MEEM'64, Evolutie, Ideeën, Taal en Creativiteit

Gerard van de Schootbrugge (alias Gerard Espunt)

0240

Praatje, 6 september 2018

Een reus is ook maar een mens

 




.

Leeuwarden

In Leeuwarden kwam deze zomer een reus boven water, gehuld in een duikerspak. Dat was wel even schrikken. Het was er duidelijk eentje van de buitencategorie. Acht meter. Hij stond niet zomaar, een, twee, drie op het droge. Zoals bij veel reuzen moest ook deze reus een handje geholpen worden. Met een hijskraan. Hij zocht zijn dochtertje. Waarom in Leeuwarden? Wel, de reus van deze tijd let op de kleintjes, behalve op zijn dochtertje. Want het leven van de reus is duur. Leeuwarden bood het meeste. Daar konden ze wapperen met de Europese sterrenvlag: culturele hoofdstad van Europa. En daar kwam bij dat Amsterdam zijn toeristen wil spreiden over  “the Extended Amsterdam Region”. Dan is 1 + 1 al gauw meer dan 2. Was het dan doorgestoken kaart dat de reus zijn dochtertje in Leeuwarden zocht? Wie ben ik om het verdriet van een gigant in twijfel te trekken? Maar van de andere kant: ze hebben ook zo hun streken en de ene reus is de andere niet.

Kamagurka in de NRC van 14 augustus 2018



Hoe het ook zij, de Franse reus uit de stal van Royal de Luxe bracht de nuchtere Friezin duidelijk van haar stuk. Die leefde hartstochtelijk mee met het kleine, maar o zo massale, familiedrama dat alom ontroering opwekte. Vader en dochter kwamen echt tot leven bij alles wat niet reus was. Er werd geslikt, gezucht en er werden tranen weggepinkt toen het meiske zich ten langen leste weer kon nestelen op papa’s enorme schoot. Een opsteker voor alle vaders die het de laatste tijd vaak voor de kiezen krijgen. Maar daar was hij dan toch: de massieve maar o zo gevoelige, alleenstaande reuzenvader! Dramatisch gezien een vondst. Het weerzien met een reuzenmoeder zou toch wat minder opzien hebben gebaard, al is het maar omdat reuzenmoeders nu eenmaal een reuzenkop kleiner zijn dan reuzenvaders. Mensen hebben iets met reuzen. Ik zeker.

Als Gulliver ontwaakt merkt hij dat de inwoners van Lilliput hem stevig hebben vastgebonden.


Ik heb de opwinding in Leeuwarden op enige afstand gevolgd. Er kwamen herinneringen boven uit mijn jeugd. Ik groeide op in een wereld vol reuzen. Die waren overigens lang niet allemaal even aardig. Wat had ik te doen met Klein Duimpje. Grote hoeveelheden havermoutpap aangevuld met flensjes en “drie in de pan” bleken de ideale manier om na een aantal jaren zelf toe te treden tot de reuzenwereld. In mijn jeugd heette dat nog “de grotemensenwereld”. Maar er waren altijd weer nieuwe reuzen om je aan te vergapen. Ademloos las ik Gullivers Reizen. Deel V in de serie Oud Goud van Van Goor Zonen. De hele reeks stond in de kast achter in de zesde klas van meester Van Veen. Als je je werk af had mocht je uit die kast een boek pakken. De speelgoedfiguurtjes die in Leeuwarden de enorme stappers van de reus moesten optillen, deden me denken aan de priegelaartjes die met hun priegelboogjes priegelpijltjes op Gulliver afvuurden. In de NRC van 29 maart 1996, besteedde Hugo Brandt Corstius uitgebreid aandacht aan dit bijzondere boek dat in 1726 verscheen. Een citaat:

Wat is Gullivers eerste zorg als hij merkt dat de dwergen hem met duizend dunne draden hebben vastgebonden? Hoe hij naar de wc moet. Vol ontzag zien de Lilliputters hem kakken. Later marcheert het Lilliputse leger onder zijn benen door en kijkt met nog meer ontzag omhoog in zijn kapotte broek.

 De dubbele bodem van dit satirisch bedoelde grotemensenboek ontging mij en mijn klasgenoten volledig. Brand Corstius zegt het met niet zo veel woorden, maar je krijgt uit zijn essay de indruk dat hij twijfelt of Gulliver deze avonturen wel echt heeft meegemaakt. Wij lazen het zonder enige twijfel en dat maakte de verhalen er alleen maar mooier op.

 

Pum-Pum draait zich trillend van schrik om als zware voetstappen achter hem dreunen. “Hu”, gromt Kara’s reusachtige dienaar. “Niet zo vlug manneke.”Hij loert fronsend omlaag, waar de dwerg aan zijn voeten machteloze gebaren maakt. “Denk erom dat Kol een oogje op je houdt, kleine. Geen slimmigheidjes, begrepen.” (Eric de Noorman, deel 26, De Burcht van Myrkven, 1952).


En dan was er nog die akelige reus Kol, de enorme dienaar van die gemene Kara, vrouwe van de burcht van Myrkven. Een van de vele onvergetelijke avonturen van Eric de Noorman. In het geval Kol was er in onze Ericjaren geen twijfel. Kol was een verzinsel van tekenaar-auteur Hans G. Kresse. Maar nu gaat het proces ineens de andere kant op, want recent ontdekte ik een soort van Hulk, een levende Hulk, die wel erg veel leek op good old Kol. Het gaat om de buitenproportionele Iranees Sajad Gharibi. Het zou een achterneefje van Kol kunnen zijn. De nu 27-jarige powerlifter heeft als koosnaam The Persian Hulk. Hij is met zijn 186 cm een klein reusje maar hij weegt wel 175 kg en is ongewoon krachtig gebouwd. De reus was nooit ver weg. In de bijbel doken ze op en in de Odyssee waarin Odysseus te maken kreeg met een monsterlijke Cycloop.


De Iranese powerlifter Sajad Gharibi. Een kleine maar onwaarschijnlijk sterke reus.


Rotterdam

Gelukkig was er in mijn jeugd één reus waaraan ik niet hoefde te twijfelen: de Reus van Rotterdam, die geboren werd met de mooie naam Rigardus Rijnhout. De goedheid zelve. Rigardus Rijnhout was de op één na langste Nederlander aller tijden. Hij woog bij zijn geboorte op 21 april 1922 al 8 kg. Rigardus leed aan een groeistoornis en werd uiteindelijk maar liefst 2,38 meter, een halve meter meer dan de Perzische Hulk. Hij woog 230 kilo en had schoenmaat 62.

Het was deze schoenmaat die hem ergens in het midden van de jaren vijftig naar Hilversum deed komen om op de Groest een nieuwe schoenwinkel te openen. Het soort schnabbel waar Rigardus, begeleid door zijn vader, het van moest hebben. Het zag zwart van de mensen maar dat was voor de zichtbaarheid geen probleem. Ik was erbij en heb hem met open mond zien openen. Rigardus kreeg een enorme schaar en moest vervolgens diep bukken om binnen te komen. Bukken was zijn tweede natuur. Ik wil niet beweren dat het hem rugproblemen heeft opgeleverd, maar erg gezond was het niet.


Rigardus Rijnhout, De (Grote Vriendelijke) Reus van Rotterdam, 2,37 m, hier aan het biljarten met zijn vader.


Rigardus was het prototype van de GVR, de Grote Vriendelijke Reus. Hij kreeg veel te verduren en werd vaak gepest. De tumor in de hypofyse die zijn extreme groei veroorzaakte, werd hem fataal. Hij overleed op 13 april 1959, 36 jaar oud slechts. Toen zijn gezondheid achteruit ging en hij opgenomen moest worden in het Academisch Ziekenhuis Leiden werd een hijskraan ingezet om hem vanaf de tweede etage naar beneden te takelen. Een beetje reus heeft veel baat bij een hijskraan zoals we ook in Leeuwarden hebben gezien. Zijn vader sprak bij het graf van zijn zoon de volgende woorden: “Spot en hoon waren vaak je deel, maar je haatte de mensen daarom niet, want je had een hart van goud.” De stichting ‘De Reus van Rotterdam’ heeft ervoor gezorgd dat er in 2011 een standbeeld kwam van deze grote Rotterdammer. Het staat in wijkpark het Oude Westen tussen de West-Kruiskade en de Nieuwe Binnenweg, om de hoek van de Gouvernestraat waar hij zijn hele (korte) leven woonde. Bij de onthulling van het beeld in 2011 was ook de jeugdige reus Olivier Richters uit Utrecht aanwezig (zie afbeelding). Olivier, slechts een schamele 2.17 meter lang, heeft lessen getrokken uit het levensverhaal van Rigardus en heeft de afgelopen jaren de nodige spiermassa gekweekt om het grote lijf recht overeind te houden. En aantrekkelijk voor de wereld (hij is o.m. filmacteur). Rigardus is ook muzikaal vereeuwigd met het lied De Reus van Rotterdam van de Amazing Stroopwafels.












In 2011 werd in Rotterdam een standbeeld onthuld van De Reus van Rotterdam. Aanwezig daarbij was een nieuwe vaderlandse reus in opkomst, Olivier Richters uit Utrecht die overigens met zijn 2,17 m een maatje kleiner is dan Rigardus (2,37 m). Maar Olivier heeft zich wel in de breedte verder ontwikkeld zoals een recente afbeelding (links) toont. Misschien is hij geen bezienswaardigheid maar hij is duidelijk wel bezienswaardig. Olivier ambieert een filmcarriere.


 Niemand in Nederland was – voor zover we weten – ooit langer dan Albert Johan Kramer (1897-1976). Met een lengte van naar verluidt 2,42 meter verdiende hij zijn geld vooral als variétéartiest. Dit onder andere onder de artiestennamen Lofty en Jan van Albert. Hoe lang de Nederlander precies was, is niet helemaal duidelijk. De meeste bronnen hebben het over 2,42 meter, maar ook 2,54 en 2,69 meter worden wel genoemd. Over zijn schoenmaat (65) wordt minder gediscussieerd. Tegen het eind van zijn leven werden Kramers benen echter afgezet vanwege vaatproblemen en circulatiestoornissen. Voor iemand van zijn lengte bereikte Albert Johan de opmerkelijk hoge leeftijd van bijna 79 jaar. Op 12 januari 1958 richtte de lange man de Klub Lange Mensen (KLM) op, speciaal voor mensen langer dan 1,80 meter.




Met mijn 1,93 meter mag ik mezelf niet tot reuzen rekenen. Inmijn jeugd, toen vrienden elkaar nog wel eens aanspraken met het liefdevolle “ouwe reus”, viel ik nog wel op door mijn lengte, maar tegenwoordig is die niet langer uitzonderlijk. De mensheid is langer geworden en dat geldt zeker voor de Nederlander. Over de verklaring zijn de deskundigen het niet eens. De een noemt voeding, een ander de onderdrukking van kinderziektes. Soms wordt ook milieuverontreiniging genoemd (pseudohormonen). Zelf hou ik het op te veel licht. Daar gaat alles van groeien. Feit blijft dat er de afgelopen halve eeuw steeds meer mensen klem kwamen te zitten in stoelen, bedden, toiletten, automobielen, etc. Bureaus en aanrechten moesten omhoog, extra lengtematen in de confectiewereld bleken nodig. Daarbij heeft de KLM een belangrijke rol gespeeld. De Klub Lange Mensen eiste onder meer meer beenruimte in onder meer Jumbojets. De Klub werd in in 1958 opgericht door Albert Johan Kramer, een Amsterdamse kroegbaas en voormalig variétéartiest die zelf ruim 2,40 meter lang was. De langste Nederlander ooit (voorzover bekend). De KLM vierde in 2018 haar zestigjarig bestaan met 700 leden.

 

Albert Johan Kramer werd op 15 juni 1897 in Amsterdam geboren. Hij woog toen 8,5 kg. Op zijn zevende was hij al 2 meter lang. Over zijn lengte lopen de meningen uiteen van 2,37 – 2,69 meter, bij een gewicht van 165 kg. Hij verdiende de kost als variëté-artiest (vaudeville). In GB stond hij op de planken als Lofty, in de VS en Europa als Jan van Albert. In 1920 ontmoette hij zijn latere Zwitserse echtgenote Wilhelmina Fässler, die een dwerg (87 cm.) als broer had. De kleine Fässler en de grote Albert Johan traden samen op.

 














Reus Cajanus

D

De uit Finland afkomstige Daniel Cajanus was in de eerste helft van de 18 de  eeuw een bekend figuur in Nederland. Hier is hij afgebeeld door Bernard Picart. Naast de reus staat een dwerg (mogelijk de Friese dwerg Wybrand Lolkes), wat de gestalte van Cajanus nog reusachtiger maakt. Het interieur doet niet echt Nederlands aan, zeker de tegelkachel niet. De heren en dames die zich vergapen aan de fraai uitgedoste kolos (schilderij), zijn behoorlijk opgedirkt. Op z’n Frans?






Albert Johan Kramer was lang maar er schijnt in ons land een nog langere man te hebben rondgelopen, hij was alleen geen Nederlander maar een Fin. Daniel Cajanus was 2,60 meter en hij overleed in 1749 op 46-jarige leeftijd in Haarlem. Ook Cajanus was een rondreizende bezienswaardigheid. Hij liet zich tegen betaling bewonderen op kermissen en in etablissementen als herberg Blauw Jan, in Amsterdam, waar hij regelmatig achter het dambord te vinden was. Hij figureerde ook op toneel. In Londen trad hij op in Cupid and Psyche, waar hij tot schrik en verrukking van de toeschouwers via een valluik plotseling als de reus Gargantua op het toneel verscheen. Gargantua is een schepping van de Franse schrijver Rabelais, die ik eerder in mijn verhalen over Chinon heb opgevoerd.

 

 Gustafe Dore, De jeugd van Gargantua.


De grootste mens ooit?



Voor de grootste mens ooit uit de medische historie moeten we naar Alton, Illinois, in de VS, de woonplaats van Robert Pershing Wadlow (1918 –  1940), de "Alton Giant". Hij werd 2,72 meter bij een gewicht van 220 kg. Zijn extreme groei, die doorging tot aan zijn dood, was het gevolg van een overmatige productie van groeihormoon. Zoals veel van zijn lotgenoten ontleende ook hij een inkomen aan zijn bezienswaardigheid. Na verloop van tijd kon hij alleen nog lopen met beugels. Maar hij is nooit in een rolstoel beland. De beugels hebben hem echter wel op een trieste manier de das om gedaan. Een slecht functionerende beugel bezorgde hem op 4 juli 1940 een blaar die ging ontsteken. De artsen kregen de ontsteking niet onder controle (antibiotica waren nog niet beschikbaar). Robert overleed op 15 juli 1940. Hij was toen 22 jaar. Zijn begrafenis werd bijgewoond door circa 40.000 mensen.

Voor zover bekend was de Chinese Zeng Jinlian de grootste vrouw in de geschiedenis (1964 - 1982). Ook zij stierf jong zoals bijna al haar lotgenoten. Op haar zeventiende mat ze 2,48 m. Evenals Robert Wadlow en de meeste andere “levende reuzen” leed zij aan acromegalie, een afwijking aan de hypofyse met als gevolg een verkeerd afgestelde productie van groeihormoon.

 

Nog meer giganten


Pier Gerlofs Donia, beter bekend als Grutte Pier.


De meeste hiervoor genoemde reuzen leden en lijden aan een medische afwijking, bijna altijd een hormoonkwestie. Hoe het zat met De Reus van Maastricht die in een graf van de Sint Servaes in Maastricht werd aangetroffen, is niet bekend. De grootste held uit de Friese geschiedenis is zonder enige twijfel Pier Gerlofs Donia, beter bekend als Grutte Pier (Grote Pier). Gezien zijn heldendaden moet hij redelijk gezond zijn geweest. Deze beroemde boer uit Kimswerd maakte zich begin zestiende eeuw hard voor een onafhankelijk Friesland. Hij ligt begraven in de Martinikerk van Sneek. Volgens de overlevering liet de opstandelingenleider gevangenen een rijmpje opzeggen om te achterhalen of hij met Friezen van doen had of niet:

“Bûter, brea en griene tsiis, wa’t dat net sizze kin, is gjin oprjochte Fries”

Al jong was ik in staat deze zin zonder enig accent uit te spreken. Mijn moeder was Friezin en eens per jaar bezochten wij haar ouders in Appelscha. Ieder jaar was het weer even spannend als ik mijn opa met deze zin begroette. Zou hij mij toelaten in Friesland? Mocht ik weer met hem mee naar de boeren? Was hij niet bang dat ik hem, als onfries manneke, te schande zou maken? Het ging altijd weer goed, maar soms was het kantje boord. Volgens opa (pake) tilde Grutte Pier met één hand een ploeg op. Op zijn heldenlijstje stonden uiteraard alleen Friezen. Op nummer 1 stond Grutte Pier, op nummer 2 Abe Lenstra. Verder kwam hij niet, maar dat hoefde ook niet. Met deze twee namen deed iedere Hollander er automatisch het zwijgen toe.

Ook Drenthe had zijn reuzen. Ellert en zijn zoon Brammert. Onaangenaam volk dat uiteindelijk door het meisje Marieke voor den val kwam. D.w.z. Ellert. En zo heeft iedere regio wel een uit de kluiten gewassen type waar een volksverhaal aan is gewijd. Maar het reuzenverhaal gaat verder. Wij kunnen niet zonder reuzen. Ze lijken op ons maar ze zijn anders. Hun reusachtigheid trekt ons aan en maakt ons bang. Wat hebben ze met ons voor? Kunnen we op ze rekenen? Of hebben ze niets met ons. Leven ze eigenlijk in een andere wereld. Er zijn goede reuzen, er zijn kwade reuzen. Ook in dat opzicht lijken ze op ons. Maar dat is niet alleen maar geruststellend. Want we kennen onszelf een beetje en zo aardig zijn we zelf ook niet altijd. Als reuzen een vergrote uitvoering zijn van ons dan dragen ze al onze goede en slechte eigenschappen met zich mee. Maar wel in reuzenvorm. Met reuzenkracht. Tja.

 

Volk van reuzen

Ook de Philistijn Goliath zou een nakomeling zijn van de Nephilim, gevallen engelen die kinderen verwekten bij mensenvrouwen.


Door een speling van het lot groeit er zo nu en dan iemand uit tot reusachtige afmetingen. Twee en een halve meter of meer. Het kan zijn dat de volksverhalen en sprookjes over reuzen daaruit voortkomen. Maar er zijn ook lieden die menen dat er hele volken hebben geleefd bestaande uit reuzen. Een bron is de bijbel.

In de Thora en in sommige apocriefe joodse en vroege christelijke geschriften zoals het Eerste boek van Henoch wordt gesproken van nephilim een volk van reuzen ontstaan door de vermenging van de 'de zonen van Goden' met menselijke vrouwen (Genesis):

"De reuzen (Nephilim) waren op de aarde in die dagen, en ook daarna, toen de zonen Gods tot de dochters der mensen kwamen en zij hun kinderen baarden; dit zijn de geweldigen uit de voortijd, mannen van naam".

De vraag is wie deze 'zonen Gods' waren. Volgens sommigen waren het gevallen engelen, anderen houden het op het nageslacht van Seth, de derde zoon van Adam en Eva. En uiteraard komt ook de buitenaardse optie langs. Het woord nephilim wordt meestal vertaald reuzen, giganten of titanen. De Zondvloed was bedoeld om deze slechteriken te elimineren. Maar de Nephilim zelf zijn geestelijke wezens en die beginnen opnieuw met het produceren van reusachtig nageslacht bij mensenvrouwen. Toen de Israëlieten het beloofde land verkenden, kwamen ze tot hun schrik deze 'reuzen' tegen (Numeri):

"We hebben daar zelfs reuzen gezien, de Enakieten. Vergeleken bij dat volk van reuzen voelden wij ons maar nietige sprinkhanen, en veel meer zullen we in hun ogen ook niet geweest zijn."

Behalve Enakieten kregen de Israelieten te maken met Refaieten, Zamzummims, Emieten, Avims, etc. Allemaal groot en sterk. Ook Goliath was zo’n Nephilim-zoon. Hij zou 2,70 m zijn geweest.



Veel opwinding over vondsten van uitzonderlijke skeletten en vooral in deze tijd veel nepplaatjes (rechts).


Het is duidelijk dat sommige Christenen zeer geïnteresseerd zijn in sporen van deze reuzenvolkeren. Al vroeg in de 18 de eeuw duiken er berichten op over vondsten van skeletresten van uitzonderlijk grote mensachtigen. Lengtes van zes meter worden gemeld. We komen dan al aardig in de buurt van onze reus uit Leeuwarden. Ook in VS duiken deze berichten op. Daar doet zich het wonderlijke verschijnsel voor dat de vondsten naar het beroede Smithsonian Museum worden gebracht waarna er nooit meer wat van wordt vernomen. Wat uiteraard een andere categorie zoekenden triggerd: de aanhangers van complottheorieën. Uiteraard ontkent het Museum in alle toonaarden. De berichten moeten dan ook als onbetrouwbaar worden beschouwd. En in onze tijd van ongebreidelde beeldmanipulatie is er vrijwel niets meer te vertrouwen. Zoals op allerlei andere terreinen worden potentieel interessante vondsten weggespoeld door een vloed van grappen, practical jokes en oplichterij.

 

Toch echte reuzen?

Een 'drakentand' bracht in 1935 het bestaan van een uitgestorven reuzenaap aan het licht. De Gigantopithecus. Hij moet de Homo erectus nog hebben meegemaakt.



Maar niet alles is nep. Soms duikt er iets ongelooflijks op dat wel serieus genomen wordt. Miljoenen jaren geleden werd de jungle in Zuidoost-Azië bevolkt door een ware King Kong. Het is 1935 als in Hongkong de jonge antropoloog Gustav Ralph Heinrich von Königswald in achterafstraatjes apotheken afstruint op zoek naar “drakentanden”, de oeroude dierentanden noemen die de Chinezen verwerken in hun traditionele medicijnen. In een stoffige lade vol dierentanden ontdekt hij een opvallend grote kies. Meteen beseft hij dat zijn zoektocht voorbij is. Het is geen drakenkies, maar een apenkies, en zo te zien eentje van een enorme aap. Zo begint het verhaal van de ontdekking van een fantastisch beest, de grootste van alle mensapen. Hij was wel 3,5 meter hoog en woog 500 kilo. Het dier moet de nachtmerrie zijn geweest van de eerste mensen die China bereikten. Zijn naam? Gigantopithecus.

Uit de fossielen kan worden opgemaakt dat de reuzenaap ongeveer 9 miljoen tot 100 duizend jaar geleden heeft bestaan. Het is dus niet uitgesloten dat hij nog enige tijd samen met onze voorouders (Homo erectus) heeft geleefd. De meeste fossielen zijn in China en India gevonden.

Vanwege zijn grote gewicht liep de reuzenaap waarschijnlijk op vier poten. Hij lijkt te zwaar voor een leven in de bomen. Door zijn omvang en kracht zullen prehistorische roofdieren geen al te grote bedreiging hebben gevormd. Men vermoedt dat de reuzenaap meer verwant was aan de oerang-oetan dan aan de gorilla. Zijn voedsel bestond in hoofdzaak uit bamboe.

Uiteraard wordt er ook gespeculeerd over het uitsterven van de Gigantopithecus. Overigens zijn er ook lieden die suggereren dat het Amerikaanse fabelwezen Bigfoot een nog levende reuzenaap is.

Er is in de evolutie een zekere tendens naar groter. Groter heeft voordelen. Een dier is minder kwetsbaar voor jagers en kan een groter voedselareaal bestrijken. Maar onder bepaalde omstandigheden kan dit voordeel omslaan in een nadeel. 100.000 jaar geleden koelde de aarde af (laatste ijstijd) met onder meer gevolgen voor de vegetatie. Bossen veranderden in minder voedselrijke savannes. Het kan zijn dat de bamboe en fruit etende Gigantopithecus niet snel genoeg kon omschakelen naar de potentieel nieuwe voedselbronnen gras, wortels en bladeren. Daar komt bij dat naarmate je groter bent het aantal nakomelingen afneemt. Het gevolg is dat de kwetsbaarheid van een populatie door toevallige fluctuaties in het voedselaanbod toeneemt. En dan is er ook nog eens de confrontatie met Homo erectus, de jager. Niet sterk maar wel slim. Dodelijk slim. Heeft de clash van onze voorouders met deze reuzenaap misschien een voorstelling geëtst in ons collectieve bewustzijn? Het fenomeen reus, net zoals de heks, de dwerg en de draak. De engel en de duivel? In alle culturen duiken verhalen op waarin reuzen voorkomen.

  

Reuzenstoeten

Johanna Abcovia en Toon meej 't Vèèreke, reuzen uit de dorpen Goirle resp. Riel


We kunnen niet zonder reuzen. En als ze niet ergens spontaan geboren worden dan helpen we een handje. Al is het maar omdat we ze willen tonen. Wie heeft de grootste? De mooiste? De aardigste? De lelijkste? Oud-journalist Paul Spapens uit Hilvarenbeek weet alles van al die reuzen die we zelf fabriceren. Paul heeft er ook zelf een paar ter wereld geholpen. Hij is voorzitter van de Nederlandse Reuzenfederatie en op zijn site krijg je een goede indruk van wat doe-het-zelven op reuzengebied oplevert. Zo lezen we met stijgende bewondering:

 

Tijdens de jaarlijkse ledendag van de Nederlandse Reuzenfederatie op 23 mei 2015 werden in het Brabantse Goirle twee nieuwe reuzen onthuld. Luisterend naar de namen Johanna Abcovia en Toon meej 't Vèèreke voor respectievelijk de dorpen Goirle en Riel (ze vormen samen een gemeente) schonken de inwoners het Nederlandse reuzenwereldje twee nieuwe giganten. De presentatie van Johanna Abcovia en Toon meej 't Vèèreke ging gepaard met de nodige rituelen kenmerkend voor dit erfgoed dat al eeuwen bestaat.

Als naam voor de reus van Riel werd Toon mee `t vèèreke gekozen naar Antonius Abt, verbonden met Riel en onder andere patroon van varkens en huisdieren. Een werkgroep in Goirle boog zich over het profiel van de Goirlese reuzin. Zij kreeg de fantasienaam Johanna Abcovia, maar de naam is ook verbonden met Abcoven, de oudste heertgang van Goirle, waar volgens een oud verhaal ene Johanna ooit bewoonster van het kasteel van een reus is geweest.

De beide zijn intussen graag geziene deelnemers aan de reuzenoptochten die op allerlei plekken worden gehouden. Zo liepen ze in 2017 mee in Bokrijk in de Reuzenstoet van de jaarlijkse Bokrijkdag. Verder namen ze deel aan Kermisreuzenopstoet in Tilburg, een nieuw evenement in het kader van de Tilburgse Kermis. En ze waren ook in Deurne bij Antwerpen te bewonderen voor een optreden in de grote Reuzenoptocht, waarbij zo’n 100 reuzen en reuzinnen door de straten van Deurne trekken.

 

Giganti di Messina



We keren nog even terug naar Reuzenkenner Paul Spapens. Op zijn site lezen we onder meer het volgende:

Vanaf 199 is sprake van  een revival van het reuzenerfgoed in Nederland. In dat jaar wordt in het Brabantse dorp Moergestel het initiatief genomen tot de bouw van drie reuzen voor Moergestel, Oisterwijk en Heukelom. (…) Dit gebeurde in zekere zin op historische gronden. In 1929 nam het Akkermansgilde uit Venlo met de twee reuzen deel aan de slotceremonie van de Olympische Spelen in Amsterdam. Dat optreden resulteerde in deelname aan een nationale folkloreoptocht die in 1932 door Tilburg trok. Het Venlose voorbeeld inspireerde tot de schepping van reuzen, eerst in Tilburg en een jaar later in Oisterwijk. Deze twee reuzen zijn in de oorlog verdwenen. De drie nieuwe reuzen voor Oisterwijk, Moergestel en Heukelom werden eind 1999 als onderdeel van de millenniumfeesten gedoopt.

Het initiatief inspireerde inwoners van omliggende gemeenten tot de creatie van eigen reuzen. Tilburg met drie reuzen, Hilvarenbeek met 1 reus, Gilze met 1 reus en Goirle en Riel met 2 reuzen liggen allemaal in de buurt. Volgens dezelfde gedachte kreeg de Boxtelse Jas de Keistamper gezelschap van een reuzin die Liempde symboliseert. Dit dorp werd in 1997 bij Boxtel heringedeeld. Hetzelfde overkwam in datzelfde jaar Riel (bij Goirle) en Berkel-Enschot en Udenhout (bij Tilburg). Zo kon het gebeuren dat Midden-Brabant het hartland werd van de moderne reuzenontwikkeling van Nederland. Op 16 juni 2009 is in Roermond onder auspiciën van het Nederlands Centrum voor Volkscultuur een landelijke Reuzenfederatie opgericht die uiteraard aangesloten is bij vergelijkbare initiatieven elders in Europa. Reuzen stappen makkelijk over grenzen heen.

 

In 2015 waren er in Nederland 28 erkende reuzen. En de giganten kennende zal dit aantal intussen wel zijn gegroeid. Wat ik dus maar zeggen wil: de Franse reus in Leeuwarden was geen toevallige passant. Hij staat in een snel groeiende vaderlandse en Europese traditie. Want snel groeien, dat hoort nu eenmaal bij de reus.

 

Espunt, 6 september 2018


Enkele interessante sites voor wie meer wil (weten):

http://www.thetallestman.com/

http://www.jasoncolavito.com/newspaper-accounts-of-giants.html

http://www.genesis6giants.com/index.php?s=541

http://in.beeldengeluid.nl/kanaal/3397-rotterdam/3412-de-reus-van-rotterdam

https://historiek.net/albert-johan-kramer-de-langste-man-van-nederland/59218/