MEEM'64, Evolutie, Ideeën, Taal en Creativiteit

Gerard van de Schootbrugge (alias Gerard Espunt)

0034

1966. Veritas Dies


Ramen open

In 1965 bereikte mijn Veritijnse carrière een voorlopig hoogtepunt. De gemeenschap van Veritijnen en Veritijnsen gaf te kennen het zeer op prijs te stellen als ik de organisatie van de Veritas Dies in 1966 op me wilde nemen. De verjaardag van onze vereniging, die met beperkte middelen maar wel op de meest creatieve wijze uitgesmeerd diende te worden tot een feestweek. In dit geval geval de week van 23 mei 1966. De 77ste dies natalis van het Collegium Studiosorum Veritas te Utrecht.

Weigeren, afzien, verstoppen, het was allemaal geen optie. Zelfs het argument dat ik nu toch eens serieus aan de gang moest met mijn kandidaatsexamen, maakte nauwelijks indruk. Er werd een beroep op me gedaan en ik voelde dat ik er als derdejaars klaar voor was. Derdejaars Veritijn wel te verstaan wat niet noodzakelijkerwijs inhield dat ik ook met mijn studie op dit niveau zat. Maar voor het organiseren van een mooi feest hoef je geen wis- en natuurkunde gestudeerd te hebben. Dat vraagt om een flinke hoeveelheid studentikoos zelfvertrouwen en enig gezag binnen de eigen stam.

Mijn eerste taak was het optuigen van een krachtdadige diescommissie. Omdat in mijn directe omgeving veel talent aanwezig was, kon de commissie snel geformeerd worden. Notaris in opleiding Pim van Riet werd fiscus. Hij zat toen al een beetje in het vastgoed. De uiterst charmante Jacqueline Willemsen, zij studeerde Frans, aanvaardde na enig aandringen maar toch ook maar wat graag de functie van abactis. Mijn solide jaarclubvriendjes Theek Schijf en Michael van Galen completeerden de commissie in het volle bewustzijn dat ze de beperkte energie die ze tot dan toe vooral in hun rechtenstudie hadden gestopt, nu enige tijd moesten omleiden richting de voorbereiding van een feest dat de vereniging nog lang zou heugen.


De oude tijdgeest: de spoorpunt

Ik woonde in die tijd op het adres Leeuwerikstraat 9, waar ook Theek Schijf stond ingeschreven. De Utrechtse Vogelenbuurt, een zijstraat van de Adelaarstraat. Wij bewoonden een kamer-en-suite waarbij een massieve schuifdeur op sommige momenten voor de gewenste privacy moest zorgen. Er was wel eens bezoek dat een voorkeur had voor een van ons beiden. Zo'n meisje voelde zich toch wat ongemakkelijk als de schuiven open stonden en in de belendende kamer een goede bekende quasi-onaangedaan over zijn boeken gebogen zat. Een belangrijk voordeel van deze werkplek was de nabijheid van de Koekoeksstraat waar bakker Talsma voor 10 cent per stuk spoorpunten verkocht. Het is hier niet de plek om uit te weiden over de spoorpunt, maar ze betekenden in die tijd een onmisbare aanvulling op het zo karige studentendieet. Voedzaam, goedkoop en vol mineralen (nietjes, schilvers van schoongeschrapte bakovens, etc.). Met regelmatig een spoorpunt was het mogelijk zo'n commissiejaar ongeschonden door te komen. Theek Schijf en ik zijn ook na vijftig jaar nog altijd het levende bewijs.

Als praeses van de diëscommissie voelde ik een grote verantwoordelijkheid alsmede de noodzaak om een visie te ontwikkelen. Enkele zaken stonden voorop: het evenement diende een verfijnd gevoel voor de tijdgeest uit te stralen, een gunstig contract met de firma Heineken zou op bijval kunnen rekenen en de eer van onze abactis diende op geen enkele wijze bezoedeld te worden. Ik richt me nu even op de tijdgeest.


Provo

Oktober 1965, Zaandam. Provo Rob Stolk rijdt zijn bruid Saartje op een witte fiets naar het stadhuis. Het bij deze gelegenheid door Rob gedragen witte spijkerpak werd op slag hip. Alles was een happening volgens de filosofie van Robert Jasper Grootveld, zeker het burgerlijke huwelijk. Rob stopte met actievoeren in 1980 toen er naast zijn huis per ongeluk een bom ontplofte die veel schade aanrichtte. Hij overleed in 2001 aan een hartaanval, 55 jaar.


1966 was een interessant jaar. We zitten in de tijd dat de jaren zestig echt zijn begonnen. Beweging alom. Het moest allemaal anders. Bob Dylan zag het in 1964 aankomen: Times they are a changing.  En ook op onze brave studentenvereniging moest de dixielandmuziek plaats maken voor de nieuwe wilden: Satisfaction van de Rolling Stones (1965) werd een gangmaker op onze feestjes. De oorlog in Vietnam zorgde voor een pijnlijke en peilloos diepe generatiekloof. In 1965 verscheen Provo op het (Amsterdamse) toneel en drukte al snel een groot stempel op de jeugdcultuur in het algemeen en op het gedachtengoed van jonge studenten in het bijzonder. Het fenomeen happening werd populair nadat anti-rookmagiër Robert-Jasper Grootveld op de Amsterdamse Spui had laten zien hoe je met eenvoudige middelen de burgerij en haar gezagsdragers tot razernij kon brengen. In 1966 werden de Provocaties heftiger (huwelijk van Beatrix en Claus, op 10 maart 1966). Vanaf de zomer van 1966 bezochten honderden jongeren tijdens hun vakantie Amsterdam (het nieuwe magische centrum van de wereld), nieuwsgierig naar die provo’s en hun prikkelende ideeën over stad en samenleving, naar hun vrijzinnige, libertaire opvattingen over seksualiteit, relaties en gebruik van stimulerende middelen. Provo werd beschouwd als laboratorium van het nieuwe, vrije, avontuurlijke leven. Tientallen journalisten van krant, radio en televisie streken in Amsterdam neer. Op 13 mei 1967 hief provo zichzelf op. Maar de kiem voor allerlei andere protest- en emancipatiebewegingen was gelegd. Op dit stukje video uit een film van de BBC over het Provo-fenomeen rond 1966 zien we een van de meest kleurrijke figuren uit die periode in actie: Robert Jasper Grootveld, de antirook magiër en de meester van de happening.

De zich stormachtig ontwikkelende nieuwe tijdgeest stond haaks op de klassieke studentenvereniging zoals Veritas ook in 1966 nog grotendeels was. Maar het was wel duidelijk dat de diescommissie iets moest doen met die veranderende tijdgeest. Wij besloten aan te haken bij de meer speelse kant van de nieuwe tijd. Want laten we maar eerlijk zijn, de jonge student was toch vaak ook vooral een homo ludens. Kortom, de dies moest een ludieke happening worden. Ook op Veritas moesten de ramen open. Een frisse wind, daar zou iedereen van opknappen.


Op-Art

April 1966, Utrecht. De Veritas Diescommissie 1966 gefotografeerd aan de oevers van de Oudegracht. De op-artkleding was tijdelijk ter beschikking gesteld door de bovenliggende winkel van Peek en Cloppenburg.

Op de duizelingwekkende afbeelding v.l.n.r.: Pim van Riet, Michael van Galen, Theek Schijf, Jacqueline Willemsen en Gerard van de Schootbrugge.



Om een duidelijk signaal af te geven besloten we om de in 1966 zeer populaire Op-Art als beeldbepalende stijlfiguur te omarmen. Wij zochten contact met de befaamde modezaak Peek en Cloppenburg, in die tijd nog gevestigd aan de Oudegracht ter hoogte van Bloems werfterras. Op-art was intussen neergedwarreld in de wereld van de mode, zoals vaker het begin van het einde, en ook bij P&C hingen de rekken vol met kekke printjes die allemaal beoogden een optische illusie teweeg te brengen. Het paste allemaal heel mooi binnen het provo-streven om de verbeelding aan de macht te brengen. De lokale directie zag kansen en wij kregen de vrije hand om een op de persoon toegesneden outfit uit te zoeken. De fotoshoot onder aan de gracht werd een groot succes en heeft P&C geen windeieren gelegd. We moesten na afloop de kleding, waar we opvallend snel aan gehecht waren geraakt, wel weer uittrekken. Handel is handel. En illusie blijft illusie.



 

 Op-art is een richting in de schilderkunst van de 20e eeuw die bekend werd in de jaren 1963-1966. De term is een afkorting van het Engelse begrip optical art. Op-art speelt een spel met verschillende optische illusies. Vanaf ongeveer 1963 nam de op-art een grote vlucht. Vele van deze kunstenaars namen in 1965 deel aan de tentoonstelling The Responsive Eye in het Museum of Modern Art in New York. Na deze tentoonstelling vond de op-art een grote echo, zelfs in de modewereld waar vooral zwart-witte stoffen met geometrische figuren werden toegepast, bijvoorbeeld in japonnen, blouses en mini-jurken. Elementen van de op-art vonden parallellen in de psychedelische kunst, in de kinetische kunst, in de hard-edge en in de minimal art.



Johnny the Selfkicker

Johnny van Doorn, alias The Selfkicker, in volle actie tijdens de openingsavond van de Diesviering (of bij een andere gelegenheid).



De Dies kende een gewaagde start. Men only. Als lokker was een oude list van het Corps geleend: vieze filmpjes, met gevaar voor eigen reputatie uit België gesmokkeld. Werkt altijd. Heel oude filmpjes, want het mocht natuurlijk niets kosten. Vrouwen met roaring-twenty-pruiken. Cameralieden die niet bestand bleken tegen de oplopende opwinding en hun apparaat niet stil wisten te houden en al eerder, waarschijnlijk om dezelfde reden, vergeten waren wat kunstlicht toe te voegen. En sterren die eveneens door de zenuwen of door de kou verlamd de grootste moeite hadden zich van hun kleding te bevrijden. Zonder een hoog ontwikkeld verbeeldingsvermogen viel er aan het geprojecteerde vrijwel niets te beleven. Uiteraard kreeg de Commissie de volle laag. En dat op een katholieke studentenvereniging. Maar ja, de tijdgeest, meedogenloos.

We hadden gelukkig nog een mooie en passende happening achter de hand. The Selfkicker, die net een nieuwe bundel gewaagde gedichten had uitgebracht onder de titel: Een nieuwe Mongool. Post-Sexuele ZondagsPoëzie, met daarin een van zijn bekendere werken: Komtocheensklaarklootzak. Een onvergetelijk en onbegrijpelijk optreden van Johnny van Doorn, beter bekend als  Johnny the Selfkicker: “I’m Johnny, I’m the Cosmos” (123 x). Bij de 124 ste keer kon hij het schuim niet langer binnenhouden. De ruimte waar hij optrad, waar kort daarna het Trefcentrum zou worden ingericht (en waar nu gedineerd wordt), vulde zich langzaam maar zeker met het magische speeksel van de Selfkicker. Alsof hij een gezinspak bruistabletten had verorberd. Gelukkig beschikte de ruimte over schuiframen waardoor Johnny’s onstuitbare maar niettemin luchtige vloed een uitweg geboden kon worden. Toen een half uur later een deel van de Kromme Nieuwegracht moest worden afgezet kon met recht van een happening worden gesproken.

Ook de slothappening op die gedenkwaardige woensdagavond in mei mocht er zijn. In groepjes werden de bezoekers naar de Oude Bibliotheek gebracht om daar ondergedompeld te worden in een, zoals we het toen aanduidden, amoreligieuze happening. Een bijdrage van "The Institute for Comparative Kick-Arts", waarachter onder meer de namen van jaarclubgenoot Bert Wilke en zijn Utrechtse kunstbroeder Frans Jansen schuilgingen. Ik kan me er alleen nog van herinneren dat het een bevreemdende, bijna psychedelische excercitie was waarvoor de bedenkers grote aantallen afgedankte tv-toestellen hadden verzameld en opgestapeld. De voorstelling werd gedomineerd door het voortdurend doorbranden van stoppen en toestellen. Toen alle schermen op zwart stonden konden we terugkijken op een geslaagde aftrap van de dies. De ramen stonden open en de tijdgeest had zich genesteld binnen de muren van het Eigen Huis.  En laat iedereen die meent deze gebrekkige registratie te kunnen aanvullen omdat hij erbij betrokken was, getuige van was of gewoon overal op reageert, zich melden. Zie onderbalk.


P.S.

Ik kom nog wel eens op de Kromme Nieuwegracht 54, het Eigen Huis. De frisse wind die in 1966 ging waaien heeft lucht gegeven maar heeft de ingebrande luchtjes van schraal bier en halfverteerde mihoen niet kunnen verdrijven. Een opluchting. Een echt huis herken je aan zijn geur.

Espunt, 19 november 2018