MEEM'64, Evolutie, Ideeën, Taal en Creativiteit

Gerard van de Schootbrugge (alias Gerard Espunt)

0084

Praatje, 3 oktober 2019


Kinderboekenweek in de Kleurenklas


Voor de kleintjes is de Kinderboekenweek de Voorleeskinderboekenweek. Ze moeten nog een paar stapjes zetten voordat ze dit woord zelfstandig kunnen ontcijferen. Of opa Dries in de klas van zijn kleindochtertje wilde voorlezen? Nou, reken maar. Hij is bijna net zo gek op voorlezen als op zijn kleindochtertje.

Fort Pampus. Jan Broekhof, mijn allereerste jeugdvriendje, was er ooit beheerder en woonde hier in zijn dooie eentje. Samen hadden wij de kleuterschool overgeslagen.


Ik ken de kleuterschool, want daar hebben we het over, niet uit eigen ervaring. Ik heb er nooit op gezeten omdat we te ver van de dichtstbijzijnde kleuterschool af woonden. Van mijn vierde tot mijn zesde zwierf ik op straat met mijn vriendje Jan Broekhof die aan de overkant van de Chrysantenstraat woonde. Wat ik gemist heb, weet ik niet. Wat ik wel weet is dat wij op straat veel leerden tijdens de machtige avonturen die wij beleefden. Wij waren iedere dag op reis op de vierkante kilometer. Dat gaat in je donder zitten. Met zo’n vliegende start van een schoolcarrière hoef je dus ook niet gek op te kijken dat Jan Broekhof later, in alle eenzaamheid, zelfs nog een tijdje beheerder van het fort Pampus is geweest. Ik was altijd wat voorzichtiger, maar toch. Ik ging wel avonturenverhalen lezen en later ook schrijven. Overigens, het eerste kinderboekje dat ik ooit kreeg, ik zal niet veel ouder dan vier zijn geweest, had de fantastische titel: Ludoficus Lucifer. Over een lucifer die ontsnapt aan zijn doosje en op reis gaat. Een reis die bol staat van typische luciferavonturen. Ik heb dit magische boekje, zelfs met Google, nooit meer teruggevonden en heb er toen een paar jaar geleden zelf maar een verhaal aan gewijd. Verwerking noemde Freud dat. Lees het hier.

Gisteren, zeventig jaar later, mocht ik optreden in groep 1/2 A van de Bunnikse basisschool Barbara. De kleuterklas van mijn kleindochter Lieke van vier. De Kinderboekenweek, ook voor de kleintjes, juist voor de kleintjes. Juist voor hun moet dat ding, dat ze boek noemen en dat zo anders is dan een iPad, tot leven worden gewekt!



Twee pop-upboekjes

Het thema van de Kinderboekenweek van dit jaar is Op Reis. De avond tevoren had ik eens wat rondgesnuffeld in onze boekenverzameling. Daaronder ook een flink aantal pop-upboeken. Ik ging de volgende dag op pad met drie pop-ups. Eén over een lieveheersbeestje dat van schrik van een blaadje valt, één over een chagrijnige mier, en een klassiek Duits boekje over de lotgevallen van de Wurzelkinder. Dat boekje gaf nog wat discussie omdat Gemma de Wurzelkinder, om zuiver technische redenen, niet zo geschikt vond. Maar ik was erg gecharmeerd van het hoge Vrije-Schoolkarakter van het boekje, de fraaie illustraties, en met name van een afbeelding waarop je kunt zien hoe de Wurzelkinder, die in koude jaargetijden onder de grond, tussen de wortels, verblijven, inwonend en vooral slapend bij Mutter Erde, bij de terug keer van de zon aan de slag gaan. Kevertjes worden dan opgepoetst en lieveheersbeestjes krijgen een likje verf zodat ze er weer spic & span uitzien als ze in de lente naar de bovenwereld mogen. Eindelijk frisse lucht. Even weg van al die wortels.

Lieke.



Ik stond ingeroosterd van twaalf tot half een. Om vijf voor twaalf betrad ik de school. Ik probeerde zo onopvallend mogelijk het lokaal van groep 1/2 A binnen te komen. Er werd serieus gewerkt met vouwpapier, lijm en zelfgeknipte, verse confetti. Lieke huppelde stralend op me af, pakte mijn hand en startte een rondleiding langs de lade met scharen, het keukentje, de speelhoek en nog veel meer. Tenminste, dat was ze van plan. Maar om twaalf uur riep de juf de kleintjes op om mij zingend welkom te heten. Zelden ben ik zo liefdevol onthaald. De rustige sfeer in de groep deed mij goed. Ik was voorbereid op een zoemend wespennest, maar alles liep op rolletjes. De juf kondigde aan dat de knutselspulletjes in tien, hele grote, tellen moesten worden opgeruimd en dat alle stoeltjes in de kring moesten worden geplaatst. De juf nam nog wat extra tijd voordat ze bij de tien was, maar toen was de zaak ook helemaal gepiept. Op het elektronische schoolbord stond een stoplicht afgebeeld. Onder elkaar een groen, een oranje en een rood licht. Het licht stond op groen. Al snel begreep ik dat dit betekende dat er gekwebbeld en wat lawaai gemaakt mocht worden. Toen iedereen zijn of haar plekje in de kring had ingenomen, beroerde de juf het rode stoplicht. En vrijwel op slag was het stil. Ik vond het een wonder, kinderen van vier en vijf jaar in 2019. Het kan dus wel. Ik heb het met eigen ogen gezien op de Barbaraschool in Bunnik. Op 2 oktober 2019.

Ik kreeg een ereplaats in de kring. Naast mij de Helper van de Dag. Het gaf me een goed gevoel dat ik er niet alleen voor stond. Heerlijk om al die verwachtingsvolle koppies te zien. Een jochie riep: Hoe heet u? Goeie vraag. Net op tijd bedacht ik dat het misschien leuker was als Lieke die vraag beantwoordde. Een klein beetje nerveus was ze wel, maar ze ging er toch even goed voor zitten. Dit varkentje ging ze even stevig wassen. Ze begon het verhaal te reproduceren dat ik haar toevallig kort daarvoor had verteld. Opa Dries, mijn naam in de familie, was volgens Lieke niet mijn echte naam. Ik zag wat kinderen even schichtig mijn kant op kijken. Ojee, zag je ze denken. De mama van opa Dries had mij, volgens Lieke, Gea genoemd. Mijn echte naam is Gerard, die had ze niet helemaal goed onthouden. Maar, maar... oma Gemma...., (mijn vrouw,) die....had mij opa Dries genoemd. En zo was het gekomen. Lieke slaakte een diepe zucht. In het vuur van haar betoog was ze vergeten adem te halen. De klasgenootjes waren diep onder de indruk. Van Lieke. Hoe ze dat allemaal wist!

Moeder Lieveheersbeestje is veilig terug bij haar huisje. De kleintjes staan voor het raam.




Het werd tijd voor het reisavontuur van het ongelukkige lieveheersbeestje. Het beestje was van schrik van een blad gevallen en moest in zorgelijke toestand naar huis gebracht worden door een rits bevriende insecten zoals een sprinkhaan, een stel mieren en een libelle. En dat alles natuurlijk 3D. Eenmaal terug bij haar huisje vol kleine kleuterlieveheersbeestjes kwam het pechbeestje weer bij kennis. De pop-upplaatjes maakten een grote indruk op de klas. Lieke mocht met de laatste bladzijde rondgaan, zoals ze dat op haar verjaardag ook gedaan moet hebben, maar dan met een schaal vol lekkers. Iedereen kon zo nog even van nabij in het huisje naar binnen gluren. Er stonden niet alleen kleine lieveheersbeestjes blij en opgelucht voor het raam te zwaaien, er was ook een vader lieveheersbeest te zien die pannenkoeken bakte. De Helper van de Dag fluisterde mij toe dat hij ook wel een lieveheersbeestje wilde zijn.

De lente staat voor de deur. Onder de grond zijn de wortelkindjes druk in de weer om alle beestjes een glanzend lentepakje te bezorgen. Ook de lieveheersbeestjes krijgen een kwastje.


Zoals gezegd sloot ik af met het verhaal van de Wurzelkinder. Het plaatje waarop, onder de grond, tussen de boomwortels, een wortelkind met een fijn penseeltje de zwarte stippen op de rug van een lieveheersbeestje bijwerkte, maakte grote indruk. Na afloop kwam een manneke naar me toe om me te zeggen dat hij het door de plaatjes allemaal beter begreep.

Ik vind dat Lieke wel een kleine beloning heeft verdiend. Bij het bakkertje op de hoek mag ze wat lekkers uitzoeken. Het wordt een donut. Zelf kies ik voor een gevulde koek met speculaas. De pepernoten zijn weer in het land, dan kunnen de gevulde koeken natuurlijk niet achterblijven. Op de terugweg maakt Lieke me nog even heel duidelijk dat ze sinds kort niet meer in groep 1/2 A zit maar in de Kleurenklas. En zij zit in het groepje van de Gele Zonnetjes. Met Pepijn. Waar klein nieuws groot in kan zijn, bedenk ik. Hoe lang nog, bedenk ik. Thuis eet ze eerst de helft van mijn gevulde koek op en begint dan aan haar donut. Van zo'n inspannende ochtend kun je behoorlijk veel lekkere trek krijgen. 

Opa Dries, 3 oktober 2019