MEEM'64, Evolutie, Ideeën, Taal en Creativiteit

Gerard van de Schootbrugge (alias Gerard Espunt)

0467

CulturA, Nootdorp, 8 augustus 2020


Met respect voor het virus dat zo vertrouwd met ons meereist, en gebukt onder een hittegolf, mocht ik met enkele lokale, bevriende dichters voordragen uit eigen werk. Plaats van handeling ons eigen Nootdorpse theater CulturA.

Op het programma stonden, Rianne Sie, Arie van Driel, Cora van der Lee en Espunt. Muziek van de Troubadours. Organisatie Jeroen den Harder.

Hieronder de drie gedichtjes die ik speciaal voor deze gelegenheid had gecomponeerd. Uiteraard gecombineerd met enkele gouwe ouwe, waaronder Blonde Dolly en Tante Boeffie.



Bloeddorst

 

Eerst is er bloeddorst

Dan is er bloedworst

Want eerst komt de snede

En dan pas de korst



Het kan verkeren

Hij kwam

Hij ging

En deed zijn ding

 

Of beter nog

 

Hij deed zijn ding

Hij kwam en ging

Hij kwam gewoon

Hij ging gewoon


Alsof het zo moest zijn

 

Maar op een dag was het voorbij

Hij kwam niet meer

Liet mij ontheemd

 

Hij kwam gewoon

Hij ging gewoon

Nu gaat die hufter vreemd


 


Je weet maar nooit


We willen weten, je wil het niet weten

We moeten weten, we hoeven niet te weten

We zullen het weten, ze zullen het weten

We kunnen het weten, hoe hadden we het kunnen weten

 

Meten is weten.

Maar wordt geweten ook gemeten?

 

Er zijn dingen die ik weet.

Ik ga dood als ik niet eet.

Ik weet dat ik dat weet.

Maar er zijn ook dingen waarvan ik niet weet dat ik ze weet

Omdat ik regelmatig wat vergeet.

En dan, ja dan, de dingen die ik niet weet.

Dingen waarvan ik weet dat ik ze niet weet.

Ik weet niet hoe een koe een haas vangt

En hoeveel dingen zijn er niet waarvan ik zelfs niet weet dat ik ze niet weet?

 

Zo worden de zinnen al maar langer en word ik steeds maar banger.

 

Weet jij iets leuks?

              Een spelletje? Doe je mee?

Ja, een spelletje, goed idee.

               Ik zie, ik zie, wat jij niet ziet.

Wat zie je dan?

               Ik weet het niet.

Is het soms een olifant?

               Ja, een olifant. Hoe weet jij dat?

Er is altijd wel een olifant in de kamer.

               Dat jij dat allemaal maar weet!

Jij wist het ook.

              Nu je het zegt. Ik wist dat ik het heb geweten. Maar ik dacht, een olifant? Dat kan toch niet!

Zo zie je maar. Je ziet het pas als je het doorhebt. Wat voor kleur heeft hij?

               Wie bedoel je?

Die olifant natuurlijk.

                O ja…… Ik zou het werkelijk niet weten.

Je ziet een olifant en dan weet je niet welke kleur hij heeft?

                Ik ben kleurenblind.

Maar je ziet toch wel een olifant?

               Niet echt. Het is omdat jij het zegt.

Logisch. Het is ook maar een spelletje.

                Ik vind het spelletje niet leuk meer.

Daar had je eerder aan moeten denken. Wist je dat niet van tevoren?

               Ik was in de war met een ander spelletje.

Welk spelletje?

               Ik zie niet, ik zie niet, wat jij ook niet ziet.

Zullen we dat dan doen?

               Goed. Nu mag jij beginnen.