Gerard van de Schootbrugge & Espunt
Een afscheidslied
Dag Bijlhouwerstraat (ta ra ta ta ta)
Dag Bijlhouwerstraat (tara ta ta ta ta)
We waren je een beetje moe
We gaan nu naar de polder toe
Je kamers waren wel wat hoog
En niet meer zo droog
Toch denken wij in dankbaarheid
Nu terug aan de vervlogen tijd
Van jaren vol van speurgenot
Al liep het soms rot
Dag Bijlhouwerstraat
Dag Bijlhouwerstraat
De steen van Ornstein wordt gesloopt
’t Gebouw waarschijnlijk omgedoopt
Wij zien het niet meer zitten hier
Er rest ons slechts bier
Ons werd het hier wat te benauwd
Het was wel groot maar raar gebouwd
Je werd hier kaal en kreeg een tik
Lang leve het kwik
Dag Bijlhouwerstraat
Dag Bijlhouwerstraat
De Fysica is ingepakt
Vandaag wordt er voor ’t laatst gezakt
Maar dan wel door, dat hoort erbij
Je bent nu weer vrijdag
Er wordt nu van een andere kant
Gedongen naar jouw hand
En ook al ben je tweedehands
Je hebt al weer chance
Dag Bijlhouwerstraat
Dag Bijlhouwerstraat
----------------------------------------------------
Tekst: Gerard van de Schootbrugge (1973)
Melodie: Joe Dassin - Les Champs Elysées (het refrein) (1969)


Boven. Historisch gezicht op het Fysisch Laboratorium gezien vanaf de singelzijde. Oorspronkelijke versie uit 1875. Bijlhouwerstraat 6.
Onder. Na 1920 is het complex uitgebreid met een gebouw op de Bijlhouwerstraat 6. Afbeelding aan de kant van de Bijlhouwerstraat.
Verhuizen naar de polder
Augustus 1973. De laatste dag van ons onderkomen in het Fysisch Laboratorium aan de Bijlhouwerstraat in Utrecht. De verhuizing naar de nieuwe campus in de Julianapolder, De Uithof, kon worden afgerond.
Joop Fluit, mijn baas, kwam de kamer binnen, waar ik als promovendus samen met mijn collega Arno de Wit bivakkeerde, en vroeg of ik nog even snel een afscheidslied kon maken. Dat konden we dan zingen tijdens de koffie. Ik had nog een uurtje. Blijkbaar had ik in bepaalde kringen toch enige naam gemaakt als creatieveling. Ik beloofde mijn uiterste best te doen in de wetenschap dat het haastwerk zou worden. Het in die tijd populaire liedje “Les Champs Elysées” van Joe Dassin kwam in me op. Les Champs Elysées, de Eeuwige Jachtvelden van de oude Grieken. Het leek me wel toepasselijk. De eeuwige jachtvelden van de nieuwsgierige mens, de onderzoekende mens. Laboratoria komen en gaan, maar de eeuwige jachtvelden van de fysici blijven altijd bestaan, zoiets. Ik heb van Joe het refrein gepikt. Het resultaat staat hierboven. U bent het al tegengekomen. De kans is groot dat u het hebt overgeslagen.
1963 Studeren
In de loop van 1963 had ik als beginnend student al de eerste verhuizingen naar de Uithof meegemaakt. Niet langer colleges en practica in de Utrechtse binnenstad maar in nieuwbouw op de Uithof. Voor mijn studierichting, wis- en natuurkunde, werd dat het Transitorium. Zoals de naam al doet vermoeden: een overgangsgebouw. Het was tijdelijk maar het staat er nog steeds. Pal erachter was een uitkijktoren voor ons practicum sterrenkunde opgericht.
Het was even wennen. Ik had een kamer (mijn eerste) op het Kanaleneiland, aan de andere kant van de stad. Mijn fietsafstand verdubbelde. En voor de astronomie moesten we ’s avonds nog een keer de polder in. Het onderzoek bleef nog geruime tijd in Utrecht gebeuren, in het oude laboratorium aan de Bijlhouwerstraat. Het duurde nog zo’n tien jaar voordat de beroepsfysici (en hun slaven) ook een nieuw onderkomen kregen. Het heet sinds enige tijd Ornstein Laboratorium.
Afscheidsbijeenkomst




V.b.n.o.
1. Auteur met pijp, laatste check
2. Joop Fluit overhandigd officiële tekst aan prof. Smit.
3. Hier wordt gezongen, v.l.n.r ?, auteur, Pim van Ingenegeren
4. V.l.n.r. auteur, Wim Post, Henk Koppelaar, Pim van Ingenegeren, ?, Kees Reus, Kees Zwakhals
Afscheid en koffie
We hebben het lied onder de koffie vol hartstocht en weemoed gezongen. Inclusief het hoofd van de Afdeling Atoomfysica, prof. dr. J.A. Smit, die overigens nog wat zand in de verhuismachine had gestrooid omdat hij eiste dat zijn slaapbank mee verhuisd werd. Hij was niet zo jong meer en gewend om tussen de middag een tukje te maken op zijn massief eikenhouten slaapbank. Waarschijnlijk naar eigen ontwerp in de eigen werkplaats gefabriceerd. Maar hogere machten lagen dwars. We verhuisden nu eenmaal naar een splinternieuwe faciliteit en daar pasten geen museumstukken. Het is lang geleden maar het staat me bij dat hij toch zijn zin heeft gekregen.
1971 Afgestudeerd. Wat nu?
Ik studeerde in 1971 af na een achtjarige studie wis- en natuurkunde aan de Universiteit van Utrecht, met als hoofdvak experimentele natuurkunde en met als bijvakken wiskunde en sterrenkunde. Niet heel snel, gemiddeld. Na een moeizame start begon ik er, eenmaal studentikoos uitgeraasd, na mijn kandidaatsexamen toch lol in te krijgen. Maar ik had ook leren accepteren dat een aantal jaargenoten het vakmatig allemaal wat eerder door hadden en wat minder herexamens nodig hadden. Wiskunde of theoretische natuurkunde als hoofdvak waren me te moeilijk, en sterrenkunde leek me weinig perspectief bieden. Dus werd het experimentele natuurkunde. Overigens vereiste dat ook de nodige kwaliteiten, zoals ongevoeligheid voor tegenvallers en gevoel voor techniek. Er waren tot dan toe geen sterke aanwijzingen dat ik daar in uitblonk. Ik was wel zeer geboeid door het grote avontuur van de wetenschap, was creatief en had een brede belangstelling.
Mijn groot onderzoek deed ik op het Instituut voor Plasmafysica in Jutphaas waar onderzoek aan beheerste kernfusie (de getemde zon) centraal stond, meer in het bijzonder de magnetische opsluiting van hete plasma's). Een indrukwekkende en leerzame werkomgeving. Ik leerde daar onder meer Luuk Ornstein kennen, de zoon van Leonard. Hij stond in aanzien ook omdat hij in de VS bij het befaamde MIT (Massachusetts Institute of Technology) had deelgenomen aan het Alcator-experiment.
aan kernfusieproblemen werkte. Ook Jan Terlouw was in die tijd aan het instituut verbonden.
Ik kreeg een klein projectje toegeschoven: de werking van een sinus-cosinusspoel onderzoeken. Daarmee moest je de sterkte en de positie van een gasontlading (zeg maar kunstmatige bliksem) kunnen meten. U mag het direct weer vergeten. Ik vond het spannend.
Opa's bezorgdheid
Ik was de eerste in onze familie die in 1963 aan een universitaire studie begon. Ik weet nog dat ik, na mijn eindexamen Gymnasium β, bewust koos voor de studierichting die algemeen als zwaarste academische kluif werd beschouwd. Ik wilde mezelf uitdagen. Jeugdige overmoed. Die uitdaging kon ik in 1971 als geslaagd beschouwen, maar ik had het niet cadeau gekregen. Het was gelukt, de waarschuwing van mijn opa was niet uitgekomen. “Wees voorzichtig jongen. Door al dat nadenken kun je erg in de war raken.” Hij vertelde dat er in de buurt een jongeman woonde die wel in de war was geraakt. Die woonde sindsdien weer bij zijn ouders.
Nieuwe levensfase: promoveren?
Hoe het ook zij, de volgende levensfase vroeg aandacht. Ik was eind december 1969, 's ochtends om 9.00 uur, met vier andere stellen getrouwd. Uit liefde en berekening. De datum was gunstig voor de belasting. De echte verbintenis volgde vijf maanden later in de Utrechtse Studentenparochie. Kortom, het bestaan werd serieus. Het speelkwartier was voorbij, zo voelde dat. Maar er zou een ander en minstens zo boeiend speelkwartier voor terugkomen.
Het begon niet erg feestelijk. Ik kreeg namelijk een oproep voor militaire dienst. Ik had in 1963 studie-uitstel gekregen, maar nu moest ik er in 1971 toch aan geloven. Mijn bestemming was de cavalerie. Niet meer te paard maar in de tank. Een zorgelijke kink in mijn maatschappelijke ontwikkeling.
Volkomen onverwacht opende zich toen een alternatieve route. Er kwam een promotieplaats beschikbaar in de FOM-werkgroep Atoomfysica en Molecuulfysica, gefinancierd door de Stichting FOM (Fundamenteel Onderzoek der Materie) en ondergebracht in het Fysisch Laboratorium van de Universiteit van Utrecht aan de Bijlhouwerstraat. Of ik belangstelling had? Met enige aarzeling sprong ik in het diepe. Geen idee wat me te wachten stond, wat er van me verwacht werd. Op 1 december 1971 werd ik promovendus bij de werkgroep Atoomfysica. Oppervlakteonderzoek aan metaalkristallen met behulp van een bundel laag-energetische edelgasionen. Het zou een boeiende reis worden met een weinig eervolle afloop. Na zes jaar ploeteren liep mijn contract af en stond ik met lege handen. Het was me niet gelukt om op basis van heldere meetresultaten een volwassen proefschrift te schrijven. Het werd een worsteling en een race tegen de klok. Er waren diverse redenen voor, maar de duidelijkste was toch mijn eigen tekortkoming. Gebrek aan focus. Te breed denken. Ondanks alles ben ik dankbaar voor de mij geboden kansen en het heeft mijn leven zeker verrijkt. En, niet onbelangrijk, ik kon mijn gezin onderhouden. Er waren in de tussentijd twee kinderen geboren.
Het eenzame bestaan van de promovendus. Opbouwen, hopen dat alles functioneert en dat er data doorkomen die in een verhaal passen. Er kan nogal wat fout gaan. Dan moet je de rug kunnen rechten en een nieuwe poging ondernemen.
Volkomen onverwacht opende zich toen een alternatieve route. Er kwam een promotieplaats beschikbaar in de FOM-werkgroep Atoomfysica en Molecuulfysica, gefinancierd door de Stichting FOM (Fundamenteel Onderzoek der Materie) en ondergebracht in het Fysisch Laboratorium van de Universiteit van Utrecht aan de Bijlhouwerstraat. Of ik belangstelling had? Met enige aarzeling sprong ik in het diepe. Geen idee wat me te wachten stond, wat er van me verwacht werd.
Op 1 december 1971 werd ik promovendus bij de werkgroep Atoomfysica. Oppervlakteonderzoek aan metaalkristallen met behulp van een bundel laag-energetische edelgasionen. Het zou een boeiende reis worden met een weinig eervolle afloop. Na zes jaar ploeteren liep mijn contract af en stond ik met lege handen. Het was me niet gelukt om op basis van heldere meetresultaten een volwassen proefschrift te schrijven. Het werd een worsteling en een race tegen de klok. Er waren diverse redenen voor, maar de duidelijkste was toch mijn eigen tekortkoming. Gebrek aan focus. Te breed denken. Ondanks alles ben ik dankbaar voor de mij geboden kansen en het heeft mijn leven zeker verrijkt. En, niet onbelangrijk, ik kon mijn gezin onderhouden. Er waren in de tussentijd twee kinderen geboren.

Terug naar ons lied.
Het oude Fysisch Lab, Bijlhouwerstraat 8, kwam in 1875 beschikbaar. Opdrachtgever was de befaamde natuurkundige en meteoroloog C.H.D. Buys Ballot. In 1920 werd hoogleraar Proefondervindelijke Natuurkunde dr. Leonard Salomon Ornstein (de vader van Luuk) directeur van het Physisch Laboratorium. Een zeer ondernemende figuur. Onder zijn leiding vond de uitbouw plaats waarbij de panden Bijlhouwerstraat 6 en 8 werden samengevoegd.

1935. Prof.dr. Leonard Ornstein geeft college in de oude collegezaal op de Bijlhouwerstraat.
Onder Ornstein veranderde het laboratorium van een tamelijk stoffig, introvert instituut in een op de buitenwereld gerichte instelling. Ornstein legde contacten met industrie en bedrijfsleven, waarmee hij een van de belangrijkste initiatiefnemers was van wat later de derde geldstroom is gaan heten. Hij hechtte veel belang aan de toepassingsmogelijkheden van de fysica. Zo deed hij onderzoek in opdracht van onder meer keuringsinstantie KEMA, de NS en diverse ministeries. Hij stond mede aan de wieg van de in 1932 opgerichte Nederlandse Organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek die moest gaan doen wat Ornstein al deed. Ornstein was promotor van maar liefst 94 promovendi. Hoe zou ik gevaren zijn onder Ornstein? In 1940, tijdens de Duitse bezetting van Nederland, werd Leonard Ornstein de toegang tot zijn eigen laboratorium ontzegd omdat hij Joods was. Dit deed heeft hem zo aangegrepen dat hij nog geen jaar later stierf aan een hartkwaal.
TNO
Mijn scheepje legde uiteindelijk aan, ja wel, bij TNO. Reikte de lange arm van de oude Ornstein zo ver? Na mijn afscheid als FOM-medewerker liet de minister van Defensie weten dat ik intussen te oud was voor militaire dienst. Ik kreeg het advies om me te melden bij de BB (Bescherming Bevolking) afdeling De Bilt, waar wij intussen woonden. De Afdeling De Bilt bleek niet te bestaan, waarna ik geheel verdween uit de militaire dossiers. Ik trad in 1977 in dienst bij TNO. Eerst de centrale stafafdeling In- en Externe Communicatie, later de centrale stafafdeling Strategie en Programma. Een nieuwe lente een nieuw geluid. Een mooie tijd bij een boeiende organisatie in de geest van Leonard Ornstein.
Kwik
Het gebouw aan de Bijlhouwerstraat kreeg nieuwe bewoners. Dat gaf overigens nog wel veel gedoe. Een eeuw experimenteren door fysici betekende dat de kieren tussen de eikenhouten vloerplanken vol kwik zaten. In de klassieke fysica was kwik, meestal in glazen apparaten, een veel gebruikt hulpmiddel. Dat glas wilde nog wel eens breken. Het kwik verdween dan in de naden en was er moeilijk uit te krijgen. Een druppel op een glad oppervlak was met een kwiktang nog wel op te pakken, maar in de naden was het kwik slecht bereikbaar. Toen dat bekend werd verzetten nieuwe bewoners zich vaak heftig tegen verhuizing. Kwikdamp is slecht voor de hersenen.
Gerard van de Schootbrugge
28 maart 2026
P.S.
Namen uit de jaren '70 die ik me nog herinner.
Staf: Prof.dr. J.A. Smit (Atoomfysica), prof.dr. C.Th.J. Alkemade (Molecuulfysica), dr. Jaap van Eck, dr. Joop Fluit, dr. Henk Heideman, dr. Tjalling Hollander, dr. Fred van de Valk, dr. Piet Zegers,
Promovendi: Tom van Veen, Arno de Wit, Henk Lemmen, Kees Reus, Kees Zwakhals, Ben Boesten, Ton van Ittersum, Ton van Raan
Technische assistenten: Gijs Hijnekamp, Wim Post, Bert Crielaart, Pim van Ingenegeren
Hieronder een In Memoriam bij het overlijden van prof. dr. J.A. (Hans) Smit. (1911 - 1999)