Gerard van de Schootbrugge & Espunt
Emotionele lading
Veel zullen er niet meer van zijn, maar ik heb er nog een, een originele lustrumplu. Uitgebracht in 1963 in de aanloop naar het 15de lustrum van Veritas in 1964. Een plu met zwarte en rode sectoren. Toen heel gewaagd. Een beetje onwennig was het wel.
Een klassieke plu was in die tijd erg belangrijk. Samen met het vest was het voor ons het teken bij uitstek om ons mee te onderscheiden van het klootjesvolk dat toen overigens vergoeilijkend met vulgus werd aangeduid. Standaard was de zwarte herenplu met notenhouten handvat.
De frivole lustrumplu maakte ons aanvankelijk wat onzeker. Dit soort attributen luistert nu eenmaal nauw. Als ik u nu vertel dat mijn goede vriend Theek S. en ik in 1966 het voornemen opvatten om al liftend in een ver en zuidelijk land te geraken en dat wij meenden dat wij onderweg op extra respect zouden kunnen rekenen wanneer wij onze omvangrijke plu’s goed zichtbaar bij ons droegen, dan mag dat als een aanwijzing worden opgevat voor de aanzienlijke waarde die wij in die jaren aan onze plu hechtten.
En het moet gezegd, wij zijn zonder veel kleerscheuren door de Balkan getrokken terwijl het daar toen ook al een kruitvat was dat ieder moment kon ontploffen. Met de kennis van nu meen ik dat het inderdaad een verstandig besluit is geweest de plu mee te nemen.
Doorlezen
Terug naar mijn lustrumplu. Wat er zo aardig aan is? Het is intussen 2003 en ik heb hem nog maar pas in mijn bezit! Leontine J. kwam ermee aan en overhandigde hem met de woorden: 'Ik heb er bijna 40 jaar op gepast. Het wordt nu wel eens tijd dat jij de zorg overneemt.' Paul Z., die haar vergezelde, stond erbij en glimlachte op de voor hem zo karakteristieke manier. Waarom ik? Dat zal ik u vertellen. En waarom dit nu vertellen? Doorlezen!
Het was tijdens de laatste lustrumreünie, waarover in het vorige nummer uitgebreid is bericht, dat Leontine en Paul, geheel onafhankelijk van elkaar, een lift terug richting Den Haag / Delft hadden geboekt op onze achterbank. Op de terugweg vertelde Leontine mij een verhaal dat mij geheel nieuw voorkwam. Tijdens onze groentijd in 1963 had ik na enkele dagen de opwindende opdracht gekregen om Leontine elke avond naar huis te brengen (en als een speer terug te keren om de nachtelijke beproevingen ter sociëteit te ondergaan). Leontine had vanuit het verre Limburg weliswaar een kamer kunnen bemachtigen maar had bij het lokaliseren waarschijnlijk stad en provincie door elkaar gehaald. Haar kamer lag inderdaad nog net in de provincie Utrecht. En aangezien ik toen een van de weinige feuten was die over gemotoriseerd vervoer beschikte, een brommer uit de nozemklasse, was ik de aangewezen persoon om Leontine rond 23.00 uur naar haar verre bestemming te begeleiden. Een enkele keer zat ze achterop, maar meestal fietste ze moedig naast me.
Panne
Toen we wat vertrouwder met elkaar werden, pakte ze me wel eens bij mijn rechter bovenarm wat mij de gelegenheid bood de gashandel wat verder open te draaien en tegelijk de bi- en triceps flink aan te spannen. We waren jong en kenden geen gevaren en zo kon het gebeuren dat op een avond die zo veelbelovend was begonnen, op de Amsterdamse Straatweg, ver voorbij Zuilen, onze sturen elkaar raakten. De gevolgen bleven beperkt maar waren desalniettemin ernstig. In onze val namen we de die dag door Leontine aangeschafte lustrumplu mee. Die was daar niet op berekend. En omdat wij in die tijd nog sterk onder invloed stonden van hoofse idealen nam ik de schuld op me en beloofde Leontine dat ik voor een nieuwe plu zou zorgen.
Enkele dagen later moest ze haar aanvankelijke scepsis afleggen toen ik haar met een breed gebaar een splinternieuwe lustrumplu overhandigde.
Gejat
Dit en nog veel meer vertelde ze me vele jaren later vanaf de achterbank op de terugweg naar Den Haag. Ik wist werkelijk niet wat ik hoorde. En ik begrijp nu ook waarom ik het hele verhaal kwijt was geraakt. Leontine, in het bijzijn van Paul en mijn echtgenote Gemma: ‘Ik wist niet beter dan dat je een nieuwe plu voor me had gekocht, maar een paar dagen later heb je me, niet zonder enige trots, verteld dat je die plu had gejat.’
Daarom was ik die hele geschiedenis kwijt! Verdringing. Aan Freud werd in die tijd nog niet getwijfeld. Ik had gezondigd. Voor een goed doel, dat wel, maar een doel heiligt natuurlijk niet zomaar alle middelen. Ik moet aan mijn vader hebben gedacht, rechercheur in Hilversum en onbezoldigd rijksveldwachter. Dit was dus het resultaat van alle moraal die hij al opvoedend bij mij had geïmplementeerd!
Ik waak nu over een plu die mij niet toebehoort. In de nazomer van 1963 moet een Veritijn(se) tot de ontdekking zijn gekomen dat zijn/haar plu was ontvreemd. Wellicht heeft hij/zij zich nog even afgevraagd of hij zijn plu die keer wel had meegenomen naar Veritas en voor alle zekerheid opgehangen aan de kapstok in een mouw van zijn/haar jas. Bij terugkomst heeft hij/zij de woede voelen opkomen. Het meest waarschijnlijk is dat hij/zij daarna zelf op jacht is gegaan naar een plu. Ik krijg nu zelfs visioenen van een kettingreactie waarbij een reeks plu’s in een korte periode onbedoeld een nieuwe eigenaar heeft gekregen. Maar het kan natuurlijk ook zijn dat hij/zij die immorele stap nooit heeft willen en/of durven zetten. En als zijn/haar toelage ook nog beperkt is geweest, zal er geen geld zijn geweest om een nieuwe plu aan te schaffen. In dat geval heeft deze Veritijn(se) in 1964 een gemankeerd lustrum beleefd. Of is misschien wel thuisgebleven. Want een plu was nu eenmaal belangrijk.
Wie?
AIs degene die dit droeve lot heeft getroffen, zichzelf in dit verhaal herkent, kan hij/zij met de redactie contact opnemen en komt de plu alsnog retour. Hij is nog ongebruikt verzekerde Leontide mij. Nadat zij had gehoord hoe de lustrumplu was verkregen, heeft ze deze op een veilige plek opgeborgen en nooit meer aangeraakt. Als vroom Limburgs meisje was zij opgevoed met de waarschuwing dat gestolen goed niet gedijd. Maar ik wil wel graag een duidelijk bewijs zien van de verklaarde eigenaar: wie? Deze plu heeft intussen immers wel een emotionele lading gekregen.
Waarom ik dit nu allemaal vertel? Om te laten weten dat een groentijd uiteindelijk toch onvergetelijk blijft. En misstanden komen altijd aan het licht. Leontine, Paul en Zeus, op jullie gezondheid en op die van al die onschuldige nestvlieders die ooit moesten proberen de schade tijdens hun groentijd beperkt te houden tot een kreupele plu. Taraboem.
Dit artikel is eerder verschenen in de ReünistenVox van Veritas, nr33, december 2002.
Gerard van de Schootbrugge, 28 juli 2026
PS

Ik schreef dit stukje ergens in het najaar van 2002. Na publicatie meldde zich de eigenaresse van de verdwenen lustrumplu. Het bleek te gaan om de mij goed bekende en alleszins lieftallige Trudy Bolten, jaar van aankomst 1961. Tijdens reünie van mijn jaar in 2003 (veertig jaar Veritijn) is de puntgave lustrumplu, na veertig jaar, teruggekomen bij de rechthebbende eigenaresse. Trudy was blij. Zij nam het gelukkig sportief op. Maar ik stond er toch een beetje gekleurd op.