MEEM'64, Evolutie, Ideeën, Taal en Creativiteit

Gerard van de Schootbrugge (alias Gerard Espunt)

0163

10 juni 2020

Artikel gebaseerd op bijdragen aan de ReünistenVox van CS Veritas


De bijzondere historie van Albert en Paul van Maanen


1946, De Grote Veldtocht       

Het onderstaande relaas is gebaseerd op een aantal afleveringen verschenen in de ReünistenVox, het reünistenblad van de Utrechtse studentenvereniging Veritas.

Verslag van de uittocht naar Nijmegen in de Vox Veritatis van 11 december 1946. Het plaatje werd gebruikt voor de achterkant van de ReünistenVox van september 2012. Het begin van een duik in de verre historie van Veritas. 


Het begon allemaal met een toevalligheid. Op de achterpagina van nummer 61, (september 2012) van de ReünistenVox hadden wij (de redactie) een plaatje gezet van de voorpagina van de Vox Veritatis van 11 december 1946. Een extra editie, gewijd aan de uittocht (ook bekend als De Grote Veldtocht met als codenaam: Action Barbousse) naar Nijmegen waar een dag eerder de sociëteit Roland van het Nijmeegs Studenten Corps Carolus Magnus door een leger Veritijnen onder de voet was gelopen. Eerlijkheidshalve moet daarbij worden aangetekend dat er van enig verzet geen sprake was.

Dat alles onder het praesidiaat van Nico Schweitzer die in verband daarmee later door kardinaal De Jong op het matje werd geroepen. De kardinaal, bijna de achterbuurman van Veritas, maakte zich zorgen over een schisma tussen Utrecht en Nijmegen.


Toen Nico de genoemde achterpagina onder ogen kreeg, riep dat zoveel herinneringen bij hem op dat hij contact met mij zocht. Het resultaat was een uitgebreid artikel over deze historische gebeurtenis in het volgende nummer van de RVox. Met plaatjes van Nico en herinneringen van het geheugenwonder Wijnand Hoogstraten die als lid van de knokploeg alles had meegemaakt.

Behalve Nicolaas Schweitzer (1923 - 2016, jaar van aankomst 1941) en Wijnand Hoogstraten (1926 - 2015, jaar van aankomst 1945), spelen met name de neven Albert van Maanen (1918 - 2001, jaar van aankomst 1935) en Paul van Maanen (jaar van aankomst 1951) een hoofdrol in dit stukje Veritijnse geschiedschrijving.

In 2013 was ik op bezoek bij Nicolaas Schweitzer in Haaren, emeritus-hoogleraar Oogheelkunde in Groningen. Nicolaas was praeses van Veritas in 1946 en in die functie nauw betrokken bij de uittocht naar Nijmegen, De Grote Veldtocht, op 10 december 1946.

Nicolaas Schweitzer, toentertijd praeses van Veritas, is altijd lid gebleven van de Reünisten Vereniging Veritas. De genoemde achterpagina verleidde hem tot een zolderverkenning. Er kwam fotomateriaal tevoorschijn en een handgeschreven tekst (kroontjespen op oorlogspapier) waarin de zaak puntsgewijs op een rij was gezet. Nicolaas typte het voor ons over. De auteur is onbekend (Nicolaas?). Na de krabbel van Nicolaas de herinneringen van Wijnand Hoogstraten.

Voor een In Memoriam van Nicolaas Schweitzer klik hier.


De herinneringen van Nicolaas Schweitzer aan De Grote Veldtocht: 

Een krabbel uit 1946

De Grote Veldtocht.

Oorzaak: gaat terug in de verre geschiedenis, vermoedelijk al tot de twisten tussen de bisschop van Utrecht en de graven van Gelre.

Aanleiding: arrogantie, betweterij, ook en vooral: roomsigheid.

Inlichtingen, weer, getij en de stand van de sterren bepaalden dag en uur waarop de slag zou plaats vinden ( D- day). Dat werd 10 december om 21.10. De naam: Action Barbousse.

Weken van voorbereiding, groenen, wiggen, vooroorlogse jaren. Leiding: Bestuur, Kroegbestuur. Militaire leiding Frans Vonk, diergeneeskunde. Voor den duivel niet bang.

In drie cohorten van 100 man per trein naar Nijmegen. Aankomst 21.05. Baretten op, colonne, naar het onderkomen van het Nijmeegs studenten corps.

Telefoonverbinding gemaakt met Hoofdkwartier in Utrecht. Luidsprekers houden de achtergeblevenen op de hoogte.

Onderweg de aanplakbiljetten waarop vermeld hoe men op eenvoudige en vrij pijnloze wijze het corpslidmaatschap kan afzweren om daarna als Veritijn te worden erkend.

Binnengetrokken: chaos, geen weerstand van betekenis. Enkelen ontsnappen door een raam, anderen kruipen onder tafels. Er wordt geweend, men hoort een verstikt: moeder, moeder. Dezen stelt de bezemkast gerust.

Rond middernacht staan allen rond de vlag, heffen het glas en luide klinkt het oude Broederlied. Ontroering. Wat vreemd gerucht? Een poortwachter stormt binnen en achter hem - schrik niet lezer- een agent van politie......Met zulk een inmenging, met zo een verraad aan eeuwenoude mores, heeft niemand rekening kunnen houden. Huisvredebreuk. Eruit. Boete, cachot.

En zo trekken de cohorten, ' vi coacti ' , door overmacht gedwongen, met de eerste morgentrein terug naar Utrecht, terug naar het Eigen Huis. De vreemde vlag, opgerold, meegevoerd.

Daar wachtte hen een feest. De hele nacht immers zijn de meisjes in de weer geweest met smeren en snijden, bakken en braden. Gedachtig het oude lied: 'Keep the homefires burning till the boys returning'. Zoenen en bloemen, broodjes en pannenkoeken en gebakken eieren en nog veel meer dan de nog vigerende distributie toeliet. En feest zoals niet eerder in de Sociëteit gevierd was, noch zal worden.

Men vertelt dat kort nadien de praeses bij Kardinaal de Jong werd ontboden en daar te horen kreeg: Dat zulks niet aanging. Twist tussen katholieken onderling, aanval op de katholieke universiteit, niet goed te praten. Mag nooit meer gebeuren! '

Naar waarheid en zonder partijdigheid opgeschreven door wie het allemaal zelf heeft meegemaakt. (onleesbare krabbel )


Het verhaal van Wijnand Hoogstraten

Vervolgens kreeg ik van Nicolaas de raad om eens contact op te nemen met Wijnand Hoogstraten, een van de medestrijders tijdens Action Barbousse: Die man heeft een geheugen als een olifant. Nou dat heb ik geweten. Laat ik maar zeggen dat Wijnand en ik vervolgens niet uitgepraat raakten. Wijnand was op dat moment 86.

Hierna wat aantekeningen en anekdotes uit die wonderlijke naoorlogse tijd. De overeenkomst met het voorgaande (de herinneringen van Nicolaas Schweitzer) was treffend maar niet perfect. Opmerkelijk hoezeer de net afgelopen oorlog voor een jongensboekensfeer zorgde.

Wijnand behoorde tot de grote groep (oorlogsstuwmeer) eindexaminandi 1945, waarvan vooral dat deel dat boven de rivieren het laatste stuk oorlog moest meemaken slechts een deel van dat schooljaar op school was geweest. Dat deel liep dus achter en zat in de weg. In juni 1945 besloot de toenmalige regering Schermerhorn / Drees dat probleem op te lossen door die jaargang het eindexamen cadeau te doen. In Wijnands jaarlied komt dan ook de regel voor: ‘daarom kregen wij het examen zonder zweet’. Vergelijking met de huidige coronacrisis dringt zich op.

In augustus ‘45 werden de Wiggen, de groep van 1941-1944, toegelaten tot de Veritijnse groentijd. In oktober volgden de Schalmen als restant van de inmiddels aangegroeide wachtlijst van laatmelders. Wijnands jaar kwam pas eind november in aanmerking. Wij werden dus voornamelijk ontgroend door een kleine groep ‘vooroorlogsen’. Tot die groep behoorde praeses Ad Bredero, die later huwde met mijn zus Gerda, presidente van de Meisjeskamer van Veritas (de MK).”

Als een koning

Nico Schweitzer volgde Ad Bredero op (Adriaan Hendrik Bredero (1921-2007) werd in 1976 benoemd tot hoogleraar geschiedenis der middeleeuwen aan de VU). Nico had na de drie groentijden dus een meute van meer dan 1000 Veritijnen onder zijn hoede (1946-1947). Hij was ook de hoogst verantwoordelijke voor het Nijmeegse avontuur. Hij verwaardigde zich ons, het voetvolk van vechtjassen, later per auto te volgen. Zijn intrede in Roland was dat van een koning die eens kwam kijken wat zijn generaal Frans Vonk (op dat moment praeses van het sociëteitsbestuur) zoal veroverd had.

Wijnand vertelt me de achtergrond van de massale confrontatie met Carolus Magnus. Het begon allemaal met een eerdere begrafenis van een Veritijn in Nijmegen. Na afloop wilden diens jaarclubgenoten even bijkomen in de sociëteit Roland. Zij troffen daar een sfeer aan die hen van Veritas geheel onbekend was. Arrogant, brallerig, corpsachtig. Wijnand licht toe: Er waren in die tijd twee grote verschillen tussen Veritas en Nijmegen. Carolus wilde graag meedoen met de corpora en de vereniging was sterk verticaal georganiseerd. In disputen. Dat laatste leidde tot een nogal gesloten sfeer. De artsenzoontjes zaten bij elkaar evenals de jonkers en de burgemeesterszoontjes. Als je vader geen burgemeester was, kwam je dus nooit in zo’n dispuut.

Terug op Veritas werd verslag gedaan en groeide al snel de verontwaardiging en de overtuiging dat er ingegrepen moest worden om Nijmegen voor verder verval te behoeden. De voorbereidingen waren uitgebreid en serieus. Overigens was het in die tijd niet ongebruikelijk om bijvoorbeeld een beetje te knokken met Unitas of het Corps. Na een Varsity was het vaak lang onrustig op het Janskerkhof voordat verbroederd kon worden.

Peto tempus

Maar het kon ook wel anders. Wijnand herinnert zich de contacten met Leuven. Die eindigden steevast in een zogenoemde corona of kring. Kwam Leuven op bezoek dan trof men elkaar ergens alwaar een corona plaatsvond. Er werd een grote kring gevormd en dan werd er gezongen en gesproken. Zowel Leuven als Veritas beschikten over een uitgebreid liederenarsenaal. “Als je wat wilde zeggen vroeg je aan de coronaleider het woord: ‘Peto verbum’. Het antwoord luidde dan ‘Habet’. (Hij heeft het woord). En als je uit de broek moest, zei je: ‘Peto tempus’. Letterlijk: ik vraag tijd; wij zouden zeggen: even uit de broek. Daar leerden wij liederen als Het Ros Beiaard en Klokke Roeland.

Stoottroepen       

Na alle voorbereidingen, zo waren er wekenlang verkenningsoperaties geweest zodat iedere lichtschakelaar op Roland bekend was, vertrokken er vroeg in de avond van 10 december 1946 circa 400 Veritijnen met een speciaal gehuurde trein naar Nijmegen. Daaronder een afdeling stoottroepers onder leiding van de legendarische A.J.A.B. van Maanen, alom bekend als AJAB, belast met de eerste aanval en met de bescherming van de achterhoede tegen contra-attacks. Verder een speciale persploeg om de Nijmegenaren in te lichten over de gebeurtenissen en een fotoploeg om Action Barbousse zoals de codenaam luidde, vast te leggen. (De oorsprong van de naam is ook Wijnand niet helemaal duidelijk meer. GvdS)

De codenaam bleek uiteindelijk indrukwekkender dan de slag die de Veritijnen moesten leveren. Men had gerekend op een stevige verdediging. Er was die middag nog telefonisch een aanval aangekondigd (waar in Nijmegen niets mee was gedaan). Eerder al had men de dag zo uitgekozen dat er op Roland een bijeenkomst met een belangrijke spreker gepland was zodat er voldoende tegenstand zou zijn. Welnu, de tegenstand was nul. De deur stond open en de 400 Veritijnen liepen zonder problemen naar binnen.

 


10 december 1946. Eigen Huis Veritas. Klaar voor vertrek naar Nijmegen. 


Voor het Utrechtse station wachtend op een speciale trein naar Nijmegen.






















Nicolaas Schweitzer, rechts, en zijn veldcommandant Frans Vonk, zien op de overhang van Utrecht Centraal toe op een ordelijjk verloop van de inscheping van de Veritijnse schare in een speciale trein.


Sociëteit Roland van het Nijmeegse Studenten Corps wordt overweldigd door een grote groep Veritijnen. Een bord met het Veritasembleem wordt aan de gevel van de Sociëteit Roland bevestigd.


10 december 1946. In de sociëteit Roland. De voorhoede van de Veritijnse schare verzameld rond hun aanvoerder AJAB (Albert van Maanen).  Zo te zien is men niet gekleed op zware strijd. Wijnand Hoogstraten leverde mij, in onderstaande bewoordingen, de volgende namen: Van links naar rechts eerste rij staan de rossige Werner Hulsebeck uit Wierden met dikke shawl en hand voor zijn middel. Dan komt ernaast de langere Ruud Hunink uit Deventer (net terug uit Duitsland, opgepakt voor Arbeitseinsatz) met baret. Dan, te herkennen aan zijn brede schouders, zonder baret, de iets kleinere AJAB met rechter hand aan zijn riem, daarnaast Arnold Remmerswaal uit Sassenheim. Naast hem N.N. Uiterst rechts met zijn koolzwarte ogen en baret Jan Voorhuis uit Zieuwent bij Lichtenvoorde. Op de tweede rij in het midden met die flaporen kijk ik, mager gezicht met baret over de linker schouder van Ajab. Het feit dat ik daar mijn bril niet op heb, wijst erop dat we hier nog in de gevarenzone waren.


Weten jullie wel wie ik ben?

Wijnand maakte deel uit van de stoottroepen en werd na de ‘inname’ van de sociëteit bij de voordeur geposteerd. Er arriveerden mondjesmaat Nijmegenaren die direct naar de zolder, waar opperbevelhebber Vonk en zijn staf zich hadden geïnstalleerd, werden afgevoerd. Op een zeker moment meldde zich een wat oudere man, deftig. Hij wilde naar binnen. Wij legden uit wat de situatie was. Hij moest een voordracht houden. Tja, nu dus even niet. Of wij wisten wie we voor ons hadden? Nou nee. Prof. Van de Brink (kort daarna minister van Economische Zaken). We waren niet onder de indruk en brachten hem bij generaal Vonk. Die liet weten dat de Veritijnen eventueel wel naar zijn toespraak wilden luisteren maar dat het een schande was dat er blijkbaar zo weinig belangstelling uit Nijmegen zelf was. Wijnand legde me uit dat er bij de voorbereidingen gezocht was naar een dag waarop er veel volk in de sociëteit verwacht mocht worden. Men wilde een echte verovering en geen walk-over. De dag van de lezing leek daarom geschikt. Dat viel dus tegen. Daarmee was ook de kans om heldendaden te verrichten en met heldenverhalen terug te komen wel verkeken.

Eeuwige schande

Het werd allemaal nog veel erger toen bleek dat ‘men’ de politie had gebeld, die massaal en met honden verscheen. Een blamage van het ergste soort. Zoiets deed je niet als studenten elkaar speels de oorlog verklaarden. Vrij kort na de bezetting werden we door het bevoegd gezag gesommeerd Roland te verlaten. Toen hadden we een probleem. Het was nog vroeg in de avond terwijl de trein voor de terugreis pas om 4 uur (in de ochtend) was besteld. Onder politiebegeleiding werden we naar Hotel Le Normandie gedreven waar we vele uren hebben doorgebracht met zingen en toespraken. Een rijke Amerikaanse toerist gaf de hele club een rondje toen hij hoorde wat er aan de hand was. Hij vond het prachtig. Overigens moesten we ook in het hotel op onze hoede zijn omdat een wraakactie van de Nijmegenaren niet helemaal uitgesloten was. Uiteindelijk lukte het de politie om onze trein om 1 uur te laten vertrekken. Intussen waren de achterblijvers op Veritas ingelicht over de op zich geslaagde actie. Die achterblijvers waren de meisjes die op ons wachtten met erwtensoep. Later hoorden we dat het Utrechts studentencorps hun tent op het Janskerkhof voor alle zekerheid had gebarricadeerd omdat men vreesde dat wij, op de terugweg naar het Eigen Huis, misschien nog even langs zouden komen. Daar hadden wij evenwel geen enkele trek in. Wij hadden trek in erwtensoep en in de bewondering van onze meisjes. Er is toen nog heel lang feest gevierd en er is heel veel gezongen.

Oorlogje spelen in 1946?

Wijnand Hoogstraten, op dat moment 86 jaar oud, gezegend met een messcherp geheugen, vertelde het allemaal met een passie en een humor als was het gisteren gebeurd. Maar hij wil toch ook nog wel een kanttekening plaatsen: Het geheel had een militaire aanpak. Dan te bedenken dat in diezelfde periode onze leeftijdgenoten met duizenden in boten werden geladen om in onze kolonies een echte oorlog te voeren al werd dat slechts benoemd als politionele actie. Duizenden doden, vooral onder de lokale bevolking en wij een veldtocht houden. Maar ja het arrogante Nijmegen moest de les gelezen worden.

Wijnand komt over als de levensgenieter die hij blijkbaar ook al tijdens zijn studententijd was. Gevolg was wel dat de verlokkingen van het studentenleven roet in het eten van zijn academische ambities gooiden. De toch nog verzamelde medische kennis was echter ruim voldoende voor een mooie loopbaan in de farmaceutische industrie.

Op de site van Carolus Magnus troffen we een leuk filmpje aan n.a.v. het lustrum 2012. Goed gemaakt, martiaal en met in een flits de vermelding Veritas 1958. Toen was het namelijk weer raak. De relatie tussen beide studentenverenigingen is lang gespannen gebleven. Zie: http://www.youtube.com/watch?v=-npQvVkKJrU


AJAB: zijn leven zou verfilmd moeten worden

Kort na het eerste contact met Wijnand Hoogstraten ontving ik van hem aanvullende informatie over de Grote Veldtocht, maar vooral over AJAB.

Wijnand:

Ik heb toen als lid van de stoottroepen met de neus vooraan gelopen. Dat kon onder leiding van onze compagniecommandant de beruchte AJAB van Maanen. Omdat die man een eigen verhaal waard is over hem wat bijzonderheden, die slechts zijdelings met de veldtocht te maken hebben. Zijn leven zou een boek of een film waard zijn. Daar gaat ie dan in de hoop dat je het als schrijver zal interesseren.


AJAB links met zijn moeder en broertje Wim


A.J.A.B. van Maanen, kortweg door eenieder AJAB genoemd, was voor de oorlog medisch student in Utrecht, ik vermoed zo vanaf 1937 (was 1935, GvdS). Hij was toen de Duitsers in 1943 van alle studenten een z.g. loyaliteitsverklaring eisten een van de meerderheid, die dat weigerde. Daarmee werd verder studeren toen onmogelijk. AJAB was een zoon van een bekende grootaannemer in Arnhem en hoefde zich niet te bekommeren om zijn brood. In 1938 woonde hij in Utrecht op het adres Justus van Effenstraat 48. Zijn ouders woonden op de Novalaan 32 in Arnhem. Een geboren rechtlijnige vechtjas als hij was, werd bijna als vanzelfsprekend lid van het ondergronds verzet, als een van de jongsten.

Zijn geschiedenis heb ik pas later bij stukjes en beetjes gehoord en is zeker niet compleet.

Hij nam deel aan gewapende overvallen en schijnt ook betrokken te zijn geweest bij gewelddadige gevechten met gebruik van wapens. Hemzelf heb ik daarover nooit horen praten overigens. Hij heeft meerdere keren neergeschoten piloten via de Veluwe en de Betuwe naar de rivierovergang gebracht. Soms per fiets met groot gevaar voor eigen leven. Ik denk dat die verzetsgroep in diverse documentaties wel beschreven is na de oorlog, vooral in en rond Arnhem, dat toen een lege stad was, waar veel werd geplunderd zowel door de Duitsers als door mensen uit de Achterhoek. Ik ken daarvan wel voorbeelden, dit terzijde.

Toen werd het 1945 en moest AJAB met al zijn traumata en wilde leven weer in het gareel te midden van brave jongetjes die van de oorlog niet veel hadden geleden omdat ze daarvoor te jong waren. AJAB hervatte het collegelopen en zat vermoed ik rond zijn assistentschappen in de diverse medische richtingen. Dan eens drie maanden het een en dan weer eens vijf maanden het ander. Hij kwam wel op de kroeg en lustte zijn biertje. Hij gaf aan een aantal Veritijnen, mijn jaarclubgenoten onder meer boksles, een sport die onder studenten niet of nauwelijks voorkwam. Studenten deden immers aan roeien, schermen en paardrijden en nog wat tennis en hockey en heel ordinair soms ook nog voetbal, maar boksen?

Zo werd AJAB de leider van de stoottroepen naar Nijmegen en liep alle gevaar met de kin vooruit voorop in de colonne.

Later toen de studie naar semi-arts gedaan was, werd AJAB een van de medeoprichters van de medische missiegroep van Veritas. De z.g ALMA, dat stond voor Academische Leken Missie Actie. Zie hiervoor het verslag in het annuarium 1947. Doelstelling: als leek en arts naar de missielanden en ook het opvangen in Nederland van kinderen van degenen die dat werk deden. Dus het vormen van een thuisfront. Menig Veritijn ging daarna naar Afrika.

AJAB, "de baardloze Kapucijn".



Niet AJAB, liever nog niet. Want AJAB kreeg de geest en nog voor zijn semi-arts examen trad hij in bij de Trappisten (moet zijn Kapucijnen, GvdS) in België, want hij wilde monnik worden, Dus daar werd hij ingewijd in het kloosterleven. Ik denk ongeveer een jaar, want vader abt leek het toch beter dat AJAB eerst maar eens zijn medische studie zou afmaken. AJAB dus weer terug naar Utrecht en rondde zijn studie af. Terug in het klooster werd hij tot priester gewijd en daarna leerling bij een wereldbekende oogarts in Zeeuws-Vlaanderen waar hij leerde blindheid veroorzakende tropische oogziektes te behandelen. Gewapend met die ervaring toog AJAB naar Ethiopië en andere Afrikaanse landen o.m. Malawi. Precies weet ik dat niet. Het klooster in België weet daar vast meer van. Hij deed daar veel oogoperaties in elk geval.

Op een van zijn verlofreizen kwam hij bij ons langs in Haarlem op de dag dat mijn zoon gedoopt zou worden in 1965. Ik vroeg of hij de doop wilde verrichten. AJAB haalde achteruit de kofferbak een verfrommelde pij en verrichtte de doop i.p.v. de plaatselijke kapelaan. Zo werd het contact door de jaren heen behouden ondanks de grote afstand.

Toen was er ineens een stille terugkomst van AJAB naar het nabijgelegen Beverwijk en AJAB was niet alleen. Hij werd jeugdarts aldaar ik denk in dienst van de gemeente en trouwde met zijn uit Afrika meegekomen vriendin, die daar als religieuze had gewerkt in een ziekenhuis. Een schat van een mens, buitengewoon bescheiden. Helaas werd zij ziek en kwam te overlijden. AJAB was weer alleen. Na enige tijd wilde hij terug in het klooster om daar zijn oude dag te beleven, vooral daar hij qua gezondheid terugviel. Het klooster leek het beter dat hij maar in Beverwijk bleef. Zo geschiedde en wij zagen AJAB nog sporadisch tot de dag dat wij werden uitgenodigd voor een kerkdienst ter afscheid van deze bijzondere man. Nu al wel weer een schat ik 20 jaar geleden. Een Arnhemmer was heengegaan. (AJAB overleed in 2001, GvdS)

Wijnand Hoogstraten (j.v.a. 1946)


Over AJAB de dingen die voorbij gaan

Sinds het vorige nummer herken ik de kreet AJAB. Het was Albert van Maanen, AJAB dus, die in 1946 bij de verovering van de Sociëteit Roland de voorhoede van het Veritijnse legioen leidde. In de vorige editie van de RVox (december 2012, nr 61) hebben we deze bijzondere gebeurtenis aan de hand van herinneringen van Nico Schweitzer en Wijnand Hoogstraten nog eens voor het voetlicht gehaald. Het was Wijnand Hoogstraten, jaar van aankomst 1946, die meende dat het brisante leven van AJAB, avonturier, verzetsheld, Veritijn en Kapucijn een film waard was.

Naar aanleiding van dit artikel kwam er een reactie binnen van Paul van Maanen, volle neef van AJAB, Veritas-reünist (j.v.a. 1951), getrouwd met Mieke Peters, eveneens Veritas-reünist (j.v.a. 1952), en samen op dat moment al 52 jaar woonachtig in Cuijk. Hij als dierenarts, zij met haar medische opleiding actief in onder meer de jeugdgezondheidszorg. Onder meer, maar ik moet eigenlijk zeggen: veel meer. Paul stopte in 1992 als praktiserend dierenarts en werkte daarna nog drie jaar bij de veterinaire inspectie. Mieke stopte tegen haar zin zo’n twintig jaar (!) later. Ze was toen 81.

 

Hoe zat het nou met AJAB?

Paul liet weten dat we maar eens langs moesten komen als we wilden weten hoe het nou echt zat met AJAB. Dit aanbod kon ik niet weigeren en het was ook direct duidelijk dat Wijnand mee moest. Op 15 maart 2013 pikte ik hem op in Huissen en reden we gezamenlijk naar Cuijk, waarbij Wijnand direct duidelijk maakte dat ik de aanwijzingen van mijn Tom-Tom moest negeren. Hij kende een betere route. In de buurt van Cuijk vertelde hij terloops dat hij met één oog nog twintig procent zag. Het andere was van glas. Of ik het in de bebouwde kom verder zelf maar wilde uitzoeken.

Mieke en Paul toonden zich oprecht verheugd over ons bezoek. Hun gastvrijheid was hartverwarmend. Paul een gemoedelijke reus, Mieke charmant, zorgzaam en opvallend jeugdig. Met het zicht op drie prachtige glas-in-loodramen, een met een afbeelding van de klassieke dierenarts Absyrtus (Paul), een met de Griekse halfgod Asclepios (Mieke) en een met Cupido (Mieke+Paul), kwam een urenlang gesprek op gang. AJAB kwam ter sprake, zeker, maar uiteindelijk was hij slechts een stukje van een wilde collage aan herinneringen die nogal associatief opborrelden, niet in de laatste plaats omdat al snel bleek dat Wijnand Hoogstraten en Paul van Maanen veel meer gemeen hadden dan alleen de herinneringen aan AJAB. Wijnand uit Deventer, Paul uit Raalte, het Canisiuscollege in Nijmegen, toen nog een internaat, befaamd zo niet berucht Jezuïtisch trainingsoord van de katholieke elite. Paul zat er op evenals drie broers van Wijnand, die zelf op het internaat van Rolduc zijn middelbare scholing kreeg. Mieke komt uit Dedemsvaart, haar broer Jan zat ook op Rolduc. Paul had ook een jongere broer op het college, die bij Hans van Mierlo in de klas zat. Op Canisius werd later gezegd: Lubbers was drie keer zo slim als Van Mierlo, maar Van Mierlo kon drie keer zo goed toneelspelen. Mij dunkt een compacte karakterisering van de recente politieke geschiedenis.

Overigens hadden ze Paul bijna te pakken. Drie maanden lang heeft hij met de geheime wens geleefd om Jezuïet te worden. Toen hij dat uiteindelijk opbiechtte bij zijn moeder kreeg deze zo’n vreselijke huilbui dat de prille roeping in een stroom van tranen het zeegat uit dobberde. Tot zijn spijt weet Paul tot op de dag van vandaag nog niet of z’n moeder indertijd huilde van plezier of van verdriet !


1935, Albert van Maanen, een jeugdige student


Het slepersbedrijf van AJABs vader, Wijnand van Maanen, oom van Paul van Maanen. Vestiging Arnhem. Vervoer van zand voor de wegenbouw. AJAB staat rechts op een kar met zijn broertje.


AJAB kwam op zijn zestiende vanuit Arnhem naar Utrecht om medicijnen te studeren. We schrijven 1935. Hij stamde uit een redelijk gefortuneerd gezin.

Vader Wijnand (de tweede Wijnand in dit verhaal), oudste broer van Pauls vader, zat in de wegenbouw en had aanvankelijk een zogenoemd slepersbedrijf; zo’n dertig paard-en-wagens voor vervoer van zand, waar hij goed mee boerde.

Zijn opvattingen in de jaren dertig waren niet helemaal anti-Duits, zeker niet in het begin. Zeer verschillend van de wijze waarop zijn zoon Albert (AJAB) dacht en zich gedroeg.

AJAB leidde tijdens de oorlog een zwervend bestaan. Hij zat onder meer ondergedoken in Heino (in de buurt van Raalte) in kasteel het Nijenhuis bij de  missionarissen van het Heilig Hart. Daar zaten nog een paar knapen.

Paul weet uit ervaring dat neef AJAB zich daar, mogelijk uit verveling, heeft bekwaamd in bepaalde gevechtssporten als boksen en jiujitsu, wat hem uiteindelijk in 1946 tot zo’n geschikte leider van de Veritijnse knokploeg maakte.

Wat AJAB nu echt heeft gedaan in die oorlogsjaren weet ook Paul niet precies. Hij heeft dingen gedaan voor de ondergrondse, schijnt zelfs in een ‘dodencel’ gezeten te hebben, en hij heeft in 1944 tijdens de slag om Arnhem geholpen bij het verzorgen van gewonden in het Elizabeth ziekenhuis. Hij reed in een oude DKW met op het dak een laken met een rood kruis erop en kwam ook in Raalte waar zijn ouders geëvacueerd waren. Alhoewel nog lang niet afgestudeerd speelde hij al volwaardig arts, zeker tegenover de bezetters.

Bijzonder maar onmogelijk

AJAB studeerde in 1949 af (na 14 jaar). Intussen had hij zich intensief bemoeid met de oprichting van Academische Leken Missie Actie (ALMA) een van de leken-missie-organisaties in Nederland die tot doel hadden de missie en het ontwikkelingswerk in de missielanden te steunen. ALMA werd opgericht op 29 mei 1947 te Utrecht.

Paul karakteriseert zijn neef als pienter (van zijn moeder), in goeden doen (hield zijn vader nogal eens voor het lapje), en zijn hele leven nogal ‘vrouwvriendelijk’.  Anders gezegd, er was geen vrouw erg veilig voor hem, en Mieke bekent dat zij liever niet met hem alleen gelaten wilde worden. Het was ook een knappe vent om te zien. Een beetje verward. Ingewikkelde zinnen die niet altijd goed afliepen. Maar met een interessante visie op vele zaken, nooit oppervlakkig. Iemand die zijn eigen leven leidde, weinig rekening hield met anderen. Een vrijbuiter en soms volstrekt onmogelijk.

De meeste neven en nichten knapten vroeg of laat af op hem. Zo niet Paul. Daar kwam hij dan ook graag. Paul vermoedt dat er ook wel sprake was van een sterk afzetten tegen zijn vader. Twee sterke persoonlijkheden!

Tijdens het afstudeerdiner in Pays-Bas sprak vader Wijnand de gedenkwaardige woorden: ik ben blij dat ik eindelijk van jouw financiële zorgen af ben. Waarop AJAB doodgemoedereerd meedeelde dat dit misschien toch even anders zou lopen omdat hij besloten had het klooster in te gaan. De schok was zo mogelijk nog groter dan toen Paul thuis meedeelde dat hij Jezuïet wilde worden !


Wild, te wild?

1955. AJAB, hier nog met baard, op weg naar de kerk voor de celebratie van zijn eerste H. Mis.


AJAB maakte een rondgang langs de verschillende kloosters in Nederland, terwijl hij een jaar Grieks en Latijn deed op de Scola Carolina in Den Haag, een instituut voor zogenaamde ‘late roepingen’. Hij had in Arnhem indertijd de HBS gedaan. Hij koos voor de Kapucijnen in Udenhout.

Zes jaar later werd AJAB priester gewijd en vertrok hij als missionaris-arts naar Tanzania. De Zwitserse missiebisschop van de Kapucijnen stuurde hem na zes jaar terug naar Nederland. Volgens Paul vanwege een iets te wild leven in de tropen.

Terug uit Tanzania specialiseerde hij zich in tropische oogheelkunde bij de bekende oogarts Rudi Sampimon. Deze had een pleegdochter, Roosje (uit Indonesië).

Vervolgens werd AJAB voor de tweede keer uitgezonden, nu naar Addis Abeba in Ethiopië. Hij werkte voornamelijk in de Alert Leprakliniek in de hoofdstad.

AJAB in Tanzania met de Kapucijner missiebisschop uit Zwitserland.




Ajab kwam terug met Roosje als zijn vrouw (in 1970 getrouwd), trad uit en vestigde zich uiteindelijk in Beverwijk. Hij onderhield nog goede contacten met de Kapucijner communiteit in IJmuiden, vooral met zijn vroegere provinciaal, de radiopredikant Alfred van de Weijer.

In Beverwijk heeft hij 15 jaar gewoond en daar was hij actief in de jeugdgezondheidszorg, nadat hij dezelfde opleiding als Mieke had gevolgd; jeugdarts.

Opmerkelijk: nadat Roosje was overleden wilde hij weer terug naar het klooster! Dat vonden de paters toch een wat minder geslaagd idee. AJAB overleed in 2001 plotseling, aan een aneurisma.

Vlak voor zijn dood meldde zich de Kapucijner pastor van het ziekenhuis. Er was een nieuw, in potlood geschreven, testament opgemaakt waarin was geregeld dat alle bezittingen van AJAB aan de Kapucijnen zouden toevallen. De verwarring bij de paters, die aanvankelijk executeur-testamentair werden, was compleet toen ze ontdekten en dachten dat er alleen al op de Dresdener Bank een miljoen DM stond. Later bleken ze zich vergist te hebben. Ze hadden het rekeningnummer voor het conto aan te zien!

Maar ook bleek dat er wel tien testamenten lagen. Er was net een aanzienlijk bedrag naar een Kapucijner pastoor in Dar es Salaam doorgesluisd om een kerk met school te bouwen. Ze lieten het afwikkelen van het enige rechtsgeldige testament toen maar liever aan Paul over. De in dat testament aangewezen executeur was namelijk al overleden. Het was niet erg duidelijk waar AJAB al dat geld vandaan had, maar het zal toch van zijn vader geweest zijn. Uiteindelijk was er natuurlijk maar één geregistreerd testament geldig; niet dat van de paters! Zijn nalatenschap is verdeeld over Amnesty International, de Leprastichting en de paters Kapucijnen.

Oorlogsavonturen

In toen nog dagblad De Tijd verscheen ooit een artikel over AJAB onder de titel: De Baardloze Kapucijn. Auteur Albert Welling.  AJAB had, als enige kunnen bedingen dat hij, omdat hij ook als medicus moest optreden, geen baard hoefde te laten staan. Hij mocht vanuit Udenhout anders zijn vak niet bijhouden in het Sint Elisabeth ziekenhuis in Tilburg.

Overigens is het interessant om te melden dat ook de drie broers Mol, Frans, Ruud en Pieter, allemaal Veritijn, vanuit ALMA naar het toenmalige Tanzania zijn vertrokken. Ze richtten daar het Bikumbi Hospital op. Alle ‘Mollen’ waren zeer actieve Veritijnen, nadat ze allemaal het ‘Canisius’ hadden gedaan. Later kwamen er nog twee broers naar Veritas. Frans en Ruud waren zeer actief in het verzet. Over Frans komt ook nog een spannend oorlogsverhaal boven water. De latere burgemeester van Cuijk, Louis Janssen, een grote naam in het verzet, deed zich voor als kapelaan en zat op een pastorie in Nijmegen. Frans moest iets afgeven bij de kapelaan. Zij wisten van elkaar niet dat ze in het verzet zaten. Frans kon ’s avonds niet meer terug (spertijd) en bleef slapen op de pastorie. De volgende ochtend schoot hij even een ochtendjas aan. Daar zat een doorgeladen revolver in. Het was de ochtendjas van meneer kapelaan. Alles werd ineens duidelijk.

AJAB was een beetje gek, geestig en sportief. Hij was zeer belezen en had als student al zo’n duizend grammofoonplaten.  Op een bruiloft had hij voor iedere gast een toepasselijk citaat uit de literatuur. Zoals voor zijn tante Jozefine: ‘Zalmrose, bijna geheel gevuld.’ Ook al kennen wij tante niet, wij zien haar toch voor ons.

AJAB heeft zich zijn hele leven bedreigd gevoeld. Mogelijk een oorlogstrauma. Na zijn overlijden trof Paul in zijn woning vijf pistolen en een kist munitie aan. Verder katapulten, boksbeugels en een zeer grote voorraad conserven.


AJAB in 2001, het jaar waarin hij op 83-jarige leeftijd overleed.



























Paul van Maanen

Pauls vader was dierenarts in Raalte en had (uiteraard) ook in Utrecht gestudeerd. Er waren negen kinderen. Paul, geboren in 1930, moest na zijn eindexamen eerst nog in militaire dienst en kwam daarom pas in februari 1952 in Utrecht aan, nog net Veritaslichting 1951.

Hij haalde in ruim drie maanden zijn proppen. Bento Schulte was toen praeses. Paul geeft graag toe dat hij een echte kroegtijger is geweest. Het woord DSK valt. Als je ‘googelt’ vind je onder meer: Ex-minnares van DSK: 'Hij is half man, half varken' De snelle lezer kan hier de indruk krijgen dat genetische manipulatie in de veehouderij wat begint door te schieten, maar wij weten wel beter. Paul was onder meer praeses van de DSK en dat staat in dit verhaal voor: Diergeneeskundige Studenten Kring en niet voor Dominique Strauss-Kahn.

De naam Willem Pompe wordt genoemd. Befaamd rechtsgeleerde, naamgever van de Pompekliniek in Nijmegen, vooruitstrevend katholiek, gestudeerd in Utrecht en nauw betrokken bij Veritas, waarvan hij erelid en beschermheer was.

Toen Mieke in 1952 in Utrecht ging studeren, kwam ze vaak thuis bij Ragnhild Pompe, een van Willems dochters. Ze kenden elkaar vanwege het feit dat Pompe in de oorlog ondergedoken had gezeten bij de huisarts van Tubbergen, een oom van Mieke. Het werden hartsvriendinnen. Haar broer Kees Pompe, praeses van Veritas in 1947-1948, overleed op tragische wijze toe hij net benoemd was tot hoogleraar aan de Rechtenfaculteit van onze Alma Mater. 

Bij de kardinaal



Annuarium klaar, Mieke en Paul een paar. De Commissie tot Redactie van het Annuarium 1955 biedt het eerste exemplaar aan aan burgemeester De Ranitz van Utrecht. Het Annuarium werd in die tijd per koets rondgebracht langs alle Utrechtse  notabelen. V.l.n.r.: Paul van Maanen, Han Muller, Eduard van Putten, Mieke Peters, Sake Rypkema en Cas Scholte-Albers.

Paul was onder meer praeses van de Annuariumcommissie waar ook Mieke deel van uitmaakte. Hoogtepunt van deze eervolle activiteit was het aanbieden van het annuarium aan de Utrechtse notabelen, waaronder de commissaris van politie en de burgemeester (zie afbeelding).

Dat ging per koets en in jacket en nam bijna twee dagen in beslag. De koets was van stalhouderij Schoonhoven Buitendijk en ieder jaar zat koetsier Kobus op de bok. Die kreeg op ieder aangedaan adres – zo’n twintig – twee borreltjes. De paarden vonden hun weg naar huis zelf, en daar aangekomen viel Kobus dan van de bok.

Als laatste was kardinaal Alfrink aan de beurt om het boek aan te bieden. Bij de familie Pompe thuis had Paul aan de professor gevraagd wat in geval van een kardinaal de juiste aanbiedvorm was: knielen en de ring kussen? De professor, die geen grote vriend was van de kardinaal, adviseerde hem dit niet te doen. Eenmaal op de Maliebaan was Paul de goede raad geheel vergeten, bijna zeker door dezelfde kwaal als waaraan Kobus leed. De gevolgen waren vreselijk. Paul knielde en trachtte de ring te kussen. Het volgende moment lag hij, met zijn meer dan twee meter lengte uit balans geraakt, languit aan de voeten van de kardinaal. Deze sprak: “Jongeling sta op. Ik denk te weten waaraan gij lijdt”. Met een taxi ging de commissie de volgende dag naar Amersfoort waar de oorlogskardinaal de Jong bij de nonnen woonde. Het uitreiken van het annuarium aan de beroemde, bedlegerige kardinaal was indrukwekkend.

Hossu Pal

Er volgen meer mooie verhalen. In 1956 slaan de Russen met veel tanks een opstand in Hongarije neer. Veel studenten slaan op de vlucht, vooral ook naar Nederland. Ze komen onder meer in een huis van de Mennonieten in Zeist terecht. Er wordt een kampstaf geformeerd die moet zorgen dat deze lieden op de juiste plek hun studie in Nederland kunnen voortzetten. Paul, dan vijfdejaars, neemt namens Veritas zitting in de kampstaf, een nogal deftig gezelschap waar onder andere de latere burgemeester van Utrecht Henk Vonhoff bij zat. Paul rijdt de Hongaarse studenten met een busje langs de verschillende universiteiten om te zien waar ze het beste geplaatst kunnen worden, om aansluiting op hun studie te krijgen.

Samen met Jan Linthorst, oud Canisiaan en Jezuïet in opleiding, surveillant op Katwijk-de Breul in Zeist, organiseert hij een Sinterklaasactie voor de gevluchte studenten. Hij herinnert zich nog dat de studenten landmeetkunde in het Instituut voor Geodesie van voormalig minister-president Schermerhorn aan de slag konden. Na verloop van tijd kreeg hij de bijnaam Hossu Pal (grote Paul). Boeiend weet hij te vertellen over het bezoek van koningin Juliana, samen met haar vier dochters, aan de studenten op Heerenwegen. Paul wordt uit waardering benoemd tot honarair lid van Veritas, met het bekende lintje en dito tinnen bordje met Veritasvignet.

Als Mieke iets wil

Mieke Peters begon in 1952 aan haar studie geneeskunde. Toen Paul zijn praktijk startte, was ze lange tijd zijn steun en toeverlaat, zijn achtervang. Van 1961 tot 1972 werkte ze in deeltijd als jeugdarts op consultatiebureau’s in het Land van Cuijk en Oost-Brabant. Ook werd ze schoolarts en hoofd van de schoolartsendienst in het Land van Cuijk. Naast het leidinggeven wilde ze in ieder geval dagelijks contact met de jeugd. Zware jaren, want ze deed in die tijd tevens met succes de vierjarige opleiding Jeugdgezondheidszorg.

In 1972 raakte ze zodoende betrokken bij landelijke thema’s  ‘arts, maatschappij en gezondheidszorg’. Omspoeld door een stroom van reorganisaties hield ze vast aan haar grote liefde: de gezondheid van de jeugd van nul tot achttien jaar.

Dat bleef ze doen tot juli 2012. Ze was intussen de tachtig gepasseerd. Mieke zat jarenlang in het hoofdbestuur van de NVJG, de Nederlandse Vereniging voor Jeugd en Gezondheid. Samen met Frits Wafelbakker, de landelijke hoofdinspecteur van deze medische sector en enkele andere hotemetoten schreef ze boekjes over jeugd, sport en gezondheid.

Lokaal deed ze veel in het ouderenwerk en gaf ze voor jonge moeders honderden  lezingen over opvoedingsthema’s, voor allerlei organisaties.

Ze werd tenslotte voor dit alles beloond met de benoeming tot Officier in de Orde van Oranje Nassau.

Samen met Paul kreeg Mieke twee zonen en twee dochters en die verrijkten haar en Paul met veertien kleinkinderen.

In haar Veritastijd was Mieke o.a. praeses van de MK-IC in 1956. Ook zat ze samen met Paul in de Annuariumcommissie.

De oecumene moest nog op gang komen

Wat volgde was een lang en emotioneel verhaal over de in die tijd nog sterk gevoelde tegenstelling tussen katholiek en protestant. Op een zeker moment maakte de zeer talentvolle en professorabele Mebius Kramer, in de kleine uurtjes in “de hel” bij Unitas, staande op de bar, op luide en ludieke toon bekend dat hij, evenals het emancipatoire Veritas,  zou opkomen voor het ‘verheffen’ van ons katholieke volksdeel in het algemeen en in het bijzonder van de katholieke aanstaande dierenartsen op de nogal door protestante gelederen overheerste veterinaire faculteit.  Paul, op dat moment voorzitter van de DSK werd bij de decaan van de faculteit, professor Theunissen, ontboden. Hem was een vreemd verhaal over Mebius Kramer ter ore gekomen. Wat Paul daar van wist.

Zo werden ernst en luim tegen elkaar uitgespeeld! Voordat Mebius zijn hoogdravende ‘lullepot’ kon waarmaken vertrok hij op uitnodiging naar de medische faculteit om daar zijn carriere als wetenschapper voort te zetten.

Paul volgde Mebius op als kerkmeester van de studentenparochie in de Herenstraat bij Moderator Visser.

In 1960 gaven Mieke en Paul elkaar, in Dedemsvaart, het jawoord, met de zegen van de toenmalige studentenpastor Nico Vendrik.

Paul studeerde in 1959 af maar Mieke was nog niet klaar. Probleem. Een dierenartsenpraktijk zonder achterwacht, zonder partner, was toen ondenkbaar.

Tijdens haar co-schappen maakte Mieke kennis met professor van der Kaay, als patiënt. De hoogleraar Veterinaire Verloskunde kende Paul en hoorde van de situatie van Mieke en Paul. Van der Kaay drukte Mieke op het hart om eerst af te studeren alvorens in de praktijk van Paul mee te gaan doen. “Want jullie katholieken krijgen ook nog meteen een schare kinderen”.  En dus regelde van der Kaay voor Paul een assistentschap op zijn kliniek.

Voordien was Paul even bezig geweest met een door TNO gefinancierd onderzoek naar abortus bij rundvee. Maar laboratoriumwerk was niet zijn ding.

Bij-effect van zijn verloskunde ervaring was wel dat Paul een expert werd op het gebied van de verloskunde, vooral bij rund en paard. 

Toen ze eenmaal getrouwd waren raakte Mieke al snel in verwachting. De professor veterinaire verloskunde kreeg zijn gelijk. Intussen kwam er een praktijk in Cuijk vrij. Maar er waren wel dertig gegadigden. Volgens Paul was Van der Kaay zo ontroerd door de zwangerschap van Mieke dat hij er persoonlijk voor zorgde dat ze per 1 juli 1961 naar Cuijk konden. Hij kende Pauls voorganger oud-Veritijn Frans Viguurs erg goed. Mieke studeerde op 6 oktober dat jaar af en hun oudste dochter werd op 23 oktober d.a.v. geboren.

Er vallen tijdens onze urenlange gesprekken regelmatig namen uit bijna prehistorische luchten. Dré Karthaus is er zo een. Later chirurg in Breda, maar in zijn Veritastijd een befaamd illustrator, onder meer van annuaria. Dré was wat arrogant en brutaal en had narcistische trekjes. Lid van Veritas maar ook van het Corps. Ooit beschilderde hij de wanden van De Engelenbak, de kamer direct links bij het betreden van KNG54 (nu VB-ruimte) met prachtige fresco’s. Reeds in 1946 hebben opstandige jaargenoten Dré’s kunstwerk met een dikke laag witkalk aan het oog onttrokken. Dré was goed bevriend met AJAB.

Nijmegen

15 maart 2013. Cuyk. Met Wijnand Hoogstraten (rechts) te gast bij Paul (links) en Mieke van Maanen (midden).

Aanleiding van dit Van Maanen-epos was de uittocht naar Nijmegen in 1946. Later volgden nieuwe confrontaties met Nijmegen. Paul herinnert zich de uittocht van 1957 waarbij zich ook gedenkwaardige zaken hebben voorgedaan. In alle tumult was een Veritijn er in geslaagd om er met een auto van de Nijmeegse politie vandoor te gaan. Dat vond de politie duidelijk een brug te ver. Het speelse was er vanaf. De politie trok massaal de bezette sociëteit binnen en drong de aanwezige Veritijnen terug, achter in de sociëteit.

Men kan de terechte vraag stellen of dit onder AJAB ook was gebeurd. Ik heb mijn twijfels. Hoe dan ook, op een zeker moment treedt een oververhitte inspecteur naar voren, met getrokken pistool, die roept: ‘Sleutels terug of ik schiet.’

Niet in het minst geïmponeerd klonk het toen uit 400 Veritijnse kelen: ‘hoera!’ Lang voor de provo-tijd begon het gezag al te wankelen. Enige tijd daarna verbouwden de Nijmegenaren Het Eigen Huis. Er was een zware commissie nodig om de relatie met Nijmegen weer te normaliseren. De belangen van Veritas werden toen ondermeer behartigd door prof. Willem Pompe. Zo zie je maar.

Op de terugweg liet Wijnand Hoogstraten mij weten dat hij zeer had genoten van het bezoek. Ik kon het me goed voorstellen. De wereld van Paul en Mieke was in hoge mate ook zijn wereld geweest. Ik heb ook genoten omdat ik kennis had gemaakt met een nieuwe wereld. Met dank aan Paul, Mieke en Wijnand.


2020. Terug in Cuijk

Op bezoek bij Mieke en Paul van Maanen

Hieronder een nieuw artikel gewijd aan AJAB (klein beetje) maar vooral aan Mieke en Paul van Maanen. Het verscheen in de RVox van mei 2019. Er zit nogal wat overlap in met het voorgaande. Ik heb niet geprobeerd de teksten te integreren. De herhalingen leken me nuttig omdat het magazine sinds een paar jaar ook een geheel nieuwe groep jonge Veritasreünisten bedient.

Op 6 maart 2020 bracht ik opnieuw een bezoek aan Paul en Mieke van Maanen in Cuijk. Beiden intussen al zo’n jaar of zestig Veritasreünist. Paul in zijn negentigste levensjaar, Mieke een paar maanden jonger. Paul startte in 1961 als dierenarts in Cuijk. Hij nam de praktijk over van een andere Veritijn: Frans Viguurs. In 1971 kreeg hij gezelschap van een jonge assistent, Clé Willenborg, die wat later zijn associé zou worden. Ook Clé was een Veritijn, sterker nog, hij was een jaargenoot van ondergetekende (j.v.a. 1963).

Mieke studeerde af als arts, was aanvankelijk Pauls onmisbare “achtervang” in de praktijk en maakte, toen daar in het gezin en de praktijk ruimte voor kwam, een indrukwekkende en langdurige carrière in de jeugdgezondheidszorg.

Zowel Paul als Mieke hadden daarnaast een zeer gevuld sociaal leven waarin ze een veelheid aan maatschappelijke functies vervulden. Mieke ondersteunt nog steeds een vluchtelingengezin.

Beiden komen uit een klassiek katholiek milieu. Ondanks alle misstanden die de laatste de decennia aan het licht zijn gekomen, hebben ze de Kerk niet de rug toegekeerd. Twee oud-Veritijnen met een lang en rijk leven, daar moet een boeiend verhaal in zitten.

Zeker. Maar in dit geval wel in het bijzonder. Want dit artikel heeft een voorgeschiedenis. Een wel heel bijzondere voorgeschiedenis die tegelijk ook de rijkdom van de Veritijnse historie weerspiegelt. Ik heb daar eerder in dit blad over geschreven (mei 2013). Maar sindsdien zijn er veel nieuwe lezers bijgekomen en zijn er vast ook oudere lezers die niet meer precies weten hoe het ook weer zat met Paul en Mieke van Maanen  

6 maart 2020. Terug in Cuijk

Net voor dat ons land helemaal op slot ging, keerde ik op 6 maart 2020 terug naar Cuijk, naar Den Oeiep, het prachtige verblijf van Paul en Mieke, om nog eens bij te praten. Studenten uit de jaren vijftig, ze worden zeldzaam. Er kan in zeven jaar veel veranderen, maar wat nog fier overeind stond was de Brabantse gastvrijheid die Gemma en mij ten deel viel. Paul gesteund door een stok, omdat zijn rug niet meer wil en ook Mieke een dagje ouder. Ze meldt terloops dat ze geplaagd wordt door een kaakholteontsteking. Niets van gemerkt! Nog steeds een bikkel. Wat een voorbeeldige vitaliteit samen. En wat leuk om nog eens herinneringen op te halen als het brein, inclusief het geheugen, het nog helemaal “zonder stok” af kan.

‘Hoe zit het eigenlijk met de kaakholtes bij dieren?’ vraag ik argeloos. Even het ijs breken heet dat. Maar Paul gaat er vol overgave op in. ‘Een paardengebit is kwetsbaar. Bij een holte-ontsteking trepaneerden we (gat boren). Er zijn tegenwoordig speciale paardentandartsen. Wij deden alles zelf. Ik heb wel eens medelijden met al die specialisten. "En schat, wat ga je vandaag doen? O, vijf nieuwe heupen plaatsen."

Mieke vult aan: ‘Eigenlijk is de klassieke huisartsenij nog het leukste. Maar dat is natuurlijk ook allemaal veranderd. Onze oude huisarts werd opgevolgd door twee part-timers. De nieuwe huisarts werkt twee dagen in de week en komt op de fiets uit Nijmegen. Huisbezoek, zelfs bij hoogbejaarden, is er nauwelijks meer bij.

 Back to the Fifties

11 mei 1957. Feest bij Boekelman in het Wilhelminapark.
Achter v.l.n.r.: ?, Gerard Bots, Fieke Hesselenveld, ?, Thea Adema, Herman Hamers, Gerard Boot, Wil Jansen, Wim Boekelman, Ed de Maat. Voor v.l.n.r. ?, Finie Boekelman, Frans Rademaker, Cathleen Boekelman, Mieke Peters, Ragnhild Pompe, Paul van Maanen. Zijkant: Valence Pinckaers, Vera de Ruiter, Paul Krugers d’Agneau


We gaan ver terug in de tijd. Jaren vijftig. Veritas, waar ze elkaar hebben ontmoet. Mieke kwam in september 1952 vanuit Dedemsvaart naar Utrecht om geneeskunde te studeren. Paul zat er al een half jaartje. Hij was eerst nog bijna twee jaar in militaire dienst geweest.

Mieke wist op haar zesde al wat ze wilde worden: kinderdarts. Het voorbeeld van dokter Hengeveld, de aardige kinderarts die haar behandelde toen ze voor een nieraandoening zes weken in het ziekenhuis in Zwolle lag, was bepalend voor haar verdere leven.

Mieke werd een heel goede jeugdarts met een grote staat van dienst. Paul liefdevol: ‘Mieke is beroemd hier.’ 

Mieke Peters

Mieke krijgt tijdens haar introductie op Veritas te maken met een IC die wordt geleid door Mebius Kramer. Een van de IC-leden is Wim Hornix. Ik noem zijn naam omdat hij elders in deze editie wordt herdacht, door onder meer Mebius Kramer. Wim Hornix, een grote naam in de Veritas historie, overleed op 9 december 2019. Voor de volledigheid: Paul maakte me er tijdens ons bezoek op attent. 


De vriendin en latere echtgenote van Mebius Kramer komt uit Dedemsvaart, net als Mieke. Het maakt haar groentijdbestaan er niet makkelijker op. Mebius neemt Mieke regelmatig op de korrel.

Als Mebius enkele jaren later op de MK recipieert bij gelegenheid van zijn afstuderen als dierenarts, komt Mieke haar ontgroener gelukwensen. Paul is dan praeses van de DSK (Diergeneeskundige Studentenkring) en is ook van departij. En dat blijft niet onopgemerkt.

Paul: "Mijn zusje was vriendin met ene Corrie Peters, de dochter van een oom van Mieke. Toen ik eenmaal op Veritas rondliep, zei mijn zusje op een keer tegen mij: ‘Heb je dat nichtje (Mieke) van Corrie Peters al eens ontmoet? Die studeert ook in Utrecht'.

En toen liep ik haar bij Mebius dus zomaar tegen het lijf. Ik moet met mijn aangeschoten kop iets gebrabbeld hebben als: "Zo, ben jij nou dat meisje Peters?"

Zelfs dit slechte begin schrikt Mieke niet af. Terug op haar kamer laat ze haar beste vriendin Ragnhild Pompe (dochter van prof. Willem Pompe) weten: ‘Met die jongen wil ik trouwen.'  Paul: ‘Ik wist van niets.’

Wat later belanden ze samen in de Commissie tot Redactie van het Annuarium 1955, met verder Han Muller, Eduard van Putten, Sake Rypkema en Cas Scholte – Albers. En dan is er voor Paul geen ontsnappen meer aan! En zo is geschied. Want als Mieke iets wil…..



Mieke en dochter Anneke (toen woonachtig in Addis Abbeba) op bezoek bij Catherine Hamlin, de beroemde Australische gynaegologe die grote faam en diepe bewondering verwierf met haar werk voor de jonge  vrouwen van Ethiopië die massaal obstetrische fistels oplopen door te zware geboorte-inspanningen en daardoor ernstig gehandicapt raken. Catherine Hamlin overleed op 18 maart 2020 op 96-jarige leeftijd, na 60 jaar werk in Ethiopië, waar ze onder meer zes Vroedvrouwenscholen en verlosklinieken in de diaspora vestigde.   

Mieke richtte een Stichting op in Nederland, gaf talloze voordrachten vooral voor Rotary-clubs en hun Innerwheels (partners) en ondersteunde daarmee het werk van Cathrine met veel succes.


Miekes droom komt uit

Als Paul in 1961 zijn praktijk begint, is Mieke lange tijd zijn steun en toeverlaat, zijn achtervang. Van 1961 tot 1972 werkt ze in deeltijd als jeugdarts op consultatiebureau's in Cuijk en wijde omgeving. Zware jaren, met gezin, praktijk en de toewijding aan haar werk. In 1972 raakt ze betrokken bij het landelijke thema “Arts, maatschappij en gezondheidszorg”. Ze wordt hoofd van de Schoolartsendienst (vier artsen) van het Land van Cuijk. Elf burgemeesters zijn haar baas. Tot 2012, ze is dan de tachtig gepasseerd, houdt ze vast aan haar grote liefde: de gezondheid van de jeugd (0 – 18 jaar). Ze valt tot op hoge leeftijd nog in op zuigelingen- en kleuterbureau's in heel Oost-Brabant.

Mieke zat in het hoofdbestuur van de NVJG en in diverse commissies. Ze schreef samen met collega's boekjes over sport en gezondheid voor jeugdigen, onder leiding van Frits Wafelbakker, deed veel in het ouderenwerk, gaf honderden lezingen over opvoedingsthema’s en werd tenslotte voor dit alles beloond met de benoeming tot Officier in de Orde van Oranje Nassau. Paul is trouwens Ridder in die Orde, een graadje lager dus.

6 maart 2020. Terug in Cuyk. Terug bij Paul en Mieke van Maanen


Nog even AJAB

Paul en Mieke trouwden in 1960 in Dedemsvaart en kregen twee zonen en twee dochters met samen veertien kleinkinderen en drie achterkleinkinderen

Ik kan niet nalaten toch nog even te informeren of er na onze ontmoeting in 2013 nog geheimen over AJAB onthuld zijn. Jammer genoeg niet. Met name zijn activiteiten in de oorlog heeft hij meegenomen in het graf. AJAB overleed op 13 mei 2001.

2013. De erfenis (boeken) van AJAB opgeslagen in het tuinhuis van Paul en Mieke.


Paul karakteriseert zijn neef als slim (van moeders kant (sic !)), rijk (nam een loopje met zijn vader), en zijn hele leven nogal gesteld op vrouwen. Het was ook een knappe vent om te zien. Een beetje verward. Maar zeer belezen en met een interessante visie op zaken, nooit oppervlakkig. Iemand die zijn eigen leven leidde, weinig rekening hield met anderen. Een vrijbuiter en soms volstrekt onmogelijk. De meeste neven en nichten knapten vroeg of laat af op hem. Zo niet Mieke en Paul. Daar kwam hij dan ook graag. Het celibaat bleek uiteindelijk niet te horen bij AJAB. Hij keerde als leek terug uit de tropen en trouwde met zijn Roosje, die zijn uiteindelijke redding bleek te zijn.

Bijzondere Veritijnen. Er komt een nieuwe naam bij me op: Albert Smulders, de wonderdokter van Bergeijk (ReünistenVox april 2017). Paul: ‘Albert Smulders was een goede vriend van AJAB. Toen hij terugkwam uit Afrika heeft Albert (Smulders) hem nog even een baantje in Breda bezorgd als jeugdarts bij de GGD waar hij toen directeur was. Dat duurde niet lang. AJAB werd schoolarts in Beverwijk waar hij nog vele jaren met zijn vrouw Roosje heeft gewoond’. Klik hier voor een biografie van Albert Smulders.

Het Groot-Apostolisch Festival

Naar aanleiding van het overlijden van Wim Hornix weet Paul zich te herinneren hoe hij als tweedejaars in 1952 deelnam aan Het Groot-Apostolisch Festival zoals de uittocht naar Virgiel in Delft werd aangeduid. ‘Wij trokken met bussen vol naar Delft. De praeses van Virgiel, Snepvangers, was 's ochtends gevangen genomen door o.a. Johan Neuteboom en ik geloof Jan Schipperheijn. Bij aankomst in Delft werden we uit de bussen gezet en moesten we paraderen langs Snepvangers die “opgesloten” zat in zo'n schandblok bij de Nieuwe Kerk op de Markt. Daar kregen we, maar dat weet ik niet zeker, ook wat te eten. Na de overval, die mij nog een lelijke snijwond bezorgde, en de verbroedering gingen we via Zoetermeer (bij Nutricia kregen we Chocomel) naar Utrecht waar we in de ochtenduren arriveerden. Op de sociëteit hadden de thuisgebleven Veritasmeisjes voor ons erwtensoep gemaakt.’ Zo had Paul, net als neef AJAB, een historische uittocht meegemaakt.

Na zoveel mooie herinneringen was het moeilijk om afscheid te nemen. Paul en Mieke, bedankt voor de gastvrijheid en de mooie verhalen. Ruimtenood dwong om veel onbeschreven te laten.

2019. De familie samen tijdens het vieren van 175 jaar Mieke en Paul. Zittend v.l.n.r.: Mieke, Paul en schoonzoon David de Waal. Staand v.l.n.r.: schoonzoon Roland de Boer, zoon Paul, schoondochter Alicyn,  dochter Jacqueline, schoondochter Nadine, dochter Anneke en zoon Harm.

Gerard van de Schootbrugge (j.v.a. 1963)