MEEM'64, Evolutie, Ideeën, Taal en Creativiteit

Gerard van de Schootbrugge (alias Gerard Espunt)

0317

In Memoriam van Wim Hornix, eerder gepubliceerd in de ReünistenVox van C.S. Veritas (mei 2020, nr. 80), op deze site gepubliceerd op 7 december 2020.


In Memoriam Wim Hornix (1930 - 2019)


De sociëteit was op donderdag 27 november 1952 onherkenbaar, aldus het verslag van de Ab actis van het bestuur van de Sociëteit “Eigen Huis” in het Veritas-annuarium 1954. Vijf fakkels verlichtten de door hen verspreidde walm, die de opeengepakte menigte bijna deed stikken. De heer W. Hornix sprak met zo’n gloed, dat de meisjes een metamorfose wensten te ondergaan om ook naar Delft te kunnen trekken.  

Wat was hier aan de hand? Genoemde W. Hornix geeft in het annuarium 1953 een gedetailleerd verslag van wat er aan de hand was: “Het Groot Apostolisch Festival” waarin hij zelf een hoofdrol vervulde en dat zich een dag later op 28 november 1952 zou voltrekken. Verderop meer.  





Willem Jacques Hornix

Op 9 december 2019 overleed te Ubbergen op 89-jarige leeftijd Willem Jacques Hornix. Hij ging in 1948 in Utrecht scheikunde studeren en werd lid van Veritas. Een opvallend lid. Het was Paul van Maanen die mij terloops op het overlijden van Wim Hornix attendeerde toen ik op 6 maart j.l. bij hem en Mieke op bezoek was in Cuijk voor een interview. Ik kende zijn naam uit de geschiedenisboeken. Paul en Mieke hebben hem in levende lijve meegemaakt. Paul kwam begin 1952 op Veritas, zijn vrouw Mieke, toen nog Mieke Peeters, in september 1952. Wim Hornix maakte als ab actis deel uit van Miekes Introductiecommissie, samen met Mebius Kramer (j.v.a. 1946) die het fiscaat voerde. Verder Wybo Heere q.q., W.J.A. Rademaker en Pia ten Hagen.

Wim Hornix en Mebius Kramer werden vrienden voor het leven. Zie ook het In Memoriam van Mebius Kramer hierna. Mieke mocht niet mee naar Delft, Paul wel. Hij was een van de driehonderd Veritijnen die op 28 november op een bijzondere missie naar de zustervereniging Sanctus Virgilius werd gestuurd. Onder de bezielende leiding van Wim Hornix moest het in Delft welig tierende materialisme een halt worden toegeroepen. Wim Hornix had binnen de vereniging, en met name ook op nachtelijke sociëteit, naam gemaakt als retorisch talent. Wim maakte in 1951 deel uit van het College van Dagcommissarissen (dat overigens vooral ’s nachts actief was). 


Studeren hoeft niet zo duur te zijn

Het is geen toeval dat Wim in het recent verschenen boek Aeterna Veritas een prominente plek heeft gekregen. Alhoewel hij niet uit een zeer bemiddeld milieu kwam –zijn vader was een hoge landmachtofficier– nam hij ruim de tijd voor zijn studie en bijbehorende sociale activiteiten. Studeren hoefde volgens hem in feite niet veel te kosten als je thuis woonde (Oog en Al). Het collegegeld was verwaarloosbaar, bovendien beperkt tot vijf jaar, eten deed hij thuis en na zijn kandidaats ging hij er gewoon bij werken.

Wim Hornix deed zijn doctoraal in 1960 en promoveerde in 1970 (titel proefschrift: An Axiomatization of Classical Phenomenological Thermodynamics). In dat zelfde jaar kreeg hij aan de Radbouduniversiteit van Nijmegen een aanstelling als wetenschappelijk medewerker voor onderwijszaken bij de Faculteit Wiskunde en Natuurwetenschappen. Hij combineerde dit met verder onderzoek aan zijn promotieonderwerp: de fundamenten van de thermodynamica. 

Nog even terug naar de Nijmeegse historicus Cees Willemsen die aan Wim onder meer de volgende uitspraken ontlokte en in Aeterna Veritas noteerde.

Mijn vader was katholiek, maar mijn moeder kwam uit een onkerkelijk milieu. Ze zijn voor de kerk getrouwd, waarbij mijn moeder moest beloven ons katholiek op te voeden. Wij hadden thuis vijf kinderen, eerst twee zonen en dan drie dochters. Ik ben de tweede zoon. Mijn broer is al in 1950, heel jong dus, gestorven. Ook mijn drie zussen hebben gestudeerd. De middelste is gepromoveerd in de wiskunde. Mijn oudere broer studeerde scheikunde in Delft, maar toen mijn vader promotie kon maken door in Utrecht een nieuwe functie te aanvaarden, ging hij ook hier studeren. Zo woonden wij allemaal weer thuis, inclusief onze jongere zusjes. Eigenlijk wilde ik biologie studeren, maar iedereen raadde me scheikunde aan vanwege de mogelijkheid van fundamenteel onderzoek.

Mijn broer en ik werden als vanzelfsprekend lid van Veritas, anno 1948 een bloeiende vereniging en uitgesproken katholiek, wat goed aansloot bij mijn idealistische aard. Ik ging meerdere keren per week naar de mis van de studentenparochie, die altijd druk werd bezocht. Toch was niet iedereen zo kerkelijk. Als Veritijnen hadden we in de eerste plaats een sociale missie. Tijdens de groentijd werden we hierin als het ware gebrainwasht. De politieke doorbraakgedachte domineerde Veritas. We ijverden voor een standenloze, niet-elitaire samenleving. Niettemin zaten de fabrikantenzoontjes bij voorkeur in de weinige disputen die Veritas telde. Op Nijmegen, dat uitsluitend disputen kende die zelfs naar stand ingedeeld waren, keken we erg neer. Het lied van Jan Derks ‘In rok en vest en witte das bedreigt een draak ons Veritas’ was typerend voor de sfeer. Er bestond een grote afstand tot het Corps. Dat was een ander milieu, erg liberaal en beheerst door de adel. Er was ook sprake van concurrentiestrijd. Samen met de SSR keerden we ons tegen hen.

In 1948 waren we binnen Veritas met een stuk of twintig jaargenoten van de Wis- en Natuurkunde faculteit op een totaal van honderd eerstejaars. Alle eerstejaars waren onderverdeeld in verscheidene, kleinere jaarclubs. Ik zat in Nachtwacht, die naam zal wel hebben samengehangen met het feit dat we vooral ’s nachts opereerden. Wij ontmoetten elkaar, behalve in onze jaarclub, meest in het natuurfilosofisch dispuut De Pyramide en stonden erg onder invloed van Van Melsen (Dries van Melsen, oud-Veritijn, j.v.a. 1930, hielp sociëteit Eigen Huis oprichten, werd hoogleraar Natuurfilosofie in Nijmegen, kwam daarna nog vaak op de sociëteit, GvdS). Hij voerde nogal eens het woord op onze bijeenkomsten en zijn publicaties werden niet alleen aandachtig gelezen, maar ook druk bediscussieerd. Ik heb later voor mijn doctoraal jarenlang in Nijmegen bij Van Melsen gestudeerd. Als doctoraalbijvak koos ik voor het grondslagenonderzoek van de natuurwetenschappen. Vanuit Veritas werden we aangemoedigd om de filosofie van de natuurwetenschappen te bestuderen en ik was ook jarenlang praeses van de Federatie van Wetenschappelijke Onderafdelingen van Veritas.

Je deed veel vriendschappen op in Veritas. Ik was een bekend en geliefd sociëteitslid en een erg goede spreker, zoals op uittochten. Ik had een sterk associatief vermogen en amuseerde het volk. Naast mijn jaarclub was ik vooral actief in en voor het Studium Generale.  


Het verfoeide Delftse materialisme

Delft 28 november 1952. Veritas verzameld op de Grote Markt onder het standbeeld van Hugo de Groot.  Het Groot Apostolisch Festival is begonnen. Staande op de geluidswagen spreekt festivalleider Wim Hornix zijn manschappen toe. Op naar Virgiel om het verderfelijke Delftse materialisme een halt toe te roepen.


We gaan nog even terug naar 28 november 1952, de dag van Het Groot Apostolisch Festival. Wim schrijft daarover onder meer:

Ondertussen gierde de geheimzinnige auto weer terug naar Utrecht en toen om half zeven bijna driehonderd Veritijnen de autobussen op het Hieronymusplantsoen vulden, voerden zij niet alleen de St. Salvatorharmonie met zich mee, maar ook vijftien tot de rand met boerenkool gevulde hooikisten van het Nederlandse Leger, kisten vol donderbussen, fakkels en rotte peren, een zware stormram en tenslotte Snepvangers (de ontvoerde praeses van Virgiel, GvdS), deze laatste geflankeerd door enkele topfiguren uit de Veritijnse Sportwereld. Klaroengeschal zette de stoet in beweging. Zes volgeladen autobussen, de geluidswagen van de Generale Staf en de oude brandspuit van het dorp Cothen kropen traag over de weg, nagejuicht door de leden van de Meisjeskring en een deel van Utrechts bevolking. …

Het verhaal wordt allengs groter. Wim komt echt op gang als hij de voortgang in Delft beschrijft.

Als een vurige slang kroop de fantastische optocht langs Delfts grachten. Voorop de schetterende St. Salvatorharmonie, daar achter de honderden fakkeldragende Veritijnen, de geluidswagen van het Collegium, het volledige Delftse politiecorps en verschillende pers- en politeauto’s. Terwijl de heer Ritter een tweede carillonconcert gaf, trok de optocht door de feestelijk versierde stad naar de Grote Markt. Daar aangekomen stelden de Veritijnen zich op rond het standbeeld van Hugo de Groot en voor het aangezicht van deze grote academicus besteeg de leider van de actie, de grote redenaar Hornix, de geluidswagen om in felle bewoordingen de grenzeloze gaping te schetsen tussen Grotius’ universitair gevormde geest en de mateloze domheid van de Delftse hogescholieren.  

En zo begon Het Festival. Met Wim Hornix in de rol die hem paste als geen ander. Een bijzondere Veritijn die een ereplaats verdient in het collectieve Veritijnse geheugen.    


Ton Houtman over Wim Hornix

Wims oude sociëteitsmaatje Ton Houtman (j.v.a. 1947, jurist) vertelde mij (GvdS) het volgende over hun vriendschap en het sociëteitsleven:

Het bijzondere aan Wim Hornix was zijn veelzijdigheid. Zo heb ik zijn wetenschappelijke activiteiten slechts als buitenstaander meegemaakt. Ik ging hem in de zestiger jaren opzoeken in Cardiff, waar hij zich voorbereidde op zijn promotie. Die handelde over de toepassing van de formele logica op de thermodynamica. Toen Wim dit aan mij trachtte uit te leggen, zei hij: ‘Ik denk dat er op de hele wereld maar een tiental mensen is dat mijn proefschrift kan lezen’.

Mijn contacten waren vooral op de sociëteit, waar Wim ook een retorisch talent ontwikkelde. Vele malen hebben we daar staand op een tafel tegenover elkaar staan speechen totdat de aanwezigen de tafel schuin zetten of omgooiden. Vaak ontmoetten wij elkaar op vrijdagavond in Het Eigen Huis. Ik woonde bij mijn ouders op de Moreelse Laan, Wim woonde thuis op de Mozartlaan 15. Dan liepen we samen op naar mijn huis, consumeerden daar nog wat, waarna ik opperde dat ik nog wel even meeliep naar de Mozartlaan. Daar werd ik dan de volgende ochtends in een of ander bed wakker. Mozartlaan 15 was werkelijk een zeer gastvrij adres. Er werd veel en uitbundig gefeest. Vaak gebeurde het dat Wim, na de eerste drankronde, het woord vroeg en de aanwezigen voorlegde of ze nog zin hadden in een “boccacciootje”. Dat werd uiteraard met veel gejuich ontvangen waarna Wim op zijn geheel eigen manier een verhaal uit De Decamerone vertelde. Een groot vertel- en verhaaltalent. Hoe geliefd huize Hornix was bleek toen Wims moeder een aantal jaren later overleed. Het zag zwart van de Veritijnen bij haar uitvaart.

Uit ons "gestoei" is een levenslange vriendschap gegroeid.

Tegen het einde van mijn studententijd nodigde Wim mij uit om samen in de vastentijd enige dagen in een klooster door te brengen. Dat werd een vaste traditie; tot ver na Wims afstuderen gingen we jaarlijks naar een trappistenklooster. Zowel de bijzondere sfeer van het klooster als de fraaie omgeving die uitnodigde tot lange wandelingen deed ons goed. Een van de krachten van Wim was om het enthousiasme dat hij voor heel veel gebieden en activiteiten had op zijn omgeving over te brengen. 

Een terloopse opmerking in het annuarium van 1956 n.a.v. de 21ste Dies van de sociëteit. Over vrijdag 28 januari 1955 lezen we: De potator (drinker) magnificus Hornix wilde absoluut naar bed op een redelijke tijd en achtte zes uur in de morgen op de duur dan ook het meest voor de hand liggend. 

We komen Wims naam in de annalen van Veritas ook tegen als de vereniging zichzelf afvraagt waarom het allemaal zo’n slappe hap is geworden. Zo weinig actieve leden. Zowel op de sociëteit als in de onderafdelingen. Het sociëteitsbestuur treedt op 2 april 1952 zelfs af. Met het Plan-Hornix pakt men de draad weer op.   


Ernst Homburg over Wim Hornix


Nijmegen. Genoeglijk werkoverleg vastgelegd op 12 februari 1982 in KU Nieuws.

Op de afbeelding: v.l.n.r. Hommes, Dupre, Hoefnagels, Hornix. (foto Hans Hendriks, Kath Doc Centrum)


De hierna volgende tekst is ontleend aan de afscheidswoorden van leerling, collega en goede vriend Ernst Homburg, hoogleraar ‘Geschiedenis van Wetenschap en Techniek’ in de Faculteit der Cultuur- en Maatschappijwetenschappen aan de Universiteit van Maastricht (hij hield op 26 april 2019 zijn afscheidscollege). Eind jaren negentig had ik het voorrecht om, als zelfbenoemd historicus van TNO, te mogen deelnemen aan een informele werkgroep onder de bezielende leiding van Ernst Homburg, waarin de technologische innovatie in de vaderlandse chemische industrie centraal stond.

Na zijn studie scheikunde in Utrecht promoveerde Wim op axiomatische grondslagen van de klassieke thermodynamica bij Peter Landsberg in Cardiff. De zoektocht naar de fundamenten van de wetenschap zou hem zijn hele verdere leven boeien. In 1979 startte Wim een project over de kleurstofchemie in de negentiende eeuw. De stelling was dat toen voor het eerst de wetenschap in de greep van de industrie zou zijn geraakt. Henk van de Belt en Ernst Homburg hoorden tot het door Wim geleide projectteam. Het project liep vijf jaar. Ernst leerde veel van Wim. Zoals de lat hoog leggen en onderwerpen autonoom bestuderen, los van de waan van de dag. Wim bedolf zijn projectteam met door hem aangeschafte boeken. Ernst: ‘Van al dat leeswerk in die vijf jaar heb ik mijn hele verdere loopbaan profijt gehad.’ Na de beëindiging van het project pakte Wim zijn oude liefde de thermodynamica weer op. Hij werkte tot 2009 intensief aan een leerboek dat helaas nooit is voltooid.

Wim Hornix was meer dan een wetenschapper. Hij wilde wetenschap en maatschappij grondig hervormen. Ton van de Belt in 1971 in Nijmegen scheikunde ging studeren kreeg hij o.a. instructies-filmpjes te zien die kort daarvoor door Wim waren gemaakt. Wim als onderwijsvernieuwer.

Het Wetenschap & Samenlevingsproject over de kleurstofindustrie was een vernieuwing op onderzoeksgebied. Via actievoeren en zijn lidmaatschap van de universiteitsraad wist Wim de subsidie veilig te stellen. Helaas kreeg hij van de faculteit weinig medewerking. In tegendeel!

Ontelbaar is het aantal werkgroepen, verenigingen en andere organisaties die mede door Wim zijn opgericht, zoals de werkgroep Grondslagen van de Thermodynamica, de Werkgroep Filosofie van de Chemie, de Chemie-Historische Groep, en de Vereniging Wetenschap en Toekomst. De Vereniging Wetenschap en Toekomst was een bijzonder geval want die ontstond in 1982 mede vanuit een kritiek op de Wetenschap & Samenleving projecten aan de Nijmeegse Universiteit, projecten waaraan Wim nota bene zelf leiding gaf. Het laat een paradoxale kant van Wim Hornix zien: zijn wetenschap wilde hij grondig doen, maar hij worstelde met het maatschappelijk relevant maken ervan. Zijn uitweg: oprichting van een aparte actiegroep.

Het monumentale huis van Wim en Els Hornix in Ubbergen. Een plek waar vrienden en collega's graag kwamen, niet in de laatste plaats vanwege de aanzienlijke culinaire en oratorische talenten van Wim.




Ernst heeft grote waardering voor Wim als gastheer. Wij denken onwillekeurig terug aan het gastvrije ouderlijk huis in Oog en Al. Ernst herinnert zich de gezellige kaas- en wijnavonden die hij, bijgestaan door Els, aan de Oude Holleweg en later aan de Rijksstraatweg voor het projectteam en anderen organiseerde. Wims culinaire vaardigheden waren buitengewoon. In de ambiance die Wim en Els zo creëerden, kwamen Wims retorische talent en zijn onovertroffen humor volledig tot hun recht. Kortom, Wim Hornix, was een bijzonder en veelzijdig mens, met verschillende kwaliteiten die niet altijd harmonieerden, maar die hem misschien daardoor altijd boeiend maakten. Een leermeester, een collega, een vriend.  

Als ik Ernst later vraag of hij de ludieke en de serieuze Wim kan verenigen, meldt hij: 

Wim was zeker speels en ludiek! Alle 40 jaar dat ik hem gekend heb. Tot op het laatst. Dus die studentikoze actie (Delft 1952, GvdS) kan ik geheel plaatsen. Wim was een initiator, die steeds naar vernieuwing zocht, en die hard streed voor zaken die hij belangrijk vond. Bijv. meer filosofie en geschiedenis in het natuurwetenschappelijk onderwijs, op universiteiten én op middelbare scholen. Daar was hij in het bestuur van de Chemie-Historische Groep tot na zijn 80ste mee bezig. Maar hij was geen leider in de zin dat hij de klus kon afmaken. Hij was meer een inspirator die anderen probeerde aan te zetten de klus te klaren. Hij kon onvoldoende communiceren met machthebbers en autoriteiten om werkelijk iets te bereiken. Hij was geen leider in de zin dat hij ook hen kon overtuigen. Hij stond immer op gespannen voet met machthebbers, zoals het faculteitsbestuur, CvB, gemeentebestuur etc.  


Mebius Kramer over Wim Hornix 

Op dinsdag 24 maart j.l. kreeg ik van IJsbrand Kramer het volgende bericht:

Mijn vader, Mebius Kramer, heeft zondag zijn heup gebroken bij een val. Hij is inmiddels geopereerd en ligt met koortswond en corona-angst te herstellen in een revalidatiecentrum. Vlak voor de val heeft hij mij een artikel gestuurd voor de Vox Veritas, een « in memoriam » van mijn peetoom Wim Hornix. Mebius kan voorlopig niet communiceren vandaar dat ik u het artikel doorstuur.

Hoe triest wil je het hebben. Maar de oude Mebius had zich aan zijn belofte gehouden. Hierna zijn nagedachtenis aan zijn goede vriend Wim Hornix. 

In memoriam: Wim Hornix, verslag van Mebius Kramer (j.v.a. 1946).

In 1948 ging Wim scheikunde studeren en werd hij lid van het C S Veritas. Hij was een betrokken sociëteitslid en stimulator van het Natuurfilosofisch Dispuut “De Pyramide” en van het Studium Generale. De Utrechtse Studentenparochie had in hem een betrokken gelovige. Hij toonde met dat alles zijn maatschappijbetrokken instelling. Hij ontpopte zich ook als een begaafd en geestig spreker, zowel op de schouw in de sociëteit als bij vele Veritijnse en universitaire evenementen. Niemand kon hem daarin overtreffen. Hij koos het bijvak “Grondslagenonderzoek van de Natuurwetenschappen” bij de Nijmeegse hoogleraar natuurfilosofie Andries van Melsen, ook een imponerend oud-lid van Veritas. Dit was een voorafschaduwing van promotie-onderzoek, waarin hij zich tot doel had gesteld de juistheid van de grondslagen van de Tweede Hoofdwet van de Thermodynamica kritisch te analyseren. Toen zijn Nederlandse promotor voortijdig stierf, vond Wim in ons land geen opvolger die dit onderwerp voldoende beheerste! Hij week uit naar de Universiteit van Cardiff, UK, waar hij in 1970 promoveerde.

 

Ook al kende ik Wim al als enthousiast Veritijn, echt vrienden werden wij pas toen wij samen in de Ontgroeningsommissie 1952 terechtkwamen. Vanaf toen kwam ik ook vaak bij hem thuis in Oog in Al en trof daar de gastvrijheid van zijn ouders, in het bijzonder van zijn vrolijke moeder. Later, na mijn afstuderen als dierenarts in 1954, werd hij een frequente gast in ons huis, eerst in Utrecht, daarna in De Bilt. Als uiting van onze vriendschap werd hij de zeer gewaardeerde peetoom van onze zoon IJsbrand, met wie hij een hechte relatie behield tot aan zijn overlijden op 9 december 2019. 

Na zijn promotie in Cardiff kreeg Wim een aanstelling aan de faculteit scheikunde van de Radboud Universiteit te Nijmegen om onderwijs te geven in de maatschappelijke aspecten van de scheikunde. Hij ging zich – naast de voortzetting van zijn onderzoek naar die Tweede Hoofdwet – ook verdiepen in de geschiedenis van de scheikunde en de grote rol die koolteer heeft gespeeld in de ontwikkeling van de organische chemie, vooral op het gebied van kleurstoffen en geneesmiddelen. Zijn onderwijs en, met name, zijn inhoudelijke kritiek op het eendimensionale karakter van de scheikundige opleiding, maakte hem niet overal bemind. Toen ook de faculteit scheikunde vanaf 1981 getroffen werd door grote bezuiniging op het Wetenschappelijk Onderwijs, werd hij boventallig verklaard en ontslagen. Zonder onderwijstaak kon Wim zich nu geheel aan zijn genoemde onderzoek blijven wijden, tot aan enkele jaren voor zijn overlijden. Zijn perfectionisme verhinderde echter dat zijn verworven kennis voldoende in publicaties tot uiting kwam, hetgeen hem dwars zat. 

Inmiddels was hij in 1973 gehuwd met Els Straatman, lerares Frans, en bewoonden zij een grote villa in Engelse landhuisstijl met een Jugendstil interieur te Ubbergen. Een huis omringd door een fraai opklimmende tuin en met prachtig uitzicht op de Ooipolder. Zij hielden van  tuinieren en in het huis genoten zij van een omvangrijke collectie van oude wetenschappelijke instrumenten, van een uitgebreide boekenschat en enkele fraaie etsen en schilderijen. Temidden daarvan dineren was een onvergetelijke esthetische en culinaire ervaring. Helaas verminderden enkele jaren geleden Wims activiteit en gezondheid.

Op 9 december 2019 overleed Wim op ruim 89 jarige leeftijd. Een week later is hij begraven op Rustoord in Nijmegen. Toespraken herdachten hem als broer, Veritijn, docent, buur en peetoom. Volgens zijn petekind (mijn zoon IJsbrand) heeft Wim “zijn intrinsieke nieuwsgierigheid nooit ingeruild voor extrinsieke doelen zoals het zich opsluiten in conventies, het vergaren van macht, vermogen of status”. Mede daardoor was hij “een verrassend mens”. Een markant persoon uit de naoorlogse periode, en zeker uit het Veritas van die twee naoorlogse decennia, is geschiedenis geworden.

 MFK 21-3-2020

 Mooie foto’s van het “staatsmonument” van Wim & Els: https://www.noviomagus.nl/Gemeentearchief/Cat16/cwdata/152.html

 

Gerard van de Schootbrugge (j.v.a. 1963)
     
 

CV Willem Jacques Hornix (1930-2019) aangereikt door Ernst Homburg
    

1930 Geboren op 16 mei 1930 te Utrecht. 

1948 - 1960? Lid van Veritas (zie Gedenkboek) 

1953  Kandidaatsexamen Wis- en Natuurkunde 

1960 (17 november) Doctoraal scheikunde aan de Universiteit te Utrecht (woont in Nijmegen)

1967 - 1969 Verbonden aan het Department of Applied Mathematics and Mathematical Physics, University College of South Wales in Cardiff (UK), om zijn promotieonderzoek te doen onder leiding van prof. Peter T. Landsberg. 

1969  Vestigt zich in Nijmegen. 

1970   (juli) Promotie bij Professor Peter T. Landsberg tot Phil. Dr. aan de University of Wales (University College of South Wales and Monmouthshire), in Cardiff, op het proefschrift: An Axiomatization of Classical Phenomenological Thermodynamics. 

1970     Het inschakelen van televisie in het scheikunde-onderwijs begon in Nijmegen in 1970 en in mijn (E.Homburg) studiejaar 1971 werd dat verder uitgebouwd. Blaauw en Wim waren overtuigde discipelen van de nieuwe aanpak en zij publiceerden enkele artikelen in het Chemisch Weekblad met een uitleg van hoe ze te werk gingen en wat de voordelen waren. Zo kregen we instructiefilmpjes over de wijze van titreren, het gebruik van een pH-meter en met name de wiskunde werd op het televisiescherm uitgelegd. Wim is altijd enthousiast geweest in het uitproberen van onderwijsmethoden. Niet alleen bij het inschakelen van audiovisuele middelen maar ook bijvoorbeeld het projectonderwijs.Inschakeling van televisie in het onderwijs zou uiteindelijk niet zo'n succes blijken, met name omdat het zeer tijdrovend bleek om goede opnamen te maken. Ondanks het feit dat het experiment werd gestopt heb ik in mijn eerste jaren scheikundestudie ongemerkt kennis gemaakt met Wims onuitputtelijke energie om vernieuwingen in het onderwijs aan te brengen. (Ton v H)              

* H.A. Blaauw en W.J. Hornix, ' Chemisch Weekblad/16 juli 1971              

 * H.J.A. Blaauw, Chemisch Weekblad / 3 september 1971 

1970-1995  Terug in Nederland werkte hij aan universiteit te Nijmegen als wetenschappelijk medewerker voor onderwijszaken bij de Faculteit Wiskunde en Natuurwetenschappen tot zijn pensionering in 1995.Thermodynamica en de historie van de chemie zijn de twee onderwerpen van zijn wetenschappelijke carrière. Hij stond mede aan de wieg van de Chemie Historische Groep van de KNCV. 

1974     (nov.) themanummer Chemisch Weekblad over Chemie en Samenleving, Nijmegen, Ethiek en politiek, door W.J. Hornix               

“Het meest recente initiatief is de uitgave van 'Revoluon', tijdschrift over technologie, natuurwetenschappen en kapitaal, dat wordt geredigeerd door scheikundestudenten. Deze vormen van actie zijn verbonden met een non-coöperatieve instelling ten aanzien van vele van de gekozen organen van de faculteit en sectie.”  (Chemisch Weekblad/29 november 1974)

1978  (sept.) De ontwikkeling van de kleurstofindustrie. Een case-study over de maatschappelijke factoren die de natuurwetenschappen bepalen, over de technologisch-wetenschappelijke factor in de industriële ontwikkeling en over de maatschappelijke rol van de natuurwetenschappelijke onderzoeker (onderzoekvoorstel), september 1978 (10 pp). Ook in Duitse vertaling (16 pp), en in Engelse samenvatting (2 pp). 

1979     (mrt.) Voorstel met betrekking tot de oriëntatieperiode van het onderzoek binnen het project over "De ontwikkeling van de kleurstofindustrie", maart 1979 (7 pp). 

1979     Henk: Misschien komt dat ook omdat ik nooit goed ben geweest in het vertellen van anekdotes, waarin Wim een ware meester was. Dat talent hing m.i. samen met het ietwat boosaardige genoegen dat hij schiep in het uitdenken en uitvoeren van allerlei ‘practical jokes’. Als je iemand een poets wil bakken, moet je er natuurlijk ook meeslepend over kunnen vertellen. Jij herinnert je ongetwijfeld ook nog het verhaal dat directeur Aarts, nadat Wim het W&S-project over de kleurstofindustrie had binnengehaald, weigerde om daarvoor kamers voor de aan te trekken medewerkers beschikbaar te stellen. Geen nood, dacht Wim, dan slaan we gewoon tenten op voor de ingang van het faculteitsgebouw op het Toernooiveld! Door die dreiging was de toewijzing van kamers snel beklonken. 

1982     (1 febr.) brief Aan “alle leden van het wetenschappelijk personeel van de Katholieke Universiteit Nijmegen.”   - over het (bijgevoegde) Manifest “Wetenschap en de bedreigde menselijke toekomst.”           Ondertekend door: - drs. H. van de Belt, Faculteit der Wiskunde en Natuurwetenschappen (*)                - Prof. dr. W. Dupré, Centrale Interfaculteit, - Prof. Dr. H. Hoefnagels, Faculteit der Sociale wetenschappen, - Prof. Dr. O.R. Hommes, Faculteit der Geneeskunde, - Dr. W.J. Hornix, Faculteit der Wiskunde en Natuurwetenschappen (*),  - Prof. Dr. G. Huizer, Derde Wereldcentrum,  - Prof. Dr. Ir. A. van Leeuwen, Studiecentrum voor Vredesvraagstukken, - Drs. M. Schouten, Faculteit der Wiskunde en Natuurwetenschappen,  - A.W. Slootman, Faculteit der Sociale wetenschappen / Centrale Interfaculteit,  - Dr. F.J.K.J. Soontiëns, Faculteit der Wiskunde en Natuurwetenschappen              

 ** Oproep het manifest te ondertekenen, en/of deel te nemen aan de Werkgroep. 

1984     (27 nov.) Mededelingenblad Wetenschap & Toekomst, No. 1  Redactieraad ad hoc: Piet Bruinsma, Peter Hendriks, Trix Janssen, Marjolein van Kraaikamp. (EH: hier wel voornamen! In de meeste W&T stukken nooit).  * Jaarverslag 1984/ 1985, - Hoefnagels trad 27 sept. 1984 af als voorzitter, - Hornix is waarnemend voorzitter; na inwerkperiode neemt Vendrik het over. - er werd een werkgroep gevormd die een symposium over Prigogine voorbereidde. Deze was (deels) voortgekomen uit de werkgroep fundamentele discussie.  - Hoefnagels houdt zich ook met Prigogine’s dissipatieve structuren bezig. Prigogine zou eerst najaar 1985 komen, is nu uitgesteld tot voorjaar 1986. (p. 16)  


1986-? Wim Hornix was sinds de oprichting in 1986 voorzitter van de sub-werkgroep Grondslagen van de Thermodynamica. 

1987  (11 juni) bericht in NRC                 

1993     In de lezing ‘Wat stelt de Tweede Hoofdwet?’, gehouden op het KNCV-Wintercongres op 8 januari 1993, stelde hij een nieuwe formulering van de tweede hoofdwet van de thermodynamica voor.                * Eén van de sprekers is Dr. W.J. Hornix, docent Geschiedenis der Natuurwetenschappen aan de Katholieke Universiteit Nijmegen en voorzitter van de discussiegroep. Hij zal in zijn lezing een nieuwe formulering van de Tweede Hoofdwet verdedigen. Aan de oude formulering van Clausius en Kelvin, die tot nog toe wordt gebruikt, kleven enkele bezwaren die door de nieuwe formulering worden weggenomen. Hornix wil in zijn voordracht in korte lijnen laten zien hoe de nieuwe formulering te bewijzen valt. (Chemisch Weekblad 49, 3 december 1992) 

1998 (29 mei) In het hetzelfde jaar werd hij voorzitter van de Werkgroep Filosofie van de Chemie.                Werkgroep Filosofie van de Chemie, Ledenbestand: Op 31 december bedroeg het aantal leden 209, waarvan 64 jonger dan 25 jaar. Bestuur: Dr W.J. Hornix, per 29 mei voorzitter (Chemisch Weekblad 20 16 mei 1998) 

1998 (10 sept.) De CHG is opgericht vanuit de Werkgroep Filosofie van de Chemie. Werkgroeplid Willem Hornix nam het initiatief tot een bijeenkomst over ‘De geschiedenis van de scheikunde in Nederland’ op 10 september 1998, naar aanleiding van het verschijnen van het tweede deel van Harry Snelders’ Geschiedenis van de scheikunde in Nederland. Deze bijeenkomst werd breed aangekondigd. Ieder van wie bekend was dat hij/zij actieve interesse had in de geschiedenis van de chemie kreeg een uitnodigingsbrief. Tijdens de bijeenkomst viel het besluit om binnen de KNCV een Chemie-Historische Groep op te richten. Er werd een voorlopig bestuur gevormd bestaande uit Willem Hornix, Geo Dijkstra en Trienke van der Spek. Ook werd er die dag een lijst met vragen verspreid over de taken die de CHG op zich zou moeten nemen. Deze werd door 22 personen ingevuld. 

1999  (7 jan.) Op het KNCV Wintercongres op 7 januari 1999 werd de CHG formeel opgericht. Taakomschrijving en reglement van de groep werden vastgesteld, en er werd een bestuur gekozen bestaande uit: Willem Hornix, Trienke van der Spek, Harre Kayen en Ernst Homburg. Op hetzelfde Wintercongres werd ook een voorstel tot oprichting van de Sectie Chemie in Context (CiC) van de KNCV besproken. 

2001  Thermodynamica en historie van de chemie kwamen samen in het in 2001 uitgegeven boek ter ere van Jacobus van ‘t Hoff: W.J. Hornix and S.H.W.M. Mannnaerts (eds), Van 't Hoff and the emergence of Chemical Thermodynamics, Centennial for the first Nobel Prize in chemistry (1901-2001), Delft University Press Science, Delft 2001, 307 pages. Klik hier voor de inhoudsopgave. 

2019 (9 dec.) overleden te Ubbergen.