MEEM'64, Evolutie, Ideeën, Taal en Creativiteit

Gerard van de Schootbrugge (alias Gerard Espunt)

0341

Vorige Praatje     Volgende Praatje


Praatje, 23 december 2018


Hoe het grote verhaal klein te krijgen

Kerstmis, wat is het eigenlijk?

Als opa en oma van jonge kinderen, tevens meewerkend voorwerp, krijg je zo nu en dan een bonus voor goed gedrag. Dat houdt je op de been. Enkele dagen geleden was de bonus een kerstviering met kerstspel. Jan van zes had een belangrijke bijrol, Lieke van drie moet nog even wachten. Volgend jaar zal ze de Barbarakerk in Bunnik versteld doen staan. 


Kerstmis, waar gaat dat over?

Het kerstspel speelde zich af op het priesterkoor. De kerk zat weer eens vol. Met een enthousiaste en zeer luidruchtige ouders, grootouders en andere bewonderaars. Eén van de leerkrachten droeg een kroontje en een rode tabberd die enkele weken eerder bij een ander feest goede diensten had bewezen. Hij speelde (ogenschijnlijk moeiteloos) een wat chagrijnige koning die antwoord wilde op de vraag: waar gaat het over met Kerstmis? Een goeie vraag waar het merendeel van de vaderlandse kerstvierders waarschijnlijk het antwoord op schuldig zal blijven.

De kinderen van de verschillende groepen kwamen telkens met een eigen antwoord waar de koning al maar chagrijniger van werd. Dat uitte hij ook naar zijn rumoerige toehoorders maar het was zo’n kabaal in de kerk dat waarschijnlijk niemand zijn gemopper ook heeft gehoord. Overigens had dat geen enkele invloed op het spel, noch op de waardering van het publiek.

Maria, Jozef en Jesus op de vlucht voor Herodus. Basreliëf op de voorgevel van de kathedraal van Orvieto.



De eerste groep meende dat het met Kerstmis vooral om lekker eten ging. Er werd een tafel aangedragen die vervolgens werd gedekt. En het was bij dit tafeldekken dat het theatrale talent van onze Jan voor iedereen duidelijk werd. Jan moest uit een bakje vorken pakken en die naast de borden leggen. Hij deed dat overtuigend. Je voelde dat de kerk er in mee ging. Direct achter hem kwam zijn vriendje Etienne met de messen. Een sterk koppel. De scene eindigde met een chagrijnige koning. Dat gevreet had volgens hem niets met Kerstmis te maken. Dat was toch even schrikken. Weg tafel. De volgende groep ging aan de slag met een kerstboom. Ook die invulling van het kerstfeest vond geen genade in de ogen van de koning. Weg boom. Toen de cadeautjes. Voor de meeste leerlingen niet onbelangrijk. Er kwam een kist met cadeautjes die werden uitgedeeld aan de leerlingen van groep 3. Het gevolg was dat overal in de kerk jongere broertjes en zusjes luidkeels te kennen gaven dat ze ook cadeautjes wilden. De enorm chagrijnige koning maakte radicaal een einde aan deze wanvertoning.

En toen, eindelijk, het echte verhaal. Groep 1/2 betrad het podium. Plotseling was het een en al engel, herder, koning, schaap en natuurlijk Jozef en Maria. En een Kindje Jezus dat nog net op tijd kon worden aangereikt door de juf van groep 1/2. Het slotbetoog van de koning heeft ons niet bereikt omdat wij het liplezen niet beheersen, maar uit zijn mimiek en lichaamstaal sprak van grote tevredenheid en blijdschap.

 

Oude kerkjes en oude vrouwtjes

Het is al weer heel wat jaren geleden dat ik soms beslopen werd door een moeilijk te duiden gevoel. Niet chagrijnig, meer een mix van weemoed, nostalgie en bezorgdheid. Het overkwam me in Normandië, en daarna vaker ook op allerlei andere plekken, die met elkaar gemeen hadden dat er sprake was van een katholiek kerkje dat wegkwijnde, zijn functie dreigde te verliezen. Er zat nog net geen boekhandel of een yupperige architect met een ambitieuze vriendin in, maar als ‘het Huis van de Levende God’, als de ankerplaats van een vitale geloofsgemeenschap, als het vertrouwde baken voor opeenvolgende generaties, als plek waar het komende en het gaande leven worden gezegend, was het praktisch voorbij. Ik moet een slag om de arm houden want een te stellige uitspraak zou betekenen dat ik er van overtuigd ben dat dit deel van onze cultuur ten dode is opgeschreven. Ook al is mijn invloed gering, een dergelijk doodvonnis wil ik niet op mijn geweten hebben.

Het waren kerkjes waar de eeuwen vanaf dropen. Ze werden in leven gehouden door oude vrouwtjes. Een enkele keer zag ik ook een stokoud pastoortje. Oude vrouwtjes, die zo maar even binnen liepen, een kruisje sloegen en hun weg vervolgden. Of een boeket uitgebloeide rozen of lelies vervingen door een verse bos. Die gebogen over zwabbers en bezems probeerden verstoffing van het godshuis te voorkomen en die ongetwijfeld, maar dat bedenk ik nu ter plekke, op gezette tijden een pannetje soep meebrachten voor hun herder zonder kudde. Gezien de leeftijd van de oude vrouwtjes met de hoofddoekjes was het einde nabij. Hun eigen einde en het einde van dat wat ze met de moed der wanhoop probeerden te behoeden voor de ondergang. Maria’s waren het, met die hoofddoekjes. Oude Maria’s vervuld van vreugde en verdriet. Misschien iets meer van het laatste.

En dus?

 

Kathedraal van Orvieto. Fresco met een detail van Het Laatste Oordeel.


Een begrijpelijke reactie zou nu natuurlijk kunnen en misschien ook wel moeten zijn: net goed. Verdiende loon. Zo komt hoogmoed voor de val. Zo wordt het grote theater uiteindelijk de mond gesnoerd. Zo worden de vreselijke misdaden die uit naam van de Kerk zijn begaan uiteindelijk toch bestraft. Zo verdampt het juk van de eeuwige verdoemenis om plaats te maken voor vrijheid. Licht in de duisternis. Verlichting. Mens durf te denken.

En zo denk ik ook, zeker. De bovennatuurlijke claim van de Kerk heb ik lang geleden al naast me neergelegd. Maar het verhaal is groter, veel groter. Het is het verhaal van mensen op zoek naar betekenis en getroffen door verwondering en vragen. Waarom? Waarom? Waarom? En in dat grote verhaal, dat uitstijgt boven het katholieke en dat het leven van mensen sinds hun verschijning op deze aarde heeft vormgegeven, en dat nog steeds doet, bleef voor mij genoeg over voor waardering en betrokkenheid. Opgeleid als fysicus en binnengeleid in de wereld van de harde feiten, de ratio en de logica, heb ik geleerd dat de moderne wetenschap niet bedoeld is om de vragen die er uiteindelijk voor mensen echt toe doen, te beantwoorden. De wetenschap houdt zich bezig met de vraag hoe, heel belangrijk, maar mensen zoeken ook antwoorden op de vraag waarom. De wetenschap bouwt modellen van de wereld, heel succesvol en tot veler voordeel, maar mensen, misschien niet allemaal, hoewel?, willen zin geven aan hun leven, niet aan een model van hun leven. Mensen kunnen niet leven met de boodschap van de wetenschap dat er geen zin is. Dat het blinde toeval regeert. En dus blijven ze zoeken naar een eigen verhaal zoals ze altijd hebben gedaan. Een verhaal waar de meeste wetenschappers hun neus voor ophalen. De mensenverhalen zitten vol magie, de magie die ze ook in hun eigen leven vermoeden. Voor mensen hoeft het verhaal niet te kloppen, ze zoeken geen bewijzen, ze willen er in kunnen geloven. Ze moeten er in kunnen geloven. Mens durf te denken. Maar ook: mens durf te geloven. En ook: mens durf te hopen. En ook: mens durf lief te hebben. Sluiten deze wereldbeelden elkaar uit? Ogenschijnlijk wel. Maar in het echte leven blijken ze naast elkaar te kunnen bestaan. Hoe dat mogelijk is? Ik denk omdat in de mens deze gescheiden werelden ook samenkomen: de wereld van het verstand en die van het gevoel. De wereld van de ratio en die van de emotie.

 

Open en gesloten

David Deutsch is een computerfysicus. Hij denkt breed, is geniaal en ongewoon creatief. In 2011 verscheen van hem The Beginning of Infinity, een opmerkelijk boek waarin hij zijn visie op de betekenis van de ontdekkingen van de moderne wetenschap voor de mensheid ontvouwt. In hoofdstuk 9 gaat het over optimisme. Een van de thema’s gaat over de vraag wat het meest wenselijke politieke systeem is. Deutsch kiest voor de lijn van de filosoof Karl Popper. In lijn met zijn idee dat vooruitgang in de wetenschap neerkomt op het elimineren van verklaringen die niet correct blijken te zijn. De wetenschap bouwt het archief van ontoereikende verklaringen voortdurend verder uit. Popper heeft ook over politiek nagedacht en komt met een verwante visie: het beste politieke stelsel is dat wat de mogelijkheid biedt om slechte bestuurders / heersers naar huis te sturen. Niet het systeem dat leiders produceert met grote vooruitziende gaven, maar het systeem dat de mogelijkheden biedt om van falende of ongewenste leiders af te komen. Er is een plicht tot optimisme en optimisme betekent volgens Detsch geloof in de stelling dat alle kwaad het gevolg is van onvoldoende kennis. Hier ontpoppert Deutsch zich als een ware gelovige, een vooruitgangsgelovige die bijvoorbeeld het streven naar onsterfelijkheid als zinvol verdedigt. Wie mij kent, weet dat ik voor dergelijke vormen van optimisme toch wat beducht ben….

 Het is duidelijk dat er in zo’n wereld weinig begrip is voor soortgenoten met een meer pessimistische kijk op het bestaan. Het lijkt mij ook duidelijk dat het voorkomen van deze zo tegengestelde naturen alleen maar te verklaren is uit het feit dat niet alles in ons brein rationeel wordt afgehandeld. Sterker nog, bijna alles verloopt langs de weg van de emotie. Ik bewonder de intellectuele krachtpatser Deutsch maar op dit punt acht ik zijn wereldbeeld toch wat al te rationeel. Hij accepteert het onvoorspelbare in de wereld om ons heen als een gegeven. Ik vraag me af of hij ook accepteert dat een deel van dat onvoorspelbare in onszelf zit.

                 De verbluffend mooie kathedraal van Orvieto. Op de onderzijde van de vier geveldelen staat het Grote Verhaal
                       uitgebeeld in basreliëf.


Wat doen we met het (kerst)verhaal?

Terug naar de verhalen die we herkennen omdat ze aansluiten bij onze diepste verlangens, angsten, fantasieën, dromen, vragen. Het verhaal van de Buddha, het Kindje Jezus, Klein Duimpje, Edison, Einstein, Bach, Ot en Sien, Sil de Strandjutter, Anna Karenina, Donald Duck. Abe Lenstra, Jip en Janneke, Koot en Bie. Even een uitstapje naar Orvieto. Een klein stadje in Umbrië met een verbijsterend mooie kathedraal. Het grote verhaal waar een deel van de mensheid de afgelopen eeuwen mee heeft geleefd en geworsteld, de bijbel, is op de gevel te lezen als een stripverhaal in basreliëf dat links begint met De Schepping en op de andere hoek eindigt met Het Laatste Oordeel. Binnen wordt het in fresco-versie nog eens dunnetjes en in kleur overgedaan. Een groot verhaal als basis voor de menselijke samenleving in de meest brede zin. Uiteraard niet het enige grote verhaal in de wereldgeschiedenis. Overdonderend, emotionerend, begeesterend, beklemmend, ordenend, disciplinerend, …. en op grote schaal misbruikt. Een verhaal waaruit geen ontsnappen mogelijk was. De kleine, zwakke mens zat er tot over zijn oren in. Een groot verhaal dat het beste en het slechtste in de mens naar boven bracht. Een verhaal met een dichtgetimmerd wereldbeeld. Het tegenovergestelde van The Open Society van Karl Popper (en David Deutsch).

Dat verhaal verdwijnt snel uit ons publieke bewustzijn. In ons stukje van de wereld. De oude vrouwtjes die nog een traan laten bij het Ave Maria en nog zelf soep maken, sterven langzaam maar zeker uit. En daarmee raken we afgesneden van een essentieel deel van onze cultuur. Is dat erg? Ja. Is het onvermijdelijk? Nee. Maar dan moeten we wel een flink stuk opschuiven richting Popper en Deutsch. Het verhaal moet in zekere zin meer open, zonder de essentie te verliezen. Het mag niet gekaapt worden door valse profeten, het moet wel sterk genoeg blijven om je er aan omhoog te trekken. Hoe het grote verhaal klein te krijgen en het kleine verhaal groot? 

Ik ga ook dit jaar naar de nachtmis in onze Nootdorpse Bartholomeuskerk. Het is allemaal niet meer het zelfde. De Poolse pastoor zal de dienst wel weer leiden. En ik zal de liedjes uit mijn kindertijd weer voluit meezingen. Open zijn houdt ook in dat er ruimte blijft voor het kind in onszelf. Ben ik nog katholiek? Niet echt. Ben ik nog een beetje dat roomse jochie? Waarschijnlijk wel. Ik verzet me. Ik wil het nog niet laten vallen. Maar makkelijk is het al lang niet meer. Soms zie ik de Engelse filosoof Roger Scruton voor me. Geen domme jongen. En dan zie ik de beelden van de rossige denker die op zondagochtend achter het orgel zit in het dorpje waar hij woont. Vanzelfsprekend. Geen moeilijke vragen. Zich voegend naar de lokale historische orde. Zo kan het ook.

Espunt, 23 december 2018