneller, steeds sneller. Alleen een baan vinden om weer een beetje inkomen te hebben, dat duurt steeds langer. En geloof me, we gaan op weg naar een wereld waarin er voor heel veel mensen straks helemaal geen werk meer is. Met dank aan de vooruitgang, de toenemende efficiency. Die brengt immers welvaart. Zeker, maar die komt helaas steeds meer bij een steeds kleinere groep terecht.

April 2015


Heel oud worden

Ouder worden betekent veel nieuwe dingen langs zien komen die soms na een tijdje weer verdwijnen. Maar je ziet ook met enige regelmaat dingen terugkomen. Nooit helemaal hetzelfde maar wel duidelijk herkenbaar. Het Maagdenhuis bijvoorbeeld. Dat ken ik nog uit 1969. Of de angst voor de Russen. Ik dacht dat we dat wel gehad hadden, maar die is weer terug. De kruisvaarders zijn ook weer terug als je de berichten uit het Midden-Oosten mag geloven. De baard, wat dacht u daar van? En de LP. En er staat straks weer water in het stuk Catharijnesingel in Utrecht dat in de jaren zeventig werd gedempt. De pest duikt weer op. Hoe lang hebben we daar niet op gewacht? En de wolf, is dat wat? Trouwen, ook terug van weg geweest.

Ouder worden betekent ook: de zoveelste Koningsdag, weer een Eurovisie Songfestival, weer geen Elfstedentocht, weer tandsteen verwijderen, weer een actie van Albert Hein, weer een beurscrash, weer hogere dijken, weer een volledig cleane Tour de France, weer verkiezingen, en zo kan ik nog wel even doorgaan.

Oud worden betekent een verhoogd vervelingsrisico. Zoveel dat je al zo vaak hebt gezien, gehoord, geroken en gevoeld. Toch zijn er, met name in de VS, lieden die ervan dromen dat we straks 200 jaar kunnen worden en een tijdje daarna misschien wel duizend. Met alleen botox en siliconen lukt dat niet. Maar wat bijregelen aan het DNA lijkt veelbelovend. Ik zou zeggen: zorg nou eerst eens dat al die kinderen die zelfs hun eerste levensjaar niet vol maken, wat meer kansen krijgen. Maar ik zal het wel weer slecht begrepen hebben.

Stel je toch voor: je wordt volgende maand 750 jaar! Je bent dus halverwege. Dat moet je vieren anders raak je veel oude vrienden kwijt. Maar wie moet je uitnodigen? Tot hoever moet je terug gaan met je echtgenotes? Jouw kinderen, natuurlijk. En jouw kleinkinderen. Zeker. Achterkleinkinderen? Dat begint op te lopen. En de achterachterkleinkinderen? Mijn hemel, wie waren dat ook al weer? Wie ken je nog van je 25 opleidingen? En dan de vriendjes waar je al 713 jaar iedere week mee golft. En natuurlijk de groep van de cruise naar Alpha Centauri. De datum is ook nog een dingetje. Je hele agenda is dicht geplamuurd met reünieën.

Heel oud worden zal dodelijk saai zijn. Mensen zullen letterlijk dood gaan van verveling. Natuurlijk worden de oude breinen direct aangesloten op geavanceerde prikkelbronnen. Maar hoe creatief moet je zijn om iemand 10.000 jaar leuk bezig te houden? Of wordt de breininhoud om de vijftig jaar gewist zodat het hele pakket aan ingeblikte ervaringen opnieuw toegediend kan worden? Er is er één die blijkbaar toch een oplossing heeft gevonden voor de eeuwigdurende saaiheid en dat is uiteraard God. En ik vermoed ook zijn oplossing te weten: de mens. Een verschijnsel dat in al zijn verbluffende hoogmoed, onbezonnenheid en agressiviteit zijn schepper blijft boeien al was het maar omdat Hij blijkbaar bij het scheppen even afgeleid is geweest. Een gewaagd schepsel, chaotisch, waar God veel plezier aan beleeft, vooral in verkiezingstijd. Maar Hij leest bij voorbeeld ook altijd deze columns. God pakt zijn momentjes moet u maar denken. God ziet ook niks in langer leven. Veel liever ziet hij elk jaar nieuwe lammetjes in de wei.


Maart 2015


Solidariteit

Solidariteit. Hoe erg jaren zeventig is dat? Hun strijd, onze strijd. Internationale solidariteit. De babyboomers zullen het herkennen, maar hun kinderen zegt het waarschijnlijk niets meer. Als de uitgebuitenen der aarde in opstand kwamen, ging de linkse jeugd samen met oudere communisten en verwarde anarchisten de straat op om te laten weten dat ze solidair waren met de verschoppelingen door bovengenoemde leuze te scanderen. In ons eigen landje was het gezellig en oké en door de snel groeiende opbrengsten van het aardgas maakte niemand zich druk over studieduur en studiebeurs.

De leuze schijnt afkomstig te zijn van de Vierde Internationale die in 1938 door Trotzky werd opgericht. Zijn oude kameraad Stalin toonde zich weinig solidair en hielp Trotzky in 1940 vakkundig om zeep. Voor de oorlog waren velen solidair met het Russische volk dat bezig was met een groot sociaal experiment dat de rest van de wereld tot voorbeeld diende. Dat daar, net als later in China en Cambodja, miljoenen, zo niet tientallen miljoenen slachtoffers bij vielen, paste niet echt in het utopische sprookje.

Is solidariteit dan onzin? O nee, zeker niet. We moeten alleen niet naïef zijn. Opkomen voor, betrokken zijn bij, helpen, ondersteunen, daar is niks mis mee. Sterker nog, daar zouden we in onze tijd misschien wel weer wat meer van mogen hebben. Solidariteit heeft alles te maken met gemeenschapsgevoel en daar gaat het tegenwoordig niet echt lekker mee. Laten we maar gewoon eerlijk zijn. We zijn zonder veel sputteren meegegaan met het idee dat het leven maar kort is en dat je er maar beter uit kan halen wat er inzit. Zwak, ziek en misselijk leidt alleen maar af en is gewoon hinderlijk. En als je niet uitkijkt kost het je nog een bult geld ook. We zijn intussen allemaal kleine en minder kleine individualisten geworden. Het idee dat ik er ben om een ander te helpen is zo ontzettend jaren vijftig. De wereld is er om mij te laten schitteren, om mij te laten genieten, om mij rijk te maken. Ja, misschien als ik straks miljardair ben, misschien ga ik dan mijn solidaire kant tonen. Zoals Bill Gates en ooit John D. Rockefeller. Dat zijn de ware soljardairs. Die kunnen zo maar honderd miljoen uit hun poeplap trekken zonder dat ze thuis gelazer krijgen.

We moeten solidair zijn met Griekenland. Maar we kunnen het niet eens met onze Groningse landgenotem. Wat een hypocriete toestand. Vergoed die schade en koop die onverkoopbare huizen op. Solidair met onze NATO-bondgenoten in het Oosten als Iwan zijn tanden laat zien? Laat me niet lachen. Maar we verwachten het wel van de Amerikanen. We zijn hard bezig om de solidariteit onder onze verzorgingsstaat uit te schoffelen. Waarom als jongere meebetalen aan al die Alzheimerfiguren? Pensioenen? Idem, dito. ZZP-ers? Gezinnen? Vul het maar in.

In de oorlog zongen we: Weg met de zorgen en weg met’ verdriet. We komen er wel ook als zijn w’r nog niet. We zijn er gekomen en we zijn er hard voorbij gereden. Op weg naar de zorgen en op weg naar het verdriet?

Februari 2015


De oude Remington

Onze kringloopwinkel is begonnen als een milieuactie. Waarom iets weggooien als iemand anders er nog plezier aan kan beleven? Dingen kunnen heel goed een tweede jeugd krijgen. Of een derde. Ze beginnen hun bestaan meestal als iets nuttigs. Bijvoorbeeld een typemachine. Op een bepaald moment komt er op kantoor een elektrische variant met van die draaiende bolletjes. De oude Remmington met een belletje in plaats van een bolletje wordt dan afgedankt.
Maar voor een stukjesschrijver is zo’n veelarmig monster nog goed genoeg. Totdat de krant besluit dat alle kopij elektronisch moet worden aangeleverd. Dan moet ook de journalist overstag. Vanaf dat moment staat die oude Remington toch een beetje in de weg. Eigenlijk steeds meer. Maar ja, moet je zo’n ding nou dan ook maar gelijk bij het vuilnis zetten? Met die oude Remington heb je wel al die verhalen gemaakt, met de duvel op je hielen omdat er altijd een deadline was. Afstand doen lijkt wreed, ondankbaar bijna. Dat simpele apparaat heeft je nooit in de steek gelaten. Zo gaan dat soort dingen. Vroeg of laat, soms moet er eerst nog iemand overlijden, wordt de dreiging toch reëel dat de oude Remington richting schroothoop verdwijnt. Of toch maar de kringloopwinkel?
Nou vooruit. Die zijn overal blij mee. En jawel hoor, daar wordt de oude Remington na twee weken ontdekt door een verzamelaar. Hij heeft het model al heel lang op zijn verlanglijstje. Of hij mist een paar onderdelen, wat bij zo’n oude Remmington zo maar kan gebeuren. Even tussendoor: Simon Vestdijk, de man die sneller schreef dan God kon lezen, maakte voor zijn maniakale productie gebruik van een Remington 12. Naar verluid, ontbrak op dit apparaat de letter –t. Hij heeft nooit de moeite genomen een nieuwe –t te installeren. Tijdens de correctiefase voegde hij de  –t met de hand toe. Volgens zijn jongere collega Willem Frederik Hermans had hij in de tijd die hem dat heeft gekost, makkelijk nog een roman kunnen schrijven.

Hoe het ook zij: de oude Remington begint aan zijn zoveelste leven. Hij hoeft niks meer te kunnen. Glimmend oud zijn is genoeg.

Afvalstromen beperken door hergebruik, daar ging het ons ooit om. En daar gaat het nog steeds om. Maar er is iets bij gekomen: goede doelen. Omdat we alleen met vrijwilligers werken, houden we geld over en kunnen we regelmatig een handje helpen. Iedere maand hebben we een nieuw goed doel. Door onze vrijwilligers gekozen uit de aanvragen die binnenkomen. In de eerste helft 2010 gaat er geld van oude Remingtons naar: Paul Rompa, een gepensioneerd orthopedisch chirurg die kinderen met een orthopedische afwijking in ontwikkelingslanden helpt; naar Stichting Ambulance Wens die de laatste wens van een terminaal zieke vervult; naar Makena , een schoolproject in Kenia; naar Khanyo Laku Kresta dat zorgt voor schoolfaciliteiten in ZuidAfrika; naar Capin de Cheine, een project voor
straatkinderen in Recife, Brazilië; en hnaar et Mandiocaproject dat de Xavante indianen in Brazilië helpt met een bijenproject.

Januari 2015