MEEM'64, Evolutie, Ideeën, Taal en Creativiteit

Gerard van de Schootbrugge (alias Gerard Espunt)

0112

Praatje, 4 mei 2019


Mei 2019. Oorlog is nooit ver weg

Laat je niks wijs maken. Oorlog is nooit ver weg. Is het geen hete oorlog dan wel een koude. Clausewitz meende dat diplomatie niets anders was dan de voortzetting van een oorlog met andere middelen. Een andere Clausewitz vergeleek het Eurovisie Songfestival met een oorlog die met andere middelen wordt uitgevochten. Rinus Michels deed een duit in het zelfde zakje met zijn uitspraak dat voetbal oorlog is. Misschien moet je zeggen: voetbal was (ooit) oorlog, maar binnen noch buiten het veld wordt die uitleg door iedereen gedeeld. Als een gesprekje over dit thema te explosief wordt, heb ik altijd als ontsnapping de toevoeging: rustig nou, was is verleden tijd, maar wel onvoltooid verleden tijd. Ik reken niet direct op begrip maar een moment van verwarring is voor mij al voldoende om me snel uit de voeten te maken.

Het spel als alternatief voor de oorlog. Helemaal zonder kunnen we blijkbaar niet. In een virtuele wereld mag het allemaal nog. Daar is het vermaak. Gamen, miljoenen zijn eraan verslaafd. Maar de grens tussen virtueel en reëel begint te vervagen. Echte oorlogen worden al gamend voorbereid. In de cyber war vloeit niet direct bloed maar er zijn nog zoveel andere, veel effectievere manieren om de vijand te treffen. War on drugs, war on terrorism, we zijn nog altijd behoorlijk in de war. Soms gebruiken we woorden die minder verontrusten zoals “vredesoperaties”. Of “politionele acties”.

Oorlog is nooit ver weg, al helemaal niet op 4 mei als we de slachtoffers van De Oorlog en van latere conflicten herdenken. Het is op het moment dat ik deze woorden schrijf zaterdag 4 mei 2019. Bijna 22.00 uur.

 

Een mooi voorbeeld van de transformatie van oorlog naar spel is het schaakspel. Maar onder bepaalde omstandigheden wordt het spel weer oorlog. Dit schaakspel heeft een duidelijk  Tweede Wereldoorlog-thema. Het is als onderdeel van de Collectie Rademaker toegevoegd aan het Schaakstukkenmuseum te Rotterdam. Op het bord staan de nazi’s tegenover het Rode leger. De nazi’s staan achteraan en het Rode leger vooraan.





Canadezen in Elspeet

Uit de map van zwager Joost. Extra bulletin van De Vrije Almaarder, d.d. 7 mei 1945.



























Oorlog is nooit ver weg. Oorlog laat zich niet zomaar opzij zetten. Ik ben van 22 april 1945. Een oorlogskind, grensgevalletje, en was dus onlangs jarig. Mijn zwager had een envelop met inhoud voor me meegenomen. Er stond met grote letters op: 1945. Het jaar van de bevrijding. Ik mocht het weggooien. Ik trof onder meer een aantal edities aan van De Vrije Alkmaarder, een illegaal blaadje, gestencild. Daaronder “een extra bulletin” van 7 mei 1945 met als kop: De Canadezen trokken hedenmorgen Amsterdam binnen. Zij zijn onderweg naar het Noorden!! Al met al een envelop met een wel heel bijzondere en ontroerende inhoud. Een kostbaar bezit!

Mijn zwager had zo’n idee dat ik deze geste wel kon waarderen. Ik kan dat hier vol overtuiging nog eens bevestigen. Ook al omdat ik voor een ander project eveneens in mijn geboortejaar aan het wroeten ben. Dat wroeten betreft onder meer de lotgevallen van de Canadezen die op 18 mei 1945 in mijn geboorteplaats Hilversum neerstreken (het ‘Schotse’ regiment van de Stormont, Dundas and Glengarry Highlanders). De oorlog was voorbij en de mannen hadden het in Hilversum goed naar hun zin. Maar op 14 juni kwam de order voor vertrek naar een nieuw onderkomen in Elspeet waar ze toch wat moeite mee hadden. Ze werden daar ondergebracht in het Doopsgezind Broederschapshuis, een vakantieoord voor Doopsgezinden, die buiten Nederland bekendstaan als Mennonieten. Het Broederschapshuis bestaat nog steeds onder de naam Mennorode. Als Doopsgezinden ergens niets van moeten hebben dan is het wel oorlog. Het zijn overtuigde pacifisten. Hoe wrang was het dat tijdens de oorlog juist in de eetzaal van hun Broederschapshuis Duitse tanks stonden en dat er na de oorlog Canadezen hun intrek namen, al was dat dan wel van een andere orde. Duidelijke opluchting spreekt er uit de volgende tekst op de site van Mennorode:

In 1946 was het Broederschapshuis weer klaar voor vakantiegasten. Kort daarna, in september 1946, richtte de Doopsgezinde Vredesgroep in Elspeet het Vredesbureau op, dat vervolgens vele jaren lang hulp bood aan dienstweigeraars. "Dat paste hier beter."


1925. Opening van het Doopsgezinde Broederschapshuis in Elspeet, bedoeld als vakantieoord. In WO 2 stonden er Duitse tanks in de eetzaal en na de oorlog bivakkeerden de Canadezen er een tijdje.











 Ook voor de vredelievende Mennonieten was de oorlog steeds heel dichtbij.  


De meerkoppige slang van Cobra

Ik maak nu een sprongetje naar gisteren, 3 mei. Ook op 3 mei was de oorlog tamelijk dichtbij. Wij brachten een bezoek aan het Cobra-museum in Amstelveen. Daar is van 18 november 2018 tot 29 september 2019 een tentoonstelling over de historie van de Cobra-beweging, die op 18 november 1948 in Parijs werd opgericht. Cobra 70: Een meerkoppige slang. Wij werden door een doortastende kunsthistorica langs een aantal karakteristieke Cobra-producten geleid. Zij liet zien hoe Cobra in zijn ideeën en uitingen als een reactie op de Tweede Wereldoorlog begrepen moest worden. Cobra wilde een nieuwe wereld en zocht zijn inspiratie duidelijk in het communisme. Overigens wel langs de opmerkelijke weg van de onschuld zoals die nog bestaat bij kinderen, geestelijk gehandicapten, natuurvolken en in de natuur. Nogal irrationeel en daarmee moeilijk te verenigen met het rationele verlichtingsdenken van de communisten die immers sterk geloofden in de maakbaarheid van de mens en van de samenleving. Cobra-kunstenaars als Appel en Corneille hebben uiteindelijk dan ook maar geld voor hun gouden eieren gekozen. Overigens was 1948 ook het jaar waarin de Amerikanen besloten tot de oprichting van de NAVO (in 1949 een feit). De oorlog werd met andere middelen voortgezet en bleef dichtbij.

Soms is er een beetje realiteit nodig om de zachte kantjes van de naïviteit wat op te ruwen. Terwijl wij langs de kunstwerken liepen, soms even in verwarring zoals bij “Het spijkermannetje” van Karel Appel waarvoor het museum flink in de buidel had moeten tasten, werd ons een blik gegund op de mooie vijver met daarin een bronzen beeld van Corneille. De kunsthistorica liet ons de vrijheid om er, gelijk kinderen, zelf een betekenis aan toe te kennen. Het leek mij een kruising tussen een vogel en een kat, een chimera, een Kogel. Opmerkelijk, maar nog meer aandacht trok het nest dat een slim waterhoentje onder de staart van de Kogel had gebouwd. Goed te verdedigen! Geen overbodige luxe. Een stuk verderop ontdekten wij op de oever een reiger.

Op een zeker moment ontstond er grote opwinding in de groep. Er was vanuit het nest een piepklein waterhoentje te water gegaan. Vertedering alom. Cobra-vertedering. De kleine koos het ruime sop en peddelde met zijn mini-pootjes richting zijn vader die een stuk verderop foerageerde. Moeder bleef op het nest. En toen ineens was het oorlog. De reiger steeg op, scheerde over het vijveroppervlak en pikte met zijn gruwelijke snavel de kleine uit het water. Vader en moeder in machteloze paniek achterlatend. Eenmaal geland gooide hij zijn dino-kop met een korte beweging naar achteren en slikte. Toen ik mijn buurman, amateurbioloog en vogelaar, dit trieste verhaal vertelde, troostte hij mij met de opmerking dat er van de eerste leg van bijna alle vogels niets overleeft. Het troostrijke was volgens hem dat de beestjes vol goede moed en niet gehinderd door vreselijke herinneringen gewoon weer aan de gang gaan met een volgend nestje. Wij mensen denken, doen en herdenken. De meeste dieren om ons heen doen gewoon. Wij kunnen niet anders, zij ook niet. De evolutie selecteert de slimmeriken die zich ondanks reigers weten voort te planten.

Maar goed, zo had Cobra het natuurlijk niet bedoeld. Maar misschien ook wel, want met Cobra wist je het nooit helemaal zeker. Nomen est Omen, niet waar. In de kern was het namelijk nogal een pessimistische en bozige club ego’s die elkaars ideeën fel bestreden. Ook hier was de oorlog nooit ver weg. Veelkoppig met één staart, dat is natuurlijk ook vragen om moeilijkheden. De kordate cultuurhistorica nam ons snel mee naar een vitrine waar een gedicht van Lucebert tentoon werd gesteld. Lucebert werd al snel uit de beweging geknikkerd omdat hij een van de toonaangevende Cobra-kunstenaars voor communist had uitgemaakt. Op dat moment was nog niets bekend over de jeugdige nazi-sympathieën van Lucebert.

Oorlog is nooit ver weg….

Espunt, 4 mei 2019.